Skip to content

Veteranenpensioenen

Door: Links: politieke cartoon "The Amazing Growth of the Pension Pig", C. Jay Taylor, gepubliceerd in Puck 1888. Rechts: politieke cartoon "White Elephant" door C. Jay Taylor. Beiden oorspronkelijke gepubliceerd in Puck, resp. in 1888 en 1893

Vandaag las ik een klein berichtje in de krant: Op 16 december stierf op 101-jarige leeftijd Helen Viola Jackson In Marshfield, Missouri.

Dat lijkt op zich een onbelangrijk bericht, want niemand kent mevrouw Jackson. Toch dook ik er meteen in. Want wilde het geval? Mevrouw Jackson was, voor zover bekend, de laatste weduwe van een militair die in de Amerikaanse Burgeroorlog heeft gevochten.

167 jaar na de oorlog het laatste veteranenpensioen

Die oorlog werd beëindigd in 1865, dus hoe kan er dan in 2020 nog een weduwe geleefd hebben? Wel, Private James Bolin (US 14th MO Cavalry) trouwde op 4 september 1936 op 93-jarige leeftijd met de toentertijd 17-jarige Helen. Bolin stierf in 1939 en zijn nooit-hertrouwde weduwe dus nu in 2020.

Maar dat terzijde. Dat is niet waarom het bericht me interesseerde. Het ging mij erom dat het hoofdstuk veteranenpensioenen van de Burgeroorlog nu eindelijk afgesloten kan worden, 167 jaar na dato. Want hoe zit het nu met die pensioenen?

Dat de Burgeroorlog een strijd was met grote gevolgen, zowel op sociaal, politiek als economisch gebied, dat moge algemeen bekend zijn. En één van de aspecten daarvan waren de pensioenen voor veteranen en hun partners en kinderen.

War Pension Act van 1818

Eerst even een algemeen verhaaltje over veteranenpensioenen in de Verenigde Staten. Al sinds hun ontstaan (en dus sinds de Revolutie) wordt er over gepraat – en gebakkeleid. Want vanaf het begin was het een oorzaak voor controverse. Aan het gezeur hierover na de Revolutie kwam een eind in 1818 met de War Pension Act. Na invoering werd het Congres echter overweldigd door het grote aantal claims en was er al meteen sprake ook van fraude, waardoor er flink gesneden moest worden in de uitkeringen.

Zeelieden hadden het iets beter dan soldaten. Vanaf 1811 werd er 20 cent per maand van het loon van matrozen ingehouden waarvan uiteindelijk in 1827 het Naval Asylum in Philadelphia werd gebouwd, het eerste ziekenhuis annex bejaardentehuis voor de vloot in de Verenigde Staten. Soldaten moesten tot 1851 wachten. Toen werd het U.S. Soldiers Home gebouwd, betaald uit de soldij van soldaten en privédonaties; er kwam geen cent overheidsgeld aan te pas.

Het was de Burgeroorlog, met zijn niet te bevatten aantallen gewonden en doden, die een omslag in denken bracht. Tijdens de oorlog ondergingen 60.000 soldaten een amputatie en overleefden die ingreep. Veel soldaten die wel met vier ledematen thuiskwamen, ondervonden langetermijngevolgen en complicaties door oude wonden, ziekten opgelopen in de oorlog en schade door ondervoeding, om nog maar niet te spreken van PTSS. Er werden tehuizen opgericht en een pensioensysteem.

Alleen voor noordelijke soldaten

Dus bij het uitbreken van de Burgeroorlog bestond er al een pensioenregeling voor invaliden, maar het zuiden moest vanwege geldgebrek afhaken. Tijdens de oorlog was er al wrok in het zuidelijke leger over het wegblijven van pensioenen voor hen die een arm of been verloren hadden en de spanningen rezen zo hoog op dat het bijna tot een militaire coup leidde. Na de oorlog voelden de veteranen zich vergeten, terwijl burgers de wel-bestaande pensioen zagen als overheidscadeautjes.

Want aanvankelijk waren de pensioenen alleen bedoeld voor noordelijke (!) veteranen die als rechtstreeks gevolg van de oorlog gehandicapt waren geraakt. Zuidelijke veteranen werden als rebellen gezien, ook al was er dienstplicht en hadden ze geen keuze of ze vochten of niet. Derhalve vond de nieuwe regering dat de pensioenen slechts voor de helft van het land mochten gelden.

De hoogte van het pensioen hing af van de mate van de handicap en de rang. De enige voorwaarden verder waren dat de aanvrager minstens 90 dagen gediend had en eervol was ontslagen. En uiteraard moest hij zijn claim kunnen bewijzen.

Wijzigingen leiden tot een onhoudbaar systeem

Door de decennia heen kwamen er wat wijzigingen in het systeem.

Vanaf 1873 konden noordelijke weduwen ook een extra toelage krijgen voor elk afhankelijk kind waarvoor ze zorgden. In het begin golden die uitkeringen alleen vanaf de tijd van aanvraag. In 1879 kwam de Arrears Act, waarin ze een achterstallige betalingen konden opeisen vanaf het moment dat ze de militaire dienst verlaten hadden.

Vanaf 1890 veranderde het systeem: de handicap hoefde niet veroorzaakt te zijn door de oorlog, maar elke conditie die iemand van werken afhield, dus zelfs ouderdom, gaf recht op zo’n pensioen. De oorzaak was dat veel veteranen handarbeid, vooral op het land, verrichtten. De Pension Act van 1890 bepaalde dat elk handicap die werken onmogelijk maakte recht op een pensioen gaf.

Vanaf 1892 kregen ook verpleegsters pensioen à $12 per maand als ze tenminste zes maanden hadden gediend, eervol waren ontslagen en niet in staat waren zichzelf te onderhouden. In 1901 kreeg een weduwe ook pensioen als ze na de dood van haar veteraan hertrouwd was, wat eerder tot uitsluiting leidde, maar als deze nieuwe echtgenoot ook overleden was. In 1906 kwam er een herziening dat ouderdom al voldoende was om in aanmerking te komen voor een pensioen. In 1916 kreeg elke weduwe pensioen, ook als ze hertrouwd was en nog niet weer opnieuw weduwe was geworden.

Noordelijke veteranen kregen die pensioenen al sinds 1862, terwijl zuidelijke veteranen alleen gratis kunstbenen kregen (sinds 1871, waarvoor ze dan wel op eigen kosten naar de hoofdstad van hun staat moesten reizen) en recht hadden op speciale tehuizen. En dat terwijl ze financieel in veel deplorabelere staat waren dan de noordelijke soldaat. De oorlog was immers uitgevochten op hun land, hun huizen waren verwoest, hun vee gedood, hun steden en fabrieken afgebrand.

Rond 1890 kwamen voormalige geconfedereerde staten ook met pensioensysteem

Pas rond 1890 kwamen de elf voormalige geconfedereerde staten ook met een soort pensioensysteem. Dat dit zo lang moest duren, had zeker te maken met de desastreuze economische naoorlogse situatie in het zuiden. Zuidelijke congresleden vonden het terecht dat geconfedereerde veteranen ook geld kregen, aangezien ze ook vanaf de oorlog via indirecte belastingen eraan meebetaald hadden. Weerstand was er zowel in het noorden als zuiden, maar vreemd genoeg kwam de grootste weerstand van geconfedereerde soldaten die financieel in goeden doen waren en van zuidelijke politici die deze federale (in hun ogen dus noordelijke) steun een oneer vonden voor de Lost Cause. De zuidelijke soldaten werden niet opgenomen in het noordelijke systeem, maar elke ex-geconfedereerde staat creëerde dus zijn eigen systeem.

Dit ‘zuidelijke’ pensioen gold voor veteranen die als rechtstreeks gevolg van de oorlog verminkt waren geraakt of gestorven, alsmede voor hun weduwen en wezen. Elke staat had zijn eigen systeem, maar ze waren vergelijkbaar genoeg dat Georgia als voorbeeld voor allen kan dienen. Georgia begon met een invalidenpensioen in 1889 en een weduwenpensioen in 1893. Vanaf 1896 was er pensioen voor elke veteraan die niet voor zichzelf kon zorgen. In 1944 konden weduwen een pensioen krijgen ook als ze hertrouwd waren.

Verschillen noordelijke en zuidelijke pensioenen

Het zuiden had dus nu ook een pensioen, maar er waren echter verschillen met het ‘noordelijke’ systeem.

  1. Weduwen kregen pensioenen die lager waren dan wat hun echtgenoten gekregen zouden hebben als ze gestorven waren, terwijl in de noordelijke staten er geen aparte categorie voor weduwen was.
  2. Het pensioen werd bepaald door de mate van handicap; de militaire rang maakte hierbij geen verschil.
  3. Hoewel in het noorden de wetten in 1890 versoepeld werden en het pensioen gold voor elke veteraan die zijn brood niet meer kon verdienen, was dit in het zuidelijke systeem niet het geval. Er was altijd een inkomens- en armoedelimiet (opgeheven in 1920) en pensioenen werden nooit simpelweg gegeven voor het in dienst gezeten hebben alleen.
  4. Het systeem werd door directe belastingen gefinancierd, tegenover indirecte belastingen in het noorden.
  5. De pensioenen verschilden van staat tot staat in plaats van nationaal geregeld, en waren veel (!) minder genereus dan in het noorden.

Grootste ondersteuningsprogramma ter wereld

Na de oorlog was het pensioensysteem het grootste ondersteuningsprogramma ter wereld. De pensioenen drukten zwaar op de begrotingen, vooral in het zuiden, waar de uitgaven ‘monumentaal’ genoemd worden in de bronnen. De federale pensioenen waren ook een zware last. In 1893 kregen meer dan een miljoen mannen pensioen en vormden de uitkeringen maar liefst 40% van het nationale budget! In 1910 ontving 90% van de nog levende noordelijke veteranen één of andere vorm van overheidssteun.

Die financiële last werd natuurlijk wel steeds kleiner, maar bleef tot ver in de twintigste eeuw bestaan. De laatste noordelijke veteraan (Albert Woolson) stierf in 1956 op 109-jarige leeftijd. De laatste pensioentrekkende noordelijke weduwe (Gertrude Janeway) stierf in 2003 op 93-jarige leeftijd. De laatste pensioentrekkende geconfedereerde weduwe (Maudie Hopkins) stierf in 2008 op 93-jarige leeftijd. Over de laatste geconfedereerde veteraan is wat controverse. John Salling heeft vaak beweerd dat hij het was, maar het weinige historische bewijs dat er is, lijkt dit te weerspreken. Een aantal anderen claimden deze status ook, maar konden het ook niet bewijzen. De laatst levende zuidelijke veteraan met ook daadwerkelijk aantoonbare claim, was Pleasant Crump, die in 1951 stierf op 104-jarige leeftijd. Het is dus goed mogelijk dat er veteranen waren die zowel Woolson als Crump hebben overleefd, maar dit nooit hebben kunnen bewijzen.

Politieke consequenties

Vanwege de enorme kosten was er dikwijls kritiek op hen die de uitkeringen betrokken en uitkeerden. De woorden corruptie en fraude vielen regelmatig. Vooral weduwen werden vaak voor fraudeur uitgemaakt, vooral als ze op erg jonge leeftijd een stokoude veteraan hadden getrouwd. Ook veronderstelde lafaards werden dikwijls zo betiteld en in het federale systeem ook zwarte veteranen. Het noorden had naar eigen zeggen zogenaamd gevochten voor de vrijheid van de zwarte slaaf, maar voelde na de gewonnen oorlog weinig voor gelijke rechten voor die vrijgelaten slaaf. Daarnaast was weliswaar het systeem kleurenblind, maar het proces zelf niet. Vaak konden zwarten niet met de benodigde documentatie komen. En de ambtenaren die de aanvraag moesten beoordelen, waren blank en vaak racist.

De pensioenen hadden ook politiek consequenties. President Cleveland sprak meer dan 200 maal zijn veto uit over buitengewone pensioenaanvragen van mensen die buiten de regels vielen en verloor daardoor in 1888 de verkiezingen. Zijn opvolger Harrison kende bijna elke aanvraag goed of die nu aantoonbaar geldig was of niet en daardoor wist Cleveland hem in 1892 weer te verslaan vanwege corruptie. Er ontstond een nieuw beroep: pensioenadvocaten, die voor een substantieel deel van de uitkering de aanvrager wel wilde helpen.

Want zo’n pensioenaanvraag was nog niet zo vanzelfsprekend. Het proces eiste van de veteraan dat hij een gedetailleerd formulier invulde over zijn diensttijd, handicap en status. Hij moest met getuigen komen en een lichamelijk onderzoek ondergaan. In het begin werden er ook officiële paperassen van het militaire hospitaal vereist, papieren die er vaak niet waren. Dit alles koste tijd, reizen en geld en dat hadden de mannen vaak niet. Daarnaast was het voor zuidelijke veteranen moeilijk kameraden te vinden om voor hen te getuigen als ze niet de idealen van de Lost Cause aanhingen.

De betaling van het systeem ging in het noorden door tarieven. Zo schroefde de McKinleyy Tariff van 1890 het tarief op tot maar liefst 49% op bepaalde geïmporteerde goederen. Dat maakte niet-veteranen weer kwaad, waardoor het geheel een politieke speelbal bleef. Zoals gezegd zocht het zuiden de oplossing in directe belastingen. Zo hief Georgia tabaksbelasting, maar dat bleek veel te weinig om de rekening te betalen, want bijna altijd onderschatten ze het aantal aanvragen. Zo had Georgia in 1937 nog steeds 232 veteranen die pensioen ontvingen en 1377 weduwen, elk goed voor $30 per maand. En dat tijdens de Depressie! In Georgia waren er in 1952 altijd nog 401 weduwen, die de staat $361.000 per jaar kostten.

Van de uitkeringen werd iemand niet rijk, echter. In het noordelijke systeem kreeg iemand in 1862 die 100% invalide was, slechts $8 dollar per maand. Vergelijk hiermee de soldij, die toen $13 voor de Union en $11 voor de Confederacy bedroeg en wat al ver onder een normaal, gemiddeld maandloon lag. Maar de bedragen werden tijdens de oorlog hoger om meer soldaten te kunnen rekruteren. In 1912 werd de uitkering opgeschroefd tot maximaal $30 per maand.

Janeway vs Hopkins of toch Jackson

Waar het weduwen betreft, wordt het ineens verwarrend. Een eerder bericht had me al geleerd dat in 2003 de laatste weduwe overleden zou zijn op 93-jarige leeftijd, die op haar 18e haar 81-jarige veteraan gehuwd had. Dit is de hierboven genoemde Gertrude Janeway. Later leerde ik dat Maudie Hopkins na haar gestorven is. Janeway was een Union weduwe, Hopkins een Geconfedereerde weduwe. Helaas stellen sommige bevooroordeelde of slecht-geïnformeerde bronnen iets wat voor het voormalige noorden geldt gelijk aan geldend voor het hele land, waardoor ze lukraak de weduwe Janeway de laatste Burgeroorlogweduwe noemen zonder de significante vermelding dat er nog een geconfedereerde weduwe in leven was.

Maar nu is er dan mevrouw Jackson. Even dacht ik dat de twee berichten op een noordelijke en zuidelijke weduwe konden slaan, omdat ik toen nog niet op de hoogte was van mevrouw Hopkins en aangezien Private Bolin voor Missouri vocht, maar bij beter lezen zag ik dat zijn eenheid een noordelijke eenheid was. En daarna zag ik dus dat bericht over de weduwe Hopkins. Dus dat was het niet. Ik denk dat de verwarring is ontstaan, omdat de weduwe uit 2003 wel van het pensioen gebruikt maakte en weduwe Jackson blijkbaar niet. Want het bericht over Helen Viola Jackson vermeldt dat ze wel recht had op een veteranenpensioen, maar daar geen gebruik van maakte. Daarmee stond ze dus niet op de officiële lijsten en is ze over het hoofd gezien.

Hoofdstuk afgesloten

En is het hoofdstuk wel afgesloten? Want ook wezen hebben recht op dit pensioen. Jazeker, het is nu in 2020 definitief afgesloten. Op 31 mei van dit jaar stierf namelijk de 90-jarige Irene Triplett, de dochter van een veteraan, die eerst voor het zuiden had gevochten, gedeserteerd was vlak voor Gettysburg en toen voor het noorden had gestreden. Ze werd geboren in 1930, toen haar vader bijna 84 was. Sinds de dood van haar vader in 1938, kwam ze in aanmerking voor een pensioen, omdat ze door een geestelijke beperking als een hulpeloos veteranenkind werd aangemerkt. Zij ontving vanaf de dood van haar vader $73,13 per maand voor een totaalbedrag van $73.000 of $344.000 als het wordt aangepast voor inflatie.

Maar vanaf 31 mei 2020 worden er dus geen pensioenen meer uitgekeerd die aan de Burgeroorlog gerelateerd zijn. Twee weken geleden stierf Helen Viola Jackson, voor zover we weten de laatst levende Burgeroorlogweduwe en daarmee kwam een einde aan een tijdperk. En daarom vond ik het minuscule berichtje, dat door velen gemist zal zijn, interessant.

Overigens… geconfedereerde soldaten werden pas in 1958 officieel beschouwd als oorlogsveteranen…

Veterans’ Pensions

 

Today I read a little report in the newspaper: On December 16, Helen Viola Jackson died at the age of 101 in Marshfield, Missouri.

That in itself seems like an unimportant message, because no one knows Mrs Jackson. Still, I dove right into it. Because what’s the matter? Mrs. Jackson was, as far as we know, the last widow of a soldier who fought in the American Civil War.

167 years after the war the last veterans’ pension

That war ended in 1865, so how could a widow have still lived in 2020? Well, Private James Bolin (US 14th MO Cavalry) married the then 17-year-old Helen on September 4, 1936 at the age of 93. Bolin died in 1939 and his never-remarried widow now in 2020.

But that’s beside the point. That’s not why the message interested me. What mattered to me was that the chapter on veterans’ pensions of the Civil War can finally be closed, 167 years later. For what about those pensions?

It is well known that the Civil War was a struggle with major social, political and economic consequences. And one of those aspects was pensions for veterans and their spouses and children.

War Pension Act of 1818

First, a general story about veterans’ pensions in the United States. Ever since their inception (and therefore since the Revolution) it has been talked about – and quarrelled about. Because from the beginning, it was a cause for controversy. The whining about this after the Revolution came to an end in 1818 with the War Pension Act. After its introduction, however, Congress was overwhelmed by the large number of claims and there was immediate talk of fraud, which meant that benefits had to be cut considerably.

Sailors had it slightly better than soldiers. From 1811 onwards, 20 cents a month were deducted from sailors’ wages, from which the Naval Asylum in Philadelphia was eventually built in 1827, the first hospital retirement home for the fleet in the United States. Soldiers had to wait until 1851. Then the U.S. Soldiers Home was built, paid for by soldiers’ pay and private donations; not a penny of public money was involved.

It was the Civil War, with its incomprehensible numbers of wounded and dead, that brought about a change in thinking. During the war, 60,000 soldiers underwent amputation and survived. Many soldiers who did come home with four limbs experienced long-term consequences and complications from old wounds, diseases contracted in the war, and damage from malnutrition, not to mention PTSD. Homes were established and a pension system was rigged.

Only for northern soldiers

So at the outbreak of the Civil War, there was already a pension scheme for invalids, but the South had to drop out due to lack of money. During the war, there was already resentment in the Confederate army over the lack of pensions for those who had lost an arm or leg, and tensions rose so high that it almost led to a military coup. After the war, the veterans felt forgotten, while citizens saw the pensions that did exist, as government gifts.

Initially, the pensions were only intended for northern (!) veterans who had become disabled as a direct result of the war. Confederate veterans were seen as rebels, even though there had been conscripted and had no choice whether to fight or not. As a result, the new government considered that pensions should only apply to half of the country.

The amount of the pension depended on the degree of disability and rank. The only other conditions were that the applicant had served at least 90 days and had been honourably discharged. And, of course, he had to be able to prove his claim.

Changes led to an untenable system

Over the decades, there were some changes to the system.

Beginning in 1873, northern widows could also receive an additional allowance for each dependent child they cared for. In the beginning, these benefits only applied from the time of application onwards. In 1879 the Arrears Act was passed, which allowed them to claim arrears from the moment they left military service.

From 1890 onwards, the system changed: the disability did not have to be caused by the war, but any condition that prevented someone from working, even old age, entitled them to such a pension. The reason was that many veterans performed manual labour, especially in the fields. The Pension Act of 1890 stipulated that any disability that made it impossible to work gave entitlement to a pension.

Beginning in 1892, nurses were also paid a pension of $12 a month if they had served for at least six months, had been honourably discharged, and were unable to support themselves. In 1901, a widow also received a pension if she had remarried after the death of her veteran, which previously led to disqualification, but if this new husband had also died. In 1906 there was a revision that old age was sufficient to qualify for a pension. In 1916, every widow received a pension, even if she had remarried and had not yet been widowed again.

Northern veterans had been receiving these pensions since 1862, while Southern veterans only received free artificial legs (since 1871, which required them to travel to their state capital at their own expense) and were entitled to special homes. And that while they were financially in a much more deplorable state than the northern soldier. After all, the war had been fought on their land, their homes destroyed, their cattle killed, their towns and factories burned down.

Around 1890, former confederate states also came up with a pension system

It wasn’t until around 1890 that the eleven former confederate states also came up with a kind of pension system. The fact that this took so long was certainly due to the disastrous post-war economic situation in the south. Confederate congressmen thought it was justified that Confederate veterans also received money, since they had also contributed to it through indirect taxes since the war. There was resistance in both the north and south, but strangely enough, the greatest resistance came from Confederate soldiers who were financially well-off and from southern politicians who considered this federal (in their eyes northern) support a dishonour to the Lost Cause. So the Confederate soldiers were not included in the northern system, but each ex-confederate state created its own system.

This ‘Southern’ pension applied to veterans who had been maimed or had died as a direct result of the war, as well as their widows and orphans. Each state had its own system, but they were similar enough that Georgia can serve as an example for all. Georgia began with an invalid’s pension in 1889 and a widow’s pension in 1893. From 1896 onwards, there was a pension for any veteran who could not take care of himself. In 1944, widows could receive a pension even if they had remarried.

Difference between northern and southern pension

So the south now also had a pension, but there were differences with the ‘northern’ system.

  1. Widows received pensions that were lower than what their husbands would have received if they had died, while in the northern states there was no separate category for widows.
  2. The pension was determined by the degree of disability; military rank made no difference.
  3. Although in the North the laws were relaxed in 1890 and the pension applied to any veteran who could no longer earn a living, this was not the case in the Southern system. There was always an income and poverty limit (abolished in 1920) and pensions were never given simply for just having been in service.
  4. The system was financed by direct taxes, as opposed to indirect taxes in the north.
  5. Pensions differed from state to state rather than nationally, and were much (!) less generous than in the north.

Largest support program in the world

After the war, the pension system was the largest support program in the world. Pensions weighed heavily on budgets, especially in the South, where the expenses are described in the sources as ‘monumental’. Federal pensions were also a heavy burden. In 1893, more than a million men received pensions and benefits accounted for as much as 40% of the national budget! In 1910, 90% of surviving Northern veterans received some form of government assistance.

Of course, this financial burden became smaller and smaller, but it persisted well into the twentieth century. The last Northern veteran (Albert Woolson) died in 1956 at the age of 109. The last pensionable northern widow (Gertrude Janeway) died in 2003 at the age of 93. The last pensionable Confederate widow (Maudie Hopkins) died in 2008 at the age of 93. There is some controversy about the last Confederate veteran. John Salling has often claimed it was him, but what little historical evidence there is seems to contradict this. A number of others also claimed this status, but could not prove it either. The last living Confederate veteran with a demonstrable claim was Pleasant Crump, who died in 1951 at the age of 104. So it’s quite possible that there were veterans who survived both Woolson and Crump, but were never able to prove it.

Political consequences

Because of the enormous costs, there was often criticism of those who received them and those who paid them. The words corruption and fraud were used regularly. Widows, in particular, were often called fraudsters, especially if they had married a very old veteran at a very young age. Supposed cowards were also often referred to as such, and in the federal system black veterans as well. The North had supposedly fought for the freedom of the black slave, but after winning the war they had little interest in equal rights for the freed slave. In addition, although the system was colourblind, the process was not. Often, blacks could not come up with the necessary documentation. And the officials tasked with reviewing the application were white and often racist.

The pensions also had political consequences. President Cleveland vetoed extraordinary retirement claims from people who fell outside the rules more than 200 times and lost the election in 1888 as a result. His successor, Harrison, approved almost every application, whether it was demonstrably valid or not, and as a result, Cleveland was able to defeat him again in 1892 for corruption. A new profession emerged: pension lawyers, who were willing to help the applicant for a substantial part of the benefit.

After all, such a pension application was not so self-evident. The process required the veteran to fill out a detailed form about his length of service, disability, and status. He had to come with witnesses and undergo a physical examination. In the beginning, official papers from the military hospital were also required, papers that were often not available. All this took time, travel and money and the men often didn’t have that. In addition, it was difficult for Southern veterans to find comrades to testify for them if they did not adhere to the ideals of the Lost Cause.

Payment of the system went through tariffs in the north. For example, the McKinleyy Tariff of 1890 increased the tariff to a whopping 49% on certain imported goods. That angered non-veterans, so the whole thing remained a political plaything. As mentioned, the South sought the solution in direct taxation. For example, Georgia levied a tobacco tax, but that turned out to be far too little to pay the bill, because they almost always underestimate the number of applications. For example, in 1937, Georgia still had 232 veterans receiving pensions and 1,377 widows, each earning $30 a month. And that during the Depression! In Georgia in 1952, there were still 401 widows, costing the state $361,000 a year.

The benefits did not make anyone rich, however. In the northern system in 1862, a person who was 100% disabled received only $8 dollars a month. Compare this with the pay, which was then $13 for the Union and $11 for the Confederacy and which was already well below a normal, average monthly wage. But the amounts increased during the war in order to be able to recruit more soldiers. In 1912, the allowance was increased to a maximum of $30 per month.

Janeway vs Hopkins or Jackson after all

When it comes to widows, things suddenly get confusing. An earlier post had already told me that in 2003 the last widow would have died at the age of 93, who had married her 81-year-old veteran at the age of 18. This is the Gertrude Janeway mentioned above. Later I learned that Maudie Hopkins died after her. Janeway was a Union widow, Hopkins a Confederate widow. Unfortunately, some biased or ill-informed sources equate something that is true for the former North with being true for the entire country, thus indiscriminately calling the widow Janeway the last Civil War widow without the significant mention that a Confederate widow was still alive.

But now there is Mrs Jackson. For a moment I thought that the two messages could refer to a northern and southern widow, because I was not yet aware of Mrs. Hopkins at the time and since Private Bolin was fighting for Missouri, but on closer reading I saw that his unit was a northern unit. And then I saw that message about the widow Hopkins. So that could not be the case. I think the confusion arose because the widow from 2003 did use the pension and the widow Jackson apparently did not. For the message about Helen Viola Jackson mentions that she was entitled to a veteran’s pension, but did not use it. As a result, she was not on the official lists and has been overlooked.

Chapter closed

And is the chapter closed? After all, orphans are also entitled to this pension. Yes, it has now been definitively closed as of 2020. On May 31 of this year, 90-year-old Irene Triplett, the daughter of a veteran, who had first fought for the South, deserted just before Gettysburg and then fought for the North, died. She was born in 1930, when her father was almost 84. Since her father’s death in 1938, she was eligible for a pension because she was classified as a helpless veteran’s child due to a mental disability. She received $73.13 per month from her father’s death for a total amount of $73,000 or $344,000 when adjusted for inflation.

But as of May 31, 2020, pensions related to the Civil War will therefore no longer be paid. Two weeks ago, Helen Viola Jackson, as far as we know, the last living Civil War widow, died, marking the end of an era. And that’s why I found the minuscule message, which will have been missed by many, interesting.

Besides… Confederate soldiers were not officially considered war veterans until 1958…

Reacties

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer blogs en verhalen

Terug naar alle blogs
Back To Top