Het is alweer een tijdje geleden tot mijn laatste blog. Ik heb het druk gehad, ik had andere zaken aan mijn hoofd, ik ben het vergeten en toen wilde ik wachten tot de website vernieuwd was.
Want ja, zoals jullie misschien kunnen zien, heeft mijn webmaster Arjan Wassink mijn website een opknapbeurt gegeven.
Wat is er anders? Er staan nu wat teksten op de start- en boekenpagina. Voor wie ze wel erg ronkend vindt: ik was mijn handen in onschuld, want ik heb ze niet geschreven, haha. In plaats van een banner staat er nu een kleine selectie van mijn boeken als startfoto. Mijn boeken zijn helaas niet meer in de vorm van een boek, wat teveel laadtijd ging kosten, dus dat is wel jammer, maar niets aan te doen.
En, last but not least, bij de blogs is nu een knop om te kiezen tussen Engels en Nederlands. Ik heb de vertaling zelf ter hand genomen, dus schrik niet van een foutje hier en daar; ik ben immers geen native speaker.
De Steinburg Mysteriën toch niet voltooid
Wat er nog meer voor nieuws is? Ik ben met een nieuw boek bezig. Nou ja, ik ben altijd wel met een boek bezig, dus zo groot nieuws is dat ook niet, maar ik ben met een nieuw verhaal bezig over Gwide en Steinburg.
Ik dacht dat met de laatste twee boeken in de Steinburg Mysteriën serie het verhaal klaar was. Ik had het hoofdstuk gesloten. Vijf boeken met elk twee verhalen met een duidelijke rode draad waren voldoende.
Die rode draad is de strijd tegen Bohemen. Bohemen probeerde in die tijd agressief zijn grondgebied te vergroten ten koste van Hongarije, Oostenrijk en het Heilig Roomse Rijk en dat eindigde met de grootste ridderslag ooit, waarover ik in een vorig blog geschreven heb. En daarmee was het verhaal in mijn beleving voltooid.
Maar die agressie is natuurlijk een keer begonnen. En dat was een aantal jaren voor het eerste boek in deze serie zich afspeelt. En dus voelde het ineens alsof het verhaal niet af was, omdat het begin, de aanloop ontbrak. En dus moest er een zesde boek, een prequel komen.
Groot Interregnum
Die agressie viel, niet zo heel verwonderlijk, samen met het Groot Interregnum, een periode van drieëntwintig jaar (1250-1273) waarin er geen centrale koning was van het Heilige Roomse Rijk, omdat meerdere kandidaten die titel opeisten. Dit opende de weg voor de rijksvorsten en vooral de keurvorsten om de macht naar zichzelf toe te trekken en geen was daar zo schaamteloos in als koning Ottokar II van Bohemen. De andere keurvorsten in die tijd waren de aartsbisschoppen van Mainz, Trier en Keulen, de paltsgraaf aan de Rijn, de hertog van Saksen en de markgraaf van Brandenburg, maar vreemd genoeg niet de hertog van Nederbeieren (de hertog van Opperbeieren was tegelijkertijd paltsgraaf).
Dus voor het fictieve, Beierse graafschap Steinburg begon de oorlog met Bohemen in 1257, toen Ottokar Beieren binnenviel en daar wreed tekeerging. Het is die slag bij Mühldorf in 1257 die het begin van de krijgscarrière van onze hoofdpersoon vormt en waar hij als jonge schildknaap letterlijk zijn sporen moet verdienen.
Overigens is er over die slag weinig te vinden, afgezien van het feit dat de brug over de Inn instortte, waarbij veel soldaten omkwamen, en als je er online naar zoekt, word je standaard verwezen naar de slag met dezelfde naam uit 1322.
Zijn Sporen Verdienen
Gwide moet zijn sporen nog verdienen. Hoe komen we aan die term? Wel, die stamt uit de middeleeuwen. Een adellijke jongeman ging vanaf zijn zevende in training en begon als page. Als hij een jaar of veertien was, werd hij schildknaap en kreeg hij zilveren sporen. Rond zijn eenentwintigste kon hij, als hij geluk had, tot ridder geslagen worden en kreeg hij gouden sporen. Dus vandaar die uitdrukking.
Overigens werd lang niet iedereen ridder. Het was namelijk een zeer kostbare aangelegenheid en lang niet iedereen kon dat betalen, zodat velen hun hele leven lang schildknaap in dienst van een ridder bleven.
Gwide is dus ook nog geen ridder in dit boek. Maar we leren over zijn eerst slagveld, hoe zijn karakter is gevormd en hoe die bijzondere vriendschap met Walpurge is ontstaan en de diepe vertrouwensband met zijn broer.
De Trossemeester
Zoals altijd in deze serie bestaat uit boek uit twee verhalen, die min of meer los van elkaar staan. Het eerst heb ik De Trossemeester genoemd. Maar wat is dat?
Etymologisch lopen hier twee verschillende woorden door elkaar.
Enerzijds heb je het Middelhoogduitse (Middeleeuws Duitse) woord trosse, dat bagage betekent en uit het Latijn komt en in nauwere zin bagagetrein, het logistieke transport dat achter het leger aankwam. Anderzijds is daar het oude Proto-Germaanse woord *druhtiz, wat evolueerde tot dryht (Oud-Engels), drecht (Oud-Fries), *druht (Oud-Saksich), truht (Oudhoogduits) en drótt (Oud-Noors), en dat zoveel betekent als leger, troep, lijfwacht en dergelijke. En dat is de term die hier bedoeld wordt. Dus een trossemeester is een legerleider. Trosmeester had misschien letterkundig meer voor de hand gelegen, maar ik was bang dat men dan aan een kabeltros zou denken en de verwarring nog groter zou zijn.
Het verhaal vertelt dus over die invasie van Bohemen in Beieren in 1257 en Gwides rol daarin. Zoals het een moordmysterie betaamt, vindt er uiteraard bij het oprukken een moord plaats in het legerkamp en als vertegenwoordiger van zijn broer de graaf valt het deels aan Gwide om, samen met devader van zijn vriend Wigo, de dader op te sporen. We leren hoe hij Walpurge leert kennen en hoe het gebeuren zijn, en zijn broers, karakter en denkwereld vormt.
De Slaaf uit Genua
Het tweede boek gaat dus over een Italiaanse slaaf. Velen zullen denken: maar in de Middeleeuwen hadden we wel horigen, maar toch geen slaven meer in West-Europa? Dat is waar. In West-Europa niet. Maar in Oost-Europa was het nog heel gebruikelijk en niet alleen daar. Spanje was voor een groot deel bezet door de Arabieren en die hielden slaven, zoals dat in de hele moslimwereld gebruikelijk was. In Zuid-Frankrijk hield men toen ook nog vrij openlijk slaven. En de slavenhandel tierde welig.
De grote spelers daarin waren Venetië en Genua. En omdat christenen geen christenen tot slaaf mochten maken of hebben, en tegelijkertijd moslims geen moslimslaven mochten houden, lag er een rijke markt open voor mensen zonder scrupules om christenen of, nog beter, heidenen uit Oost-Europa en het Baltische gebied, te verkopen aan de moslims, en omgekeerd.
Die slavenhandel liep voor een groot deel over de Krim, waar deze steden vaste handels- en overslagplaatsen hadden, omdat dit het grensgebied was tussen heidense en niet-heidense gebieden. Dit was ook de reden dat korte tijd later Praag de grootste slavenmarkt van Europa werd.
Dus nee, slavernij was nog lang niet uitgeroeid.
Het verhaal speelt zich drie jaar na het vorige af op het moment dat Steinburg stadsrechten krijgt en om dat te vieren een grote jaarmarkt organiseert. En natuurlijk verloopt die niet zonder bloed. In dit boek zien we de vriendschap tussen Gwide en schout Gerold ontstaan.
Het Gebroken Rad
Ik had natuurlijk ook een titel nodig voor beide verhalen tezamen en na lang wikken en wegen, waar ik in verband met spoilers niet te veel over kwijt kan, ben ik op de titel Het Gebroken Rad gekomen.
Het Rad van Fortuin (Rota Fortunae) was een welbekend symbool in de Middeleeuwen, waar heel wat afbeeldingen van zijn. Het ligt voor de hand dat ik één van die ga gebruiken als kaft. Ik ben al wat aan het experimenteren met achtergronden, dus helemaal klaar is die nog niet, maar dat gaat het wel worden.
Of misschien ga ik modern doen en AI gebruiken. Het lijkt me leuk om daarmee aan de slag te gaan en niet meer afhankelijk te zijn van afbeeldingen zonder copyright of voorwerpen te moeten kopen om een eigen foto te maken.
Het Middeleeuws Klimaatoptimum
Het verhaal speelt zich ook af tegen de achtergrond van een korte periode van koude winters en zomers, met mislukte oogsten en hongersnoden. Deze werden veroorzaakt door een vulkaanuitbarsting elders in de wereld en zo’n koude periode die daarop volgt, noemen we een vulkanische zomer.
Deze uitbarsting vond plaats in 1257. In één van de grootste erupties van het Holoceen barstte de Samalas op Lombok uit. Dit gebeurde aan het einde van het zogenaamde Middeleeuwse Klimaatoptimum. Die vond plaats van ongeveer 950 tot 1250 en was een periode van hogere temperaturen in Europa, wat leidde tot welvaart en groei.
De milde winters en lange zomers zorgden voor een toename van oogstopbrengsten. Zo kwam de wijnbouw in Nederland toen tot bloei. Deze toename leidde weer tot groei van de bevolking en ontwikkeling van steden. De Noormannen konden zich vestigen op IJsland en Groenland. En deze uitbarsting droeg zeker bij aan het einde van deze periode, die uiteindelijk leidde tot de Kleine IJstijd.
Tijdsgewricht
Ik probeer in mijn boeken altijd wetenswaardigheden uit de betreffende periode te verweven, dingen die opvallend anders zijn dan in onze tijd of die men niet zou verwachten. Of soms zijn ze welbekend, maar geven ze de juiste historische ‘kleur’ aan een verhaal. En al speurend kom ik allerlei weetjes tegen.
Zo verbaasde het me dat vrije boeren er soms voor kozen om horige te worden. De reden was dat vrije boeren opgeroepen konden worden voor dienstplicht, terwijl een horige dat niet hoefde. En in tijden met veel oorlog, was het dus beter om een afhankelijke half-slaaf te zijn, dan een vrije boer, die gedwongen kon worden de wapenen op te nemen.
Ook kwamen er weer nieuwe vragen boven, die ik niet altijd heb kunnen beantwoorden.
Onze sprookjes zijn oud, maar waren ze al in de huidige vorm bekend in de 13e eeuw? Of zijn ze later bedacht? Of was de vorm toen anders? We weten het niet precies. En de slavenhandelsposten Sukhumi en Kaffa bestonden al wel in 1280, maar ook al in 1260?
Waar ik wel een antwoord op heb kunnen vinden, is hoe hoog het losgeld was voor een op het slagveld gevangengenomen edele. Het probleem daarbij is dan echter weer dat die bedragen erg uiteenliepen naar vermogen en rang van de edele en dat ik maar weinig referentiekaders had, dus hoeveel betekende zo’n bedrag. Daarnaast moet je het ook weer omrekenen van de ene naar de andere valuta.
Zoals ik al eerder heb vermeld, was de 13e eeuw een echt tijdsgewricht, waarin er veel nieuwe dingen ontdekt werden en er veel veranderingen kwamen. Zo wordt pas in Duitsland pas in 1276 beul als apart beroep benoemd, ontstond de liedvorm canon (toen rota genoemd) rond 1250 in Engeland, kwamen poleynen (ijzeren kniebeschermers) in het midden van deze eeuw in zwang en werd in Zuid-Duitsland voor het eerst het Pinkster- of Heilige-Geestgat gemaakt.
Invasie door het Toilet
Al rechercherend kom je ook wel eens broodjes aap tegen, dingen die je, zelfs op school, geleerd hebt gekregen, maar die dan niet blijken te kloppen. Heel wat dromen en zeepbellen zijn bij mijn recherches kapotgeprikt, zoals de fabel dat wenteltrappen altijd rechtsom draaiden vanwege de zwaardhand.
Zo was ik er ook altijd van overtuigd dat bij het beleg in 1203-1204 van Château Gaillard de belegeraars uiteindelijk binnen wisten te komen door de secreetschacht, een stenen, tunnelachtige uitbouw aan de buitenkant van een kasteelmuur onder een toilet, een zogenaamde ‘garderobe’. Hoe dat woord van toiletruimte ging veranderen in kledingkast heeft te maken met de ammoniakdampen die er hingen, wat bij uitbaat geschikt was om ongedierte uit kleding weg te houden, waarom het er vaak opgeslagen werd.
Dat terzijde spraak het verhaal van de dappere belegeraars die hun leven waagden door via deze uiterst krappe, met poep besmeurde ruimte naar boven te klimmen, de fantasie aan. En misschien klopt het. Bronnen uit die tijd beweren het. Maar modern onderzoek zegt dat het ook propaganda of een vertaalfout geweest kan zijn en dat ze eigenlijk binnenkwamen via een raam naar een kamer onder de kapel. Wat die kamer dan was, wordt uit de oude Latijnse teksten weer niet duidelijk. Sommigen zeggen dat het een voedselopslagplaats was, anderen een geheime ruimte en natuurlijk zou het ook toch een toilet geweest kunnen zijn.
Ik ben gaan zoeken of het überhaupt mogelijk zou zijn, maar heb geen maten kunnen vinden voor hoe breed die schachten gewoonlijk waren. Als ze al tot helemaal aan de grond kwamen, een vereiste, dan moesten ze ruim genoeg zijn dat een indringer zijn armen en benen kan buigen en zo omhoog kan komen, tenzij een verrader hem van binnenuit optakelt.
Ik heb maar één voorbeeld kunnen vinden. De secreetschacht van Orford Castle is vijftig centimeter in doorsnede en dat lijkt me eigenlijk nauwelijks genoeg. Wie meer maten en voorbeelden heeft, mag zich graag melden.
Het boek is klaar, maar ik moet het nog finetunen. Er moet dus nog wel het één en ander aan gebeuren. Maar wie van de Steinburg Mysteriën genoten heeft en Gwide in het hart heeft gesloten en graag meer van hem wil weten, kan eerdaags een melding tegemoet zien dat het boek bij de drukker ligt.
It’s been a while since my last blog. I have been busy, I had other things on my mind, I forgot and then I wanted to wait until the website was renewed.
Because yes, as you may see, my webmaster Arjan Wassink has given my website a makeover.
What’s different? There are now some texts on the start and books page. For those who find them very roaring: I wash my hands in innocence, because I didn’t write them, haha. Instead of a banner, there is now a small selection of my books as a starting photo. Unfortunately, my books are no longer in the form of a book, which was going to take too much loading time, so that’s a shame, but nothing can be done about it.
And, last but not least, the blogs now have a button to choose between English and Dutch. I took care of the translation myself, so don’t be alarmed by a mistake here and there; After all, I am not a native speaker.
The Steinburg Mysteries not completed after all
What else is new? I’m working on a new book. Well, I’m always working on a book, so it’s not that big news, but I’m working on a new story about Gwide and Steinburg.
I thought that with the last two books in the Steinburg Mysteries series, the story was finished. I had closed the chapter. Five books with two stories each with a clear thread were sufficient.
That common thread is the fight against Bohemia. Bohemia at that time aggressively tried to increase its territory at the expense of Hungary, Austria and the Holy Roman Empire and that ended with the largest knight batle ever, which I wrote about in a previous blog. And with that, the story was complete in my opinion.
But of course, that aggression started at some point. And that was a few years before the first book in this series takes place. And so it suddenly felt like the story was not finished after akk, because the beginning, the run-up was missing. And so there had to be a sixth book, a prequel.
Great Interregnum
This aggression coincided, not surprisingly, with the Great Interregnum, a period of twenty-three years (1250-1273) in which there was no central king of the Holy Roman Empire, because several candidates claimed that title. This opened the way for the imperial princes and especially the electors to seize power to themselves and none was as shameless in this as King Ottokar II of Bohemia. The other electors at that time were the archbishops of Mainz, Trier and Cologne, the count palatine on the Rhine, the duke of Saxony and the margrave of Brandenburg, but strangely enough not the duke of Lower Bavaria (the duke of Upper Bavaria was at the same time count palatine).
So for the fictional, Bavarian county of Steinburg, the war with Bohemia began in 1257, when Ottokar invaded Bavaria and viciously raged there. It is the battle of Mühldorf in 1257 that marks the beginning of our protagonist’s military career and where he literally has to earn his spurs as a young squire.
By the way, there is little to be found about that battle, apart from the fact that the bridge over the Inn collapsed, killing many soldiers, and if you search for it online, you will be referred to the battle of the same name from 1322 by default.
Win his spurs
Gwide has yet to earn his spurs. How did we come up with that term? Well, it dates from the Middle Ages. A noble young man went into training from the age of seven and started as a page. When he was about fourteen years old, he became a squire and got silver spurs. Around the age of twenty-one, if he was lucky, he could be knighted and he got golden spurs. So hence that expression.
Incidentally, not everyone became a knight. It was a very expensive affair and not everyone could afford it, so many remained squires in the service of a knight all their lives.
So Gwide is not yet a knight in this book. But we learn about his first battlefield, how his character was formed and how that special friendship with Walpurge came about and the deep bond of trust with his brother.
The Dright Master
As always in this series, the book consists of two stories, which are more or less separate from each other. The first I called De Trossemeester (The Trossemaster). But what is that?
Etymologically, two different words are intertwined here.
On the one hand, you have the Middle High German (Medieval German) word trosse, which means luggage and comes from Latin and in a narrower sense baggage train, the logistical transport that came after the army. On the other hand, there is the old Proto-Germanic word *druhtiz, which evolved into dryht (Old English), drecht (Old Frisian), *druht (Old Saxon), truht (Old High German) and drótt (Old Norse), which means as much as army, troop, bodyguard and the like. And that is the term that is meant here. So a dright master (trossemeester) is an army leader. Trosmeester might have been more obvious from a literary point of view, but I was afraid that people would think of a cable hawser (tros in Dutch) and the confusion would be even greater.
So the story tells about the invasion of Bohemia in Bavaria in 1257 and Gwide’s role in it. As befits a murder mystery, a murder naturally takes place in the army camp when it advances and as a representative of his brother the Count, it is partly up to Gwide, together with the father of his friend Wigo, to track down the culprit. We learn how he gets to know Walpurge and how the incident shapes his, and his brother’s, character and thinking.
The Slave from Genoa
So the second book is about an Italian slave. Many will think: but in the Middle Ages we had serfs, but no slaves in Western Europe, right? That’s true. Not in Western Europe. But in Eastern Europe it was still very common and not only there. Spain was largely occupied by the Arabs and they kept slaves, as was customary throughout the Muslim world. In the south of France, slaves were still kept quite openly at the time. And the slave trade was rampant.
The big players in this were Venice and Genoa. And because Christians were not allowed to enslave Christians, and at the same time Muslims were not allowed to keep Muslim slaves, there was a rich market open for unscrupulous people to sell Christians or, even better, pagans from Eastern Europe and the Baltic region, to the Muslims, and vice versa.
This slave trade ran largely through the Crimea, where these cities had fixed trading and transshipment points, because this was the border area between pagan and non-pagan areas. This was also the reason that a short time later Prague became the largest slave market in Europe.
So no, slavery was far from eradicated.
The story takes place three years after the previous one when Steinburg receives city rights and organizes a large annual fair to celebrate. And of course it does not transpire without blood. In this book we see the friendship between Gwide and Bailiff Gerold develop.
The Broken Wheel
Of course, I also needed a title for both stories together and after much deliberation, which I can’t say too much about because of spoilers, I came up with the title Het Gebroken Rad (The Broken Wheel).
The Wheel of Fortune (Rota Fortunae) was a well-known symbol in the Middle Ages, of which there are many images. It is obvious that I will use one of those as a cover. I’m already experimenting with backgrounds, so it’s not completely finished yet, but it will be.
Or maybe I’ll be modern and use AI. I think it would be nice to get started with that and no longer be dependent on images without copyright or having to buy objects to take my own photo.
The Medieval Climate Optimum
The story also takes place against the backdrop of a short period of cold winters and summers, with failed harvests and famines. These were caused by a volcanic eruption elsewhere in the world and such a cold period that follows is called a volcanic summer.
This eruption took place in 1257. In one of the largest eruptions of the Holocene, the Samalas erupted on Lombok. This happened at the end of the so-called Medieval Climate Optimum. It took place from about 950 to 1250 and was a period of higher temperatures in Europe, which led to prosperity and growth.
The mild winters and long summers led to an increase in crop yields. This is how viticulture flourished in the Netherlands. This increase in turn led to population growth and urban development. The Norsemen were able to settle in Iceland and Greenland. And this eruption certainly contributed to the end of this period, which eventually led to the Little Ice Age.
Juncture in Time
In my books I always try to weave in interesting facts from the period in question, things that are strikingly different from our time or that one would not expect. Or sometimes they are well known, but they give the right historical ‘colour’ to a story. And while searching I come across all kinds of facts.
For example, it surprised me that free farmers sometimes chose to become serfs. The reason was that free farmers could be called up for service in the war, while serfs could not. And in times of war, it was better to be a dependent half-slave than a free peasant, who could be forced to take up arms.
New questions also arose, which I have not always been able to answer.
Our fairy tales are old, but were they already known in their current form in the 13th century? Or were they invented later? Or was the form different then? We don’t know exactly. And the slave trading posts Sukhumi and Kaffa already existed in 1280, but also in 1260?
What I have been able to find an answer to is how high the ransom was for a noble captured on the battlefield. The problem with that, however, is that those amounts varied greatly according to the wealth and rank of the noble and that I had few frames of reference, so how much did such an amount mean. In addition, you also have to convert it from one currency to another.
As I have mentioned before, the 13th century was a real juncture, in which many new things were discovered and many changes came. For example, it was not until 1276 that executioner was appointed as a separate profession in Germany, the song form canon (then called rota) arose in England around 1250, poleyns (iron knee pads) came into vogue in the middle of this century and the Pentecostal or Holy Spirit hole was made for the first time in southern Germany.
Invasion by the Toilet
While investigating, you sometimes come across urban legends, things that you have been taught, even at school, but which then turn out to be wrong. A lot of dreams and bubbles have been burst during my investigations, like the fable that winding stairs always turned right because of the sword hand.
For example, I was also always convinced that during the siege of Château Gaillard in 1203-1204, the besiegers eventually managed to enter through the garderobe (latrine) shaft, a stone, tunnel-like extension on the outside of a castle wall under a toilet. How that word changed from toilet room to wardrobe has to do with the ammonia fumes that hung there, which were suitable for keeping pests away from clothing, why it was often stored there.
That aside, the story of the brave besiegers who risked their lives by climbing up through this extremely cramped, poop-stained space appealed to the imagination. And maybe it’s true. Sources from that time claim it. But modern research says that it could also have been propaganda or a translation error, and that they actually entered through a window into a room under the chapel. What that room was, is not clear from the old Latin texts. Some say it was a food store, others a secret room and of course it could also have been indeed a toilet.
I started looking if it would be possible at all, but I couldn’t find any measurements for how wide those shafts usually were. If they came all the way to the ground, a requirement, they had to be spacious enough that an intruder could bend his arms and legs and get up, unless a traitor hoisted him up from the inside.
I have only been able to find one example. The latrine shaft of Orford Castle is fifty centimetres in diameter and that hardly seems enough to me. If you have more sizes and examples, please let me know.
The book is ready, but I still have to fine-tune it. So there is still some work to be done. But those who enjoyed the Steinburg Mysteries and have taken Gwide to their hearts and would like to know more about him, can soon look forward to a notification that the book is at the printer.







Comments (0)