Skip to content

Hougoumont

Door: Closing the Gates at Hougoumont, 1815 door Robert Gibb

Eind september waren we op het slagveld van Waterloo. Een weekenduitje in plaats van een ‘echte’ vakantie. En dat bezoek heeft mijn motor weer aangezwengeld.

Ik kende de plek al. Een paar jaar geleden, na een lang weekend in Dinant, waar we een hotelletje gehuurd hadden om dingen in de omgeving te bezoeken en meteen de slagvelden van Verdun ‘mee te pakken’, waren we er bij toeval op de terugweg langsgekomen en omdat we tijd over hadden, zijn we er gestopt. We hadden tijd over, maar niet genoeg om het museum de tijd te geven die het verdient. Er waren veel re-enactors die de locaties verlevendigden en al onze tijd werd opgeslokt door het slagveld zelf, zodat we vrij snel door het fantastische (ondergrondse!) museum moesten en de hoofdkwartieren van Wellington en Napoléon moesten overslaan. En dus namen we ons voor er nog eens een heel weekend heen te gaan om alles in alle rust op ons gemak te bekijken.

Toen kregen we van de organisatie van het grote re-enactment event dat daar elk jaar gehouden wordt, een VIP-uitnodiging om naar het extra grote evenement van 2020 te komen. We waren dolblij! Wat keken we hiernaar uit. Maar ja, we weten allemaal wat er met evenementen in 2020 gebeurde, dus dat feest ging niet door. We hadden onze hoop op dit jaar gevestigd, maar wederom werd het afgezegd. En nu onze vakantie dit jaar ook niet doorging, door corona en door de hartaanval van mijn man, besloten we dus ons oude plan weer uit de ijskast te halen en een hotelletje te huren voor twee nachten.

Weekendje Waterloo

We hadden schitterend weer. Het leek wel hartje zomer in plaats van eind september. Er waren weliswaar geen re-enactors, maar verder was het er heerlijk rustig en hadden we het rijk bijna alleen. We hebben alles, maar dan ook alles op ons dooie akkertje kunnen bekijken. En dat heeft geheel onverwacht bij mij wat sintels weer tot vlammetjes aangeblazen.

Want de laatste tijd kwam er weinig uit mijn vingers. Mijn derde serie, over ridder Gwide, is voltooid. Het derde deel moet weliswaar nog uitgegeven worden, maar het is klaar. Dus is het tijd voor iets nieuws. Maar wat? Ik heb wel plannen, zoals een streekroman waar ik de anekdotische familieverhalen van mijn grootouders in wil verwerken, een roman die zich afspeelt in de Vikingtijd en nog wat andere losse flodders, om even bij het thema van de titel van deze blog te blijven, maar het wil allemaal niet echt vlotten.

Het maakt me niet uit als wat ik schrijf uiteindelijk niet echt uitgeverswaardig is en op de plank blijft liggen. Zolang ik maar kan schrijven, want dat is mijn grote passie en hobby. Het schrijven op zich maakt me gewoon blij en de research eromheen kan me bijzonder enthousiasmeren als ik weer eens op een pareltje van informatie stuit. Maar sinds corona komt er gewoon echt helemaal niets meer uit mijn vingers. Ik kan een half uur naar mijn scherm staren en misschien twee zinnen typen. En dat maakte me nogal terneergeslagen, omdat ik in een enorm hobby-gat viel. Samen met alle andere problemen die de pandemie met zich meebracht en de medische tegenslagen van man en enkele andere naaste familieleden maakte het me er niet echt vrolijker op.

Ik heb mijn drive weer terug

Maar sinds ik terug ben uit Waterloo, bruis ik van nieuwe ideeën. Ik heb mijn drive weer terug. Vooral Hougoumont, de zo enorm zwaar en heroïsch bevochten kasteelhoeve, heeft her vuurtje weer aangeblazen. En dat komt niet in de laatste plaats door de prachtige presentatie die het museum daar in de oude schuur geeft. Natuurlijk speelt ook mee dat het nog het enige raakbare overblijfsel is op een verder leeg slagveld (nou ja, er staat een enorm herdenkingsteken en een gebouw voor een magnifiek panorama, maar die waren er in 1815 nog niet), maar die multimediavoorstelling heeft me diep geroerd.

Nu was ik nooit van plan om iets te schrijven dat zich tijdens de Napoleontische Oorlogen afspeelde. De tijd interesseerde me wel, maar na het lezen van alle Sharpe-boeken van Bernard Cornwell was ik toch bang snel op betreden paden terecht te komen. Maar natuurlijk zijn de Napoleontische Oorlogen zoveel meer dan de ‘Peninsular War’, dat deel van de strijd in Portugal en Spanje. Maar vreemd genoeg was ik op de tocht naar Rusland na weinig geïnteresseerd in de rest en wist er dus ook bijna niets van. Ik had natuurlijk wel gehoord van Jena en Austerlitz en Leipzig, maar dat is wat anders dan er wat vanaf weten.

In een niet te verklaren automatisme had ik meteen weer een verhaal voor ogen uit Engels oogpunt geschreven. En dat geeft veel beperkingen. De Engelse strijd tegen Frankrijk speelde zich toen bijna uitsluitend af op zee en op het Iberisch Schiereiland. Als ik dus ook de veldtochten in Italië, Egypte, Oostenrijk, Pruisen en Rusland wilde vertellen, ging dat niet. Ik heb nog even geflirt met het idee een Nederlandse soldaat de hoofdpersoon te laten zijn, maar dan zit je al snel met vergelijkbare beperkingen, of meerdere personen uit verschillende legers de revue te laten passeren, maar dat maakte alles ook alleen maar ingewikkelder.

Vreemd genoeg, en ik kan zelf niet verklaren waarom, stapte ik pas vrij laat over op een Franse hoofdpersoon. Dus dat gaat het worden, een jonge, Franse soldaat in de Grande Armée van Napoléon. Het is ook niet onhistorisch om hem in zoveel verschillende campagnes rond te laten banjeren, want er waren genoeg regimenten die ze allemaal meegemaakt hebben. Ik heb daarin ruime keuze.

Ik weet niets!

En nu begint dus de maandenlange research. Ik weet niets! Hoeveel soldij kregen ze en wat kon je daarvoor kopen? Hoe zat het met de dienstplicht en de maraude? Welke rangen waren er en hoe zagen per eenheid de uniformen eruit? Wat waren de wetten, hoe verliepen de slagen, wat aten ze, mochten ze trouwen, hoe werden ze gestraft, wat maakten ze mee? De lijst is enorm lang. Ik moet alles, maar dan ook echt alles opnieuw onderzoeken en leren, van munteenheden tot lengtematen, van Frans soldatenslang uit die tijd tot medische behandelingen.

En dat vind ik leuk. En het daagt me uit, want op Engelse websites en in Engelse boeken is bij lange na niet genoeg te vinden en dus moet ik uitwijken naar Franstalig bronmateriaal. Nu heb ik wel Frans geleerd, maar het gaat me niet zo vanzelfsprekend af als Engels. Het is soms ook even uitvogelen wat de juiste zoektermen zijn. Ik kan niet meer in een paar seconden vinden wat ik nodig heb en kan het ook niet even snel doorbrowsen of in het artikel staat waar ik naar op zoek ben.

Maar dat is goed. Het heeft mijn vuur weer aangewakkerd, ik ben weer enthousiast en blij. Ik heb weer een reden om boeken te kopen. Momenteel ben ik alle 136 linieregimenten en 35 ‘lichte’ regimenten één voor één aan het doornemen en alle slagen waar ze bij aanwezig waren in een staatje aan het zetten om te zien tot welk regiment ik mijn hoofdpersoon het beste kan laten behoren om op zoveel mogelijk plekken historisch verantwoord aanwezig te kunnen zijn. Want dat weet ik al wel: hij zal een infanterist zijn en niet tot de garde, cavalerie of artillerie behoren.

Waarom? Vanwege Hougoumont. Ik wil dat hij daar zijn carrière (en wellicht zijn leven?) kan beëindigen en dat kan het best als infanterist. Want Hougoumont heeft me bij de keel gegrepen.

At the end of September we were on the battlefield of Waterloo. A weekend getaway instead of a ‘real’ holiday. And that visit got my engine going again.

I already knew the place. A few years ago, after a long weekend in Dinant, where we had rented a hotel to visit things in the area and take the chance to see the battlefields of Verdun in the same run, we happened to pass by it on the way back and because we had time to spare, we stopped there. We had time to spare, but not enough to give the museum the time it deserves. There were lots of re-enactors enlivening the locations and all our time was taken up by the battlefield itself, so we had to go through the fantastic (underground!) museum pretty quickly and skip the Wellington and Napoléon headquarters. And so we decided to go there again for an entire weekend to see everything at our leisure.

Then we received a VIP invitation from the organization of the big re-enactment event that is held there every year, to come to the extra large event of 2020. We were thrilled! We were so looking forward to this. But then again, we all know what happened to events in 2020, so that deal was off. We had pinned our hopes on this year, but again it was cancelled. And now that our holiday was cancelled this year too, due to corona and my husband’s heart attack, we decided to take our old plan out of the ice and rent a hotel for two nights.

Weekend trip to Waterloo

We had brilliant weather. It seemed like the middle of summer instead of the end of September. Although there were no re-enactors, it was otherwise wonderfully quiet and we had the place almost to ourselves. We were able to see everything, absolutely everything, in a very slow pace. And that has completely unexpectedly lit my fire again.

Because lately I got little done where writing is concerned. My third series, about knight Gwide, is complete. The third volume has yet to be published, but it is ready. So it’s time for something new. But what? I do have plans, such as a regional novel in which I want to incorporate the anecdotal family stories of my grandparents, a novel set in the Viking Age and some other blanks, to stay with the theme of the title of this blog, but it doesn’t really go smoothly.

I don’t care if what I write ends up not being really publisher-worthy and stays on the shelf. As long as I can write, because that’s my great passion and hobby. The writing itself just makes me happy and the research around it can really excite me when I stumble upon a gem of information. But since corona, nothing flows from my pen. I can stare at my screen for half an hour and type maybe two sentences. And that made me quite depressed, because I fell into a huge hobby hole. Along with all the other problems that the pandemic brought and the medical setbacks of my husband and some other close family members, it didn’t really make me any happier.

I got my drive back again

But since I got back from Waterloo, I’ve been brimming with new ideas. I got my drive back again. Especially Hougoumont, the castle farm that was so hard and heroically contested, has rekindled the fire. And that is not least due to the beautiful presentation that the museum gives there in the old barn. Of course, the fact that it is the only tangible remnant on an otherwise empty battlefield also plays a role (well, there is a huge memorial and a building for a magnificent panorama, but they were not there yet in 1815), but that multimedia performance moved me deeply.

Now, I never intended to write anything that took place during the Napoleonic Wars. The period interested me, but after reading all the Sharpe novels by Bernard Cornwell, I was afraid of quickly ending up on well-trodden paths. But of course, the Napoleonic Wars are so much more than the ‘Peninsular War’, that part of the battle in Portugal and Spain. But strangely enough, apart from the trip to Russia, I was not very interested in the rest and therefore knew almost nothing about it. Of course, I had heard of Jena and Austerlitz and Leipzig, but that’s not the same as knowing anything about it.

In an inexplicable automatism, I immediately had a story in mind from an English point of view. And that creates a lot of limitations. The English struggle against France in that period took place almost exclusively at sea and on the Iberian Peninsula. So if I wanted to tell the campaigns in Italy, Egypt, Austria, Prussia and Russia, I couldn’t. I flirted with the idea of having a Dutch soldier as the main character, but that would soon lead to similar limitations, or present several people from different armies, but that only made everything more complicated.

Strangely enough, and I can’t explain why, I didn’t switch to a French protagonist until quite late. So that’s what it’s going to be, a young French soldier in Napoléon’s Grande Armée. It is also not unhistorical to have him wandering around in so many different campaigns, because there were plenty of regiments that experienced them all. I have a wide choice.

I don’t know anything

And now the months of research begin. I don’t know anything! How much pay did they get and what could you buy for it? What about conscription and the maraude? What ranks were there and what did the uniforms look like per unit? What were the laws, how did the battles go, what did they eat, were they allowed to marry, how were they punished, what did they experience? The list is immensely long. I have to re-examine and re-learn everything, from currencies to measures of length, from French soldier slang of the time to medical treatments.

And I like that. And it challenges me, because there is not nearly enough to be found on English websites and in English books, so I have to resort to French-language source material. Now I’ve learned French, but it doesn’t come as naturally to me as English does. Sometimes it takes a while to figure out what the right search terms are. I can no longer find what I need in a few seconds and I can’t quickly browse through it to see if the article is what I’m looking for.

But that’s okay. It has rekindled my fire, I am enthusiastic and happy again. I have another reason to buy books. At the moment I am going through all 136 regiments of the line and 35 ‘light’ regiments one by one and putting all the battles they were present at in a list to see which regiment I can best let my protagonist belong to in order to be historically present in as many places as possible. Because I already know this: he will be an infantryman and not belong to the guard, cavalry or artillery.

Why? Because of Hougoumont. I want him to be able to end his career (and perhaps his life?) there, and the best way to do that is as an infantryman. Because Hougoumont grabbed me by the throat.

Reacties

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer blogs en verhalen

Terug naar alle blogs
Back To Top