Door de eeuwen heen hebben landen zich het hoofd gebroken hoe ze hun soldaten en matrozen goed gevoed konden houden. Logistiek, beperkte methoden van houdbaar maken en ontbrekende kennis over voedingswaarde en vitaminen bleken dikwijls een onoverkomelijk obstakel. Honger, ondervoeding en scheurbuik lagen altijd op de loer.
Maar wat aten ze nu precies? En vooral: hoeveel? Ik ben een onderzoekje begonnen en was verrast door de grote hoeveelheid calorieën die er per dag naar binnen geschoven werden – als er geen tekorten waren, uiteraard. Om over de kwaliteit nog maar te zwijgen, maar daarover later meer.
Dagelijks rantsoen
Laten we beginnen met een simpel lijstje met wat soldaten en matrozen door de eeuwen heen in verschillende landen en oorlogen aan dagelijks rantsoen volgens de officiële handboeken moesten krijgen. Wie dit saai vindt, kan natuurlijk ook voorbij de lijstjes scrollen. Tussen de haakjes staan de getallen omgerekend naar afgeronde Nederlandse maten.
Engelse vloot – Amerikaanse Revolutie
- Zondag / Donderdag : 1 lb (454 g) scheepsbeschuit, 1 lb (454 g) gepekeld varkensvlees, ½ pint (0,3 l) erwten, 1 gallon (4,5 l) bier
- Maandag / Vrijdag : 1 lb scheepsbeschuit1 pint (0,6 l) havermout, 2 oz (57 g) boter, 1 gallon bier,
- Dinsdag / Zaterdag : 1 lb scheepsbeschuit, 2 lb (907 g) gepekeld rundvlees, 1 gallon bier
- Woensdag : 1 lb scheepsbeschuit, ½ pint erwten, 1 pint havermout, 2 oz boter, 4 oz (113 g) kaas, 1 gallon bier
Engelse leger – Engelse Burgeroorlog
- Dagelijks: 1 lb brood, 1 lb vlees, 1 lb kaas, 4 pint (2,3 l) beer
Engelse leger – French & Indian War
- Dagelijks: 1 lb brood / meel, 1 lb rundvlees / 9 1/7 (292 g) oz varkensvlees, 6/7 oz (24 g) boter, 3/7 pint (0,2 l) erwten, 11/7 pint (0,8 l) rijst / havermout
Engelse leger – Napoleontische Oorlog
- Dagelijks: 1 lb rundvlees of ½ lb (227 g) varkensvlees, 1,5 lb (680 g) brood / meel of 1 lb scheepsbeschuit, ¼ pint (0,1 l) erwten, 1 oz kaas / boter, 1 oz (28 g) rijst, 1 pint wijn / ½ (0,3 l) pint gin of rum / 5 pints (2,8 l) ‘small beer’
Engelse leger – Krimoorlog (tweede helft)
- 1,5 lb brood / 1 lb scheepsbeschuit, 1,5 lb vlees, 1 oz koffie, 1 ¾ oz (50 g) suiker, 2 oz rijst / gerst, ¼ pint spiritualiën
Wat je ziet is dat er in ieder geval elke dag een pound brood of scheepsbeschuit en een pound al dan niet gepekeld vlees uitgedeeld werd. Als het uitgedeeld werd, maar daarover later ook meer. Daarnaast waren erwten en bier ook wel vaste prik.
Regionale verschillen
Voor we dieper ingaan op de problemen van proviandering, de gewichten, de kwaliteit en de calorieën, moeten we even kijken naar andere landen. We zien dan dat er uiteraard regionale verschillen zijn, maar dat het overal wel zo’n beetje op hetzelfde neerkwam.
Koloniale / Amerikaanse leger (Massachusetts) – French & Indian War:
- Dagelijks: 1 lb brood / meel, 1 lb rundvlees / 9 1/7 ounce varkensvlees, 6/7 ounce boter, 3/7 pint erwten, 11/7 pint rijst / havermout
- Wekelijks : wekelijks ½ lb suiker, 1 pint melasse, 7 gills (0,8 l) rum
Amerikaanse leger – Amerikaanse Revolutie
- Dagelijks: 1 lb rundvlees / ¾ lb varkensvlees / 1 lb gezouten vis, 1 lb brood of meel, 1 quart (1 l) ‘spruce beer’ of cider of melasse (zie bij wekelijks), 1 pint melk
- Wekelijks: 3 pints ertwen of bonen of groente-equivalent, ½ pint rijst of 1 pint ‘Indiaans meel’, 9 gallons (34 l) molasse per 100 man of dagelijks rantsoen spruce beer/cider
Amerikaanse leger – Amerikaanse Burgeroorlog
- Dagelijks (kamp) = 12 oz (340 g) varkensvlees / spek of 1 lb 4 oz (567 g) verse of gezouten rundvlees; 1 lb 6 (623,7 g) oz brood / meel of 1 lb hard brood of 1 lb 4 oz maïsmeel
- Dagelijks (te velde) = 1 lb hard brood, ¾ lb (340 g) gezouten varkensvlees / 1 ¼ lb (567 g) vers vlees
- Per 100 rantsoenen: 8 qt (7,6 l) bonen / erwten, 10 lb (4,5 kg) rijst / hominy, 10 lb groene koffiebonen / 8 lb (3,6 kg) geroosterde koffie / 1 lb 8 oz (680 g) thee, 10-15 lb suiker, 2 qt zout (1,9 l), 1 qt azijn (1 l), 1 qt melasse
Franse leger – Napoleontische Oorlogen (vanaf 1801)
- Dagelijks: 750g brood en/of 550g scheepsbeschuit, 250g vlees, 30g rijst en/of 60g gedroogde bonen, erwten of linzen, ¼ l wijn, 1/16 l brandewijn, 1/20 l azijn, 1/60 kg zout
Deze cijfers kunnen een vertekend beeld geven, omdat ze geen melding maken van enerzijds tekorten en anderzijds aanvullingen, omdat er op schepen een-achtste ingehouden werd en omdat botten meegerekend werden in het gewicht!
Scheepsbeschuit
Scheepsbeschuiten waren ronde schijven brood die drie keer gebakken waren, zodat ze kurk- en kurkdroog waren en daardoor ook keihard. Ze moesten met het nodige geweld gebroken worden (schoenhak, hamer, geweerkolf) of geweekt. Vaak werden ze met het vlees gewoon meegekookt tot een dikke stoofpot. Denk hierbij niet aan een heerlijke, kruidige eenpansmaaltijd wat we tegenwoordig onder stoofpot verstaan, maar een smakeloze blubber, zelfs als er gezouten vlees gebruikt werd.
Small beer of tafelbier was een bier met een zeer laag alcoholpercentage (toentertijd rond de 1%). Spruce beer of ‘sparrenbier’ werd in Noord-Amerika gemaakt van de toppen en takken van sparren, die drie uur gekookt werden, gezeefd en gezoet met melasse. Ook werd het wel gemaakt door hop te koken, daar melasse en sparrentoppen aan toe te voegen, en met gist een week te laten staan. Dit werd in leger en vloot gedronken om scheurbuik tegen te gaan.
Indianenmeel is maïsmeel. Hominy is gedroogde maïs dat behandeld is met loog.
Van deze rantsoenen kon afgeweken worden als een bepaald product niet te krijgen was of als de mogelijkheid tot aanvullingen zich voordeden. Vlees kon volgens bepaalde rekenmodellen omgezet worden in meel met rozijnen of niervet. Havermout kon vervangen worden door rijst. Boter of kaas mocht ook olie zijn, aardappelen konden in plaats van brood komen.
Pogingen tot verbeteringen
Dikwijls probeerden vlootofficieren telkens wanneer mogelijk verse groenten en fruit te kopen of levende have aan boord te halen. Matrozen visten naar dolfijnen, schildpadden en vissen, soldaten probeerden vogels en wild te schieten of ze groeven kikkers uit. Verder konden ze, als ze geld hadden, wat kopen van zoetelaars of parlevinkers.
Er werden ook pogingen ondernomen om verbeteringen aan te brengen en de mannen gezonder te houden. In 1756 werd ‘portable soup’ uitgevonden. Dit was een soep gekookt van groenten en orgaanvlees, dat men daarna koud en hard liet worden, waarna het in blokken meegenomen kon worden. Rond 1757 werd zuurkool ingevoerd. Helaas bleken zowel kapiteins als bemanning bijzonder conservatief. De mannen klaagden en sommige kapiteins wilden het niet eens meenemen.
Botten werden meegewogen
De gewichten in de vloot waren niet wat de mannen op hun bord kregen. Dat had te maken met de zogenaamde “hofmeesters achtste”. Om verlies te compenseren mocht een hofmeester van elk gewicht een-achtste inhouden en dus gebruikte hij maten van veertien (in plaats van zestien) ounce per pound en zeven (in plaats van acht) pints per gallon.
Het gewicht in vlees lijkt enorm, maar men moet bedenken dat botten meegewogen werden. Na uitbenen bleef hooguit de helft over.
Sterke drank
We zien ook dat soldaten en matrozen draaiden op sterke drank. Dronkenschap was dan ook een groot probleem. Een zeekapitein die geen rum schonk, kon op een muiterij rekenen. De hoeveelheden variëren, maar daar moeten we wel een aantekening bij maken.
Er werd in eerste plaats bier geschonken, dat dus meestal bier was met minder dan 1% alcoholpercentage. Maar een gallon (4,5 liter) bier kon vervangen worden door 1 pint (568 ml) wijn of ½ pint (284 ml) brandewijn, rum of arak. Dat lijkt een flinke hoeveelheid, maar het werd verdund! Onder het toeziend oog van de mannen, zodat ze zeker wisten dat ze niet belazerd werden.
In het midden van de 18e eeuw werd het verdund in de verhouding 1:4 en werd het niet meer in één keer maar in twee keer uitgedeeld. In 1756 werd er verplicht wat citroensap bijgedaan. In 1823 werd het rantsoen gehalveerd.
In 1850 werd de ’tot’ rum nog eens teruggebracht tot 1/8 pint (71 ml). Dat was dan wel sterke rum (54,6%) maar wel verdund met twee delen water tot 3/8 pint (213 ml) grog. In 1970 werd de sterke drank in Engeland helemaal verboden, omdat het te gevaarlijk werd geacht samen met machinerie. In de Amerikaanse vloot werd een ½ pint (237 ml) gedistilleerd geschonken. In 1842 ging men terug naar 1 gill (120 ml) en in 1862 werd het afgeschaft.
De praktijk kwam vaak niet overeen met de theorie
Deze hoeveelheden zijn in theorie. Uiteraard kregen de soldaten en matrozen dikwijls minder. Als een reis langer duurde op zee en de voorraden raakten op, dan werd er gekort. Als de bevoorrading uitbleef, werd er gekort. Als een land onder blokkade lag en er tekorten waren, dan werd er gekort.
Zo waren de troepen op de Krim regelmatig op half rantsoen. Ze leefden dan op scheepsbeschuit en pekelvlees met soms maar twee aardappels en een ui per maand per persoon. Bijna 20.000 pounds citroensap werden geleverd, maar dat lag twee maanden te bederven in de haven, omdat de bevoorradingsofficier zich niet geroepen voelde dit te verdelen. Dit is des te schandaliger als je bedenkt dat soldaten gekort werden op hun toch al karige soldij voor voedsel dat ze dus niet kregen of dat verrot was.
Corruptie was ook een groot probleem. Bevoorradingscommissarissen stopten dan het geld in hun zak en kochten inferieur voedsel. Vlees was dan verrot en oneetbaar. Meel was groen geworden. Scheepsbeschuit zat vol maden. Dit was vooral op zee erg (waar het vaak geen corruptie betrof, maar de lange tijd dat voedsel aan boord was) en in gevangenenkampen.
En ten slotte was er nog het probleem van de bereiding. Op zee was er een gebrek aan vers water, wat nodig was om het pekelvlees te ontzouten en om in te koken. Na een lange reis was dat water eerder groene drab dan iets wat drinkbaar was. In het leger was er vaak een tekort aan brandhout, zodat rantsoenen niet gekookt konden worden of koffiebonen niet geroosterd.
Waren deze hoeveelheden genoeg?
En dan het belangrijkste: waren deze hoeveelheden genoeg? Als je ernaar kijkt en even niet naar de eentonigheid, smakeloosheid en het gebrek aan vitaminen kijkt, dan lijken de hoeveelheden enorm! En dat zijn ze ook.
De rantsoenen in de Engelse vloot kwamen al snel neer op zo’n 5000 kilocalorieën per dag. Engelse soldaten in de French and Indian War kregen tussen de 2400 en 3100 kilocalorieën binnen. In de Engelse burgeroorlog lag het op 4700. Dus samengevat kun je zeggen dat soldaten en matrozen (in theorie) tussen de 3000 en 5000 kilocalorieën binnenkregen, iets meer in de vloot dan in het leger.
En dat zijn schrikbarende hoeveelheden in deze tijd van soja, quinoa en gojibessen, waarin we uitgaan van 2500 kcal gemiddeld voor een man.
Maar was het wel zo veel? Matrozen moesten twaalf uur per dag zwaar inspannend werk leveren, vaak onder barre weersomstandigheden. Soldaten moesten soms uren en uren marcheren en dan nog vechten, om vervolgens in de regen te moeten slapen.
Onderzoek heeft uitgewezen dat een soldaat onder standaardoefening ongeveer 4000 kcal nodig heeft. Vinden de oefeningen plaats in besneeuwde bergen of tropen dan loopt de behoefte op tot 4500 en 5000. Ook een zeeman op een vroeger zeilschip had al snel 5000 kcal nodig. Daarmee wordt ook meteen duidelijk dat wat de Engelse soldaat in de French and Indian War kreeg, wel genoeg was voor in garnizoen, maar niet te velde.
Maar als de rantsoenen kwamen, als het voedsel niet verrot was, dan hadden ze geen lege maag en waren ze vol genoeg, vooral als de mogelijkheid er was het voedsel in drie maaltijden te nuttigen. Maar helaas sloot de praktijk vaak niet aan bij de theorie.
Scheurbuik
Maar een volle maag vrijwaart een man niet van verhongeren. Want de rantsoenen hadden een schrikbarend tekort aan vitaminen en zelfs mineralen. Scheurbuik was dan ook een enorm probleem, dat pas met de ontdekking dat citroensap hielp, enigszins opgelost kon worden en pas helemaal verdween toen men ontdekte hoe men groente en fruit kon inblikken.
Hoewel dat laatste in het begin voor andere problemen zorgde, omdat men niet wist dat men kon sterven aan loodvergiftiging van het lood waarmee de blikken dicht gesoldeerd werden, zoals voorgekomen is op poolexpedities…
5000 calories
Over the centuries, countries have puzzled over how to keep their soldiers and sailors well fed. Logistics, limited methods of shelf life and a lack of knowledge about nutritional value and vitamins often proved to be an insurmountable obstacle. Hunger, malnutrition and scurvy were always lurking.
But what exactly did they eat? And above all: how much? I started a little research and was surprised by the large amount of calories that were being munched per day – if there were no deficiencies, of course. Not to mention the quality, but more on that later.
Daily ration
Let’s start with a simple list of what soldiers and sailors had to receive in daily rations according to the official manuals over the centuries in different countries and wars. If you find this boring, you can of course scroll past the lists. Between the brackets are the numbers converted to rounded Dutch measurements.
English Fleet – American Revolution
- Sunday / Thursday : 1 lb (454 g) ship’s biscuits, 1 lb (454 g) salt pork, 1/2 pint (0.3 L) peas, 1 gallon (4.5 L) beer
- Monday/Friday : 1 lb ship’s biscuits, 1 pint (0.6 L) oatmeal, 2 oz (57 g) butter, 1 gallon of beer,
- Tuesday/Saturday : 1 lb ship’s biscuits, 2 lb (907 g) salt beef, 1 gallon beer
- Wednesday : 1 lb ship’s biscuits, 1/2 pint peas, 1 pint oatmeal, 2 oz butter, 4 oz (113 g) cheese, 1 gallon beer
English Army – English Civil War
- Daily: 1 lb bread, 1 lb meat, 1 lb cheese, 4 pint (2.3 L) bear
English Army – French & Indian War
- Daily: 1 lb bread/flour, 1 lb beef/9 1/7 (292 g) oz pork, 6/7 oz (24 g) butter, 3/7 pint (0.2 L) peas, 11/7 pint (0.8 L) rice/oatmeal
English Army – Napoleonic War
- Daily: 1 lb beef or 1/2 lb (227 g) pork, 1.5 lb (680 g) bread/flour or 1 lb ship’s biscuits, 1/4 pint (0.1 L) peas, 1 oz cheese/butter, 1 oz (28 g) rice, 1 pint wine / 1/2 (0.3 L) pint gin or rum / 5 pints (2.8 L) ‘small beer’
British Army – Crimean War (second half)
- 5 lb bread / 1 lb ship’s biscuits, 1.5 lb meat, 1 oz coffee, 1 3/4 oz (50 g) sugar, 2 oz rice / barley, 1/4 pint spirits
What you see is that at least a pound of bread or ship’s biscuits and a pound of salted or fresh meat was handed out every day. If it was handed out, but more about that later. In addition, peas and beer were also a regular fixture.
Regional differences
Before we delve deeper into the problems of provisioning, the weights, the quality and the calories, we need to take a look at other countries. We then see that there are regional differences, of course, but that it came down to more or less the same everywhere.
Colonial/U.S. Army (Massachusetts) – French & Indian War:
- Daily: 1 lb bread/flour, 1 lb beef/9 1/7 ounces pork, 6/7 ounce butter, 3/7 pint peas, 11/7 pints rice/oatmeal
- Weekly: 1/2 lb sugar weekly, 1 pint molasses, 7 gills (0.8 L) rum
U.S. Army – American Revolution
- Daily: 1 lb beef / 3/4 lb pork / 1 lb salted fish, 1 lb bread or flour, 1 quart (1 l) spruce beer or cider or molasses (see weekly), 1 pint milk
- Weekly: 3 pints of peas or beans or vegetable equivalent, 1/2 pint of rice or 1 pint of ‘Indian flour’, 9 gallons (34 l) of molasses per 100 men or daily ration of spruce beer/cider
U.S. Army – American Civil War
- Daily (camp) = 12 oz (340 g) pork/bacon or 1 lb 4 oz (567 g) fresh or salt beef; 1 lb 6 (623.7 g) oz bread/flour or 1 lb hard bread or 1 lb 4 oz cornmeal
- Daily (in the field) = 1 lb hard bread, 3/4 lb (340 g) salt pork / 1 1/4 lb (567 g) fresh meat
- Per 100 rations: 8 qt (7.6 L) beans/peas, 10 lb (4.5 kg) rice/hominy, 10 lb green coffee beans / 8 lb (3.6 kg) roasted coffee / 1 lb 8 oz (680 g) tea, 10-15 lb sugar, 2 qt salt (1.9 L), 1 qt vinegar (1 L), 1 qt molasses
French Army – Napoleonic Wars (from 1801)
- Daily: 750g bread and/or 550g ship’s biscuits, 250g meat, 30g rice and/or 60g dried beans, peas or lentils, 1/4 l wine, 1/16 l brandy, 1/20 l vinegar, 1/60 kg salt
These figures can give a distorted picture, because they do not mention shortages on the one hand and replenishments on the other, because one-eighth was withheld on ships and because bones were included in the weight!
Hardtack
Ship’s biscuits or hardtack were round slices of bread that had been baked three times, so that they were bone and bone dry and therefore rock hard. They had to be broken with the necessary force (shoe heel, hammer, rifle butt) or soaked. Often they were simply cooked along with the meat to make a thick stew. Don’t think of a delicious, spicy one-pot meal that we nowadays understand as stew, but a tasteless blubber, even if salted meat was used.
Small beer or table beer was a beer with a very low alcohol percentage (around 1% at the time). Spruce beer was made in North America from the tops and branches of spruce, which were boiled, strained, and sweetened with molasses for three hours. It was also made by boiling hops, adding molasses and spruce tops, and letting it sit with yeast for a week. This was drunk in the army and navy to prevent scurvy.
Indian flour is cornmeal. Hominy is dried corn that has been treated with lye.
These rations could be deviated from if a certain product was not available or if the possibility of supplementation arose. According to certain calculation models, meat could be converted into flour with raisins or suet. Oatmeal could be replaced by rice. Butter or cheese could also be oil, potatoes could be substituted for bread.
Efforts to make improvements
Often, fleet officers tried to buy fresh fruit and vegetables or bring live animals on board whenever possible. Sailors fished for dolphins, turtles and fish, soldiers tried to shoot birds and game or they dug out frogs. Furthermore, if they had money, they could buy something from sutlers or victualler (sutlers with boats selling to ships).
Efforts were also made to make improvements and keep the men healthier. In 1756, ‘portable soup’ was invented. This was a soup cooked from vegetables and offal, which was then left cold and hard, after which it could be taken along in blocks. Around 1757, sauerkraut was imported. Unfortunately, both captains and crew turned out to be very conservative. The men complained and some captains didn’t even want to bring it along.
Bones were included into the weight
The weights in the fleet were not what the men were given. This had to do with the so-called “steward’s eighth”. To compensate for loss, a steward was allowed to withhold one-eighth of each weight, and so he used measures of fourteen (instead of sixteen) ounces per pound and seven (instead of eight) pints per gallon.
The weight in meat seems enormous, but one must remember that bones were taken into account. After boning, at most half remained.
Strong liquor
We also see that soldiers and sailors ran on liquor. Drunkenness was a big problem. A sea captain who didn’t pour rum could count on a mutiny. The quantities vary, but we have to make a note of that.
In the first place, beer was served, which was usually beer with less than 1% alcohol content. But a gallon (4.5 liters) of beer could be replaced by 1 pint (568 ml) of wine or 1/2 pint (284 ml) of brandy, rum or arrack. That seems like a hefty amount, but it was diluted! Under the watchful eye of the men, so that they could be sure that they were not being cheated.
In the middle of the 18th century, it was diluted in the ratio of 1:4 and was no longer distributed in one go but in two times. In 1756 some lemon juice was obligatorily added. In 1823 the ration was halved.
In 1850 the tot of rum was reduced once more to 1/8 pint (71 ml). That was strong rum (54.6%) but diluted with two parts water to 3/8 pint (213 ml) of grog. In 1970, liquor was banned altogether in England, as it was considered too dangerous along with machinery. In the U.S. fleet, a 1/2 pint (237 ml) of distilled spirits was served. In 1842 it was reduced to 1 gill (120 ml) and in 1862 it was abolished.
Reality often did not equal theory
These quantities are theoretical. Of course, the soldiers and sailors often received less. If a voyage at sea took longer and supplies ran out, cuts were made. If supplies were not forthcoming, cuts were made. If a country was under blockade and there were shortages, cuts were made.
For example, the troops in the Crimea were regularly on half rations. They lived on ship’s biscuits and salt meat with sometimes only two potatoes and an onion per month per person. Nearly 20,000 pounds of lemon juice were delivered, but it was left to spoil in the harbour for two months, because the supply officer did not feel the need to distribute it. This is all the more outrageous when you consider that soldiers were cut from their already meagre pay for food that they did not receive or that was rotten.
Corruption was also a major problem. Supply commissioners would pocket the money and buy inferior food. Meat was rotten and inedible. Flour had turned green. Ship’s biscuits were full of maggots. This was especially bad at sea (where it was often not corruption, but the long time that food was on board) and in prison camps.
And finally, there was the problem of preparation. At sea, there was a lack of fresh water, which was needed to desalt and cook the salted meat. After a long journey, that water was more like green sludge than something drinkable. In the army, there was often a shortage of firewood, so rations could not be cooked or coffee beans roasted.
Were these quantities enough?
And most importantly, were these quantities enough? If you look at it and don’t consider the monotony, tastelessness and lack of vitamins, the quantities seem enormous! And they are.
The rations in the English fleet soon amounted to about 5000 kilocalories per day. English soldiers in the French and Indian War consumed between 2400 and 3100 kilocalories. In the English Civil War it was 4700. So in summary, you can say that soldiers and sailors (in theory) ingested between 3000 and 5000 kilocalories, slightly more in the fleet than in the army.
And those are shocking amounts in this day and age of soy, quinoa and goji berries, in which we assume 2500 kcal on average for a man to be healthy.
But was it really that much? Sailors had to work hard twelve hours a day, often in harsh weather conditions. Soldiers sometimes had to march for hours and hours and then fight, and then have to sleep in the rain.
Research has shown that a soldier needs about 4000 kcal under standard exercise. If the exercises take place in snowy mountains or tropics, the need rises to 4500 and 5000. A sailor on a former sailing ship also needed 5000 kcal. This also makes it immediately clear that what the English soldier received in the French and Indian War was enough for garrison, but not in the field.
But if the rations came, if the food was not rotten, they did not have an empty stomach and were full enough, especially if there was the possibility of eating the food in three meals. But unfortunately, practice often did not match theory.
Scurvy
But a full stomach does not save a man from starvation. Because the rations had a shocking shortage of vitamins and even minerals. Scurvy was therefore a huge problem, which could only be solved to some extent with the discovery that lemon juice helped, and only disappeared completely when people discovered how to can fruit and vegetables.
Although the latter caused other problems in the beginning, because people did not know that they could die of lead poisoning from the lead with which the cans were soldered shut, as happened on polar expeditions…







Comments (0)