Skip to content

Talen

Door: De Toren van Babel, Pieter Bruegel de Oude, 1563

Op deze plek heb ik al een aantal passies van me besproken, zoals stambomen en boeken. Dat schept misschien het gevoel dat ik geen jeugd heb gehad, maar dat is slechts schijn. Ik ging dansen (jazeker, ik heb zelfs een blauwe maandag wedstrijden ballroom gedanst), ik speelde muziek (ik had een elektrisch orgel) en ik had vriendinnen. Dus alles verder redelijk normaal.

Afwijkende interesses

Maar in mijn interesses week ik misschien wel wat af van het doorsneekind. Talen fascineerden me al als heel jong meisje. Er was toentertijd zo’n reclame over melk. “Eén – twee – drie,” telde het getekende poppetje en dat steeds in een andere taal. En ik schreef die woorden dan op, zodat ik al snel 1, 2 en 3 in een aantal talen kon zeggen. Als ik buitenlandse woorden in boeken tegenkwam, dan noteerde ik die ook.

We hadden op de Amstelveense Weg in Amsterdam zo’n ouderwets boekenwinkeltje, zoals ze tegenwoordig niet meer bestaan. Alles moet tegenwoordig flashy en clashy geëtaleerd worden, maar daar stonden de schappen aan de muren gewoon lukraak volgepropt met zoveel mogelijk boeken. De plank ‘woordenboeken’ fascineerde me en al snel begon ik van mijn karige zakgeld (ik kreeg een gulden per week) kleine woordenboeken te kopen, waar ik dan uren in kon bladeren om woorden op te zoeken.

Raar? Misschien wel. Maar ik denk niet dat ik er iemand kwaad mee deed.

Het stond als een paal boven water dat ik later talen wilde gaan studeren, wat ik dan ook gedaan heb. Op het gymnasium had ik een talenpakket (met geschiedenis natuurlijk) en daarna ging ik op de universiteit Spaans leren. De punten die ik aan bijvakken moest besteden, vulde ik ook op door bij andere talenstudies mee te lopen: Fins, Russisch, Italiaans, Zweeds, Portugees. En wederom geschiedenis.

Ik wilde vertaler worden, maar dat is helaas nooit gelukt. Toch was het niet allemaal weggegooid. Eén van de voordelen was en is dat ik bij mijn research niet alleen gebonden ben aan Nederlandstalige en Engelstalige bronnen. Dat opent talloze deuren.

Taal is het venster van een volk

Talen vind ik boeiend. Ze zijn een venster van een volk. Hun cultuur, hun denken wordt erdoor gereflecteerd. Het is een denkverschil of je zegt “ik heb een boek” of “aan mij is een boek”. Sommige talen hebben maar één woord voor blauw en groen en zien dat dus als één kleur. Andere talen hebben talloze woorden voor verschillende soorten sneeuw. Er zijn talen die een verschil maken in ‘wij’ inclusief de toegesprokene en ‘wij’ exclusief de toegesprokene. Dat alles zegt veel over hoe de sprekers de wereld om hen heen zien.

Toen ik het vak taalwetenschap kreeg, ging er een wereld voor me open. Zelfs binnen de Indo-Europese talen, die verwant zijn, bestaan grote verschillen. Wat wij logisch vinden, hoeft het niet te zijn. Wij zijn ‘gewend’ dat zelfstandige naamwoorden opgedeeld worden in mannelijk, vrouwelijk en onzijdig, maar veel talen hebben dit niet of werken met woordklassen. De lidwoorden de, het en een zijn onontbeerlijk, maar Slavische talen hebben die niet. De woordvolgorde SVO (subject – verbum – object, oftewel onderwerp, werkwoord, lijdend voorwerp, dus ‘ik koop een boek’) is evenmin in cement gegoten. De Keltische talen, verwant aan de onze, gebruiken bijvoorbeeld VSO.

Ik vond het dan ook een verrijking dat Tolkien een taal voor de elfen bedacht, die zo rijk en gedetailleerd was, dat het volledig geloofwaardig was. Als de elfen hun eigen taal spraken, waren ze ‘elfser’. Ze waren echter. Hun ware wezen kwam dan pas echt tot uiting, je begreep dan ineens wie en wat ze waren. Ik heb zelfs een tijdje geprobeerd die taal te leren. Een gebrek aan tijd en corpus gooide roet in het eten.

Ik heb eens gelezen dat Klingon, de fantasietaal uit Star Trek, de op één na meest gesproken taal ter wereld zou zijn. Ik weet niet of het waar is, maar er zijn veel fans die het vloeiend spreken. Misschien mogen we die mensen nerds noemen, maar wellicht refereert het wel aan een diepgewortelde fascinatie die in veel mensen zit. Er zijn meer fantasietalen in de filmwereld die meteen op een grote fanschare konden rekenen, zoals het Dothraki uit Game of Thrones of het Na’vi uit Avatar.

Couleur locale

Ik vind het dan ook leuk om in mijn boeken af en toe wat authentieke taal erdoor te roeren. Niet te veel, want mensen moeten het nog wel kunnen lezen. Maar korte, eenvoudige zinnetjes of uitroepen af en toe in de eigen taal van een persoon te zetten, voegt naar mijn idee veel toe aan de ‘couleur locale’. Het geeft zo’n personage karakter. Het tekent hem net zozeer als de beschrijving van zijn uiterlijk of kleding. Of het nu gaat om een andere taal, een dialect of jargon, of een bepaald typisch woordgebruik, het zet iemand neer als wie hij werkelijk is.

Onder de boekaniers van de 17e eeuw in  het Caraïbisch gebied was Spaans een belangrijke voertaal. De meeste piraten zullen wel een aardig mondje gesproken hebben. Aangezien manschappen gemengd waren met allerlei nationaliteiten, zal het soms een Babylonische spraakverwarring aan boord geweest zijn, met als belangrijkste voertaal die van de thuishaven, de kapitein of het gros van de bemanning. Eenzelfde spraakdiversiteit treffen we aan in de Verenigde Staten van de 19e eeuw, waarbij eenheden elkaar vaak niet konden verstaan. Zelfs in de Grande Armée van Napoléon Bonaparte zaten zoveel buitenlandse soldaten, dat (standaard-)Frans lang niet altijd de voertaal was – en zelfs niet altijd onder de Fransen zelf (denk aan Bretons, Patois, Occitaans).

Dat heb ik allemaal proberen te verwerken door de conversaties te larderen met brokstukken Engels, Frans en Spaans. In Kwaggakoppie ben ik een stap verder gegaan en heb ik alle gesproken tekst in de originele taal gelaten, dus Engels dan wel Afrikaans.

Lastiger was welke lijn ik moest volgen voor de Steinburg Mysteries. Het speelt zich af in het huidige Zuid-Duitsland en het is voor mij niet te moeilijk her en der met wat Duits te strooien. Maar dan komt het tijdsbeeldspook weer om de hoek kijken. Want het Duits van nu is niet het Duits van toen. Natuurlijk, eenzelfde probleem speelde ook al deels bij de piratenserie, maar daar zijn de taalverschillen nog te verwaarlozen. Maar de Middeleeuwen? Dat ging me te ver. Ik heb het dus helemaal Nederlands gelaten, zelfs de eigennamen heb ik niet ‘verduitst’.

Ik heb geprobeerd daarom het tijdsbeeld maar te vangen door het gebruik van middeleeuwse termen. Soms was dat toch al onvermijdelijk, omdat er voor bepaalde dingen alleen maar oude woorden zijn, maar ook als het niet nodig was, leek het me soms wenselijk. Ik wilde de taal wat archaïscher laten zijn dan gebruikelijk zonder dat het onleesbaar werd. Ik ben niet zo ver gegaan om ‘jij’ voortdurend te vervangen door ‘gij’, maar het woord broek zul je terugvinden als braies of hosen, bijvoorbeeld.

Gaelic was Chinees voor me

Maar oude liefde roest niet. Ik oefen nu ook mijn pen met het schrijven van fantasy en daarvoor heb ik me helemaal uitgeleefd door een complete taal te bedenken, met grammatica en al.

Het is niet alleen maar zegening. Soms leidde mijn dwangneurose tot het gebruik van authentieke taal er ook toe dat ik me klem zette. Want niet altijd beheerste ik de taal in kwestie. Soms was de taal niet moeilijk aan te leren, zoals bij Afrikaans of Scots. Maar soms was het, spreekwoordelijk, Chinees voor me.

Dat was onder meer het geval bij het Schotse Gaelic. Ik spreek geen woord en de grammatica is me vreemd. Elke zin, hoe kort ook, kostte me uren en uren van studie en dan nog was ik vaak onzeker of het allemaal wel correct was. Ik kopieerde de vertaalde zinnetjes in google om te zien of ik hits kreeg die zouden bewijzen dat het in orde was. Maar wat een heisa.

Wel leuk, die heisa… Nu nog leren hoe ik het uit moet spreken…

Languages

 

In this place I have already discussed a number of passions of mine, such as family trees and books. That may give you the feeling that I didn’t have a childhood, but that’s just an appearance. I went dancing (yes, I even danced ballroom competitions on a blue Monday), I played music (I had an electric organ) and I had friends. So everything else pretty normal.

Deviating interests

But in my interests, I may have deviated a bit from the average child. Languages fascinated me even as a very young girl. At the time, there was this certain advertisement about milk. “One – two – three,” counted the drawn puppet, each time in a different language. And I would write those words down, so that I could soon say 1, 2 and 3 in a number of languages. If I came across foreign words in books, I wrote them down as well.

We had one of those old-fashioned bookshops on the Amstelveense Weg in Amsterdam, the likes of which no longer exist today. Nowadays everything has to be flashy and clashy on display, but there the shelves on the walls were just haphazardly stuffed with as many books as possible. The shelf ‘dictionaries’ fascinated me and soon I started to buy small dictionaries with my meagre pocket money (I got one guilder a week), which I could then browse through for hours to look up words.

Strange? Perhaps. But I don’t think I hurt anyone with it.

There was no doubt whatsoever that I wanted to study languages when I grew up, which I did. At grammar school I had a ‘language package’ (with history of course) and then I went to university to study Spanish. I also fulfilled the points I had to spend on secondary subjects by taking part in other language studies: Finnish, Russian, Italian, Swedish, Portuguese. And history again.

I wanted to be a translator, but unfortunately that never worked out. Still, it wasn’t all for nothing. One of the advantages was and is that I am not only bound to Dutch and English sources in my research. That opens countless doors.

Languages are a window to a nation

I find languages fascinating. They are a window of a nation. Their culture, their thinking, is reflected by it. It’s a difference of thought whether you say “I have a book” or “mine is a book”. Some languages have only one word for blue and green, so they see it as one color. Other languages have numerous words for different types of snow. There are languages that make a difference in “we” including the addressee and “we” excluding the addressee. All of this says a lot about how the speakers see the world around them.

When I was in scientific linguistics class, a whole new world opened up for me. Even within the Indo-European languages, which are related, there are great differences. What we find logical, does not necessarily have to be. We are ‘used’ to nouns being divided into masculine, feminine and neuter, but many languages do not have this or work with word classes. The articles ‘de’, ‘het’ and ‘een’ (’the’, ‘a’) are indispensable, but Slavic languages do not have them. The word order SVO (subject – verb – [direct] object, i.e. ‘I buy a book’) is not set in stone either. For example, the Celtic languages, related to ours, use VSO.

So I found it enriching that Tolkien came up with a language for the elves that was so rich and detailed that it was completely believable. When the elves spoke their own language, they were more ‘elfish’. They were more real. Their true being was now really expressed, you suddenly understood who and what they were. I even tried to learn that language for a while. A lack of time and corpus threw a spanner in the works.

I once read that Klingon, the fantasy language from Star Trek, is supposedly the second most spoken language in the world. I don’t know if it’s true, but there are a lot of fans who speak it fluently. Maybe we can call those people nerds, but maybe it refers to a deep-seated fascination that dwells in many people. There are other fantasy languages in the film world that could immediately count on a large fan base, such as the Dothraki from Game of Thrones or the Na’vi from Avatar.

Couleur locale

That’s why I like to mix in some authentic language in my books every now and then. Not too much, because people still need to be able to read it. But putting short, simple sentences or exclamations in a person’s own language from time to time adds a lot to the ‘couleur locale’ in my opinion. It gives such a character, well, character. It marks him as much as the description of his appearance or clothing. Whether it’s a different language, a dialect or jargon, or a certain typical use of words, it portrays someone as who he really are.

Among the buccaneers of the 17th century in the Caribbean, Spanish was an important language. Most pirates will have been able to speak it quite well. Since crews were mixed with all kinds of nationalities, it must have been a Babylonian confusion of tongues on board, with the main language being that of the home port, the captain or the majority of the crew. The same linguistic diversity can be found in the United States in the 19th century, where units were often unable to understand each other. Even Napoléon Bonaparte’s Grande Armée had so many foreign soldiers that (standard) French was not always the official language – and not even among the French themselves (think Breton, Patois, Occitan).

I tried to process all that by larding the conversations with fragments of English, French and Spanish. In Kwaggakoppie I went a step further and left all spoken text in the original language, so English or Afrikaans.

More difficult was which line to follow for the Steinburg Mysteries. It’s set in present-day southern Germany and it’s not too difficult for me to sprinkle around some German here and there. But then the specter of time comes back into play. Because the German of today is not the German of the past. Of course, the same problem also played a part with the pirate series, but there the language differences are still negligible. But the Middle Ages? That went too far for me. So I left it all Dutch, I didn’t even ‘Germanize’ the proper names.

I have therefore tried to capture the image of the time by using medieval terminologu. Sometimes that was unavoidable anyway, because for certain things there are only old words, but even if it was not necessary, it sometimes seemed desirable to me. I wanted the language to be a bit more archaic than usual without making it unreadable. I didn’t go so far as to constantly replace ‘you’ with ’thou’, but the word trousers can be found as braies or hosen, for example.

Gaelic was like Greek to me

But old love never dies. I’m now also practicing my pen with writing fantasy, and for that I went all out by coming up with a complete language, grammar and all.

It’s not just blessing. Sometimes my obsessive-compulsive neurosis to use authentic language also led me to get stuck. Because I didn’t always master the language in question. Sometimes the language was not difficult to learn, as with Afrikaans or Scots. But sometimes it was, proverbially, Greek to me.

This was the case, for example, with the Scottish Gaelic. I don’t speak a word and the grammar is foreign to me. Every sentence, no matter how short, took me hours and hours of study, and even then I was often unsure whether it was all correct. I copied the translated phrases into google to see if I got any hits that would prove it was okay. But what a fuss.

It’s nice, though, the fuss… Now I just have to learn how to pronounce it…

Reacties

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer blogs en verhalen

Terug naar alle blogs
Back To Top