Door omstandigheden zal ik een tijdje mijn schrijfactiviteiten op een laag pitje moeten zetten of zelfs tijdelijk helemaal moeten stoppen. Maar ik wil wel graag door mijn blogs in contact blijven met hen die ze graag lezen. En deze maand wil ik jullie meenemen naar een vergeten, zwarte bladzijde in de Franse geschiedenis.
Onderlaatst was ik iets aan het opzoeken over historische vooroordelen over bewoners van de oude, Franse provincies. Van Dumas had ik al geleerd dat Parijzenaren wat neerkeken op de mensen uit Gascogne, omdat ze hen als ruw en onbeschaafd, fel en lichtgeraakt beschouwden. Dus ik wilde weten wat de hoofdstedelingen een paar eeuwen geleden over de andere ‘provincialen’ dachten.
En daarbij stuitte ik op iets wat mij volkomen onbekend was en me ook wel schokte. Ik stuitte op de Cagots.
Ik raakte steeds dieper geschokt
Bij elke zin die ik las, raakte ik dieper geschokt. Ik wist dat er perioden in de Franse geschiedenis waren waarin protestanten, zelfs bij wet, gediscrimineerd werden. Ik wist dat Joden vaak tegen beperkende maatregelen opliepen en niet alleen in Frankrijk. Voorbeelden van minderheidsgroeperingen die vanwege ras of geloof buitengesloten worden, zijn talloos.
Maar de Cagot was een Fransman. Hij sprak Frans of het Franse dialect van de streek waar hij woonde, hij was katholiek, hij zag er precies zo uit als de rest van de Fransen. Maar ze leefden volkomen gesegregeerd. Dat is een beladen term, waarbij je heden ten dage voornamelijk denkt aan de zwarte bevolking van Zuid-Afrika in de vorige eeuw of de Joden in bepaalde westerse landen in vroeger tijden. Maar die term is volledig ook van toepassing op de Cagots.
Er zijn heel veel termen voor hen, afhankelijk van de streek, maar daar wil ik nu niet op ingaan, noch op de vermeende etymologie van het woord, aangezien daar geen uitsluitsel over te geven is. Noch weten we wat hun achtergrond is, waar ze vandaan kwamen, waarover straks meer. Maar eerst wil ik uitleggen wat deze groep precies was en deed.
De Cagots waren een groep Fransen, die voornamelijk in Gascogne en Baskenland woonden, maar ook wel in Noord-Spanje, Poitou en Bretagne. Vóór de Franse Revolutie werden ze zwaar gediscrimineerd en op allerlei manieren buitengesloten.
Discriminatie
Ze mochten niet trouwen met mensen van buiten hun groep, Cagot-baby’s moesten bij het invallen van de nacht zonder klokgelui gedoopt worden, ze hadden hun eigen begraafplaatsen. In officiële documenten werden ze uitsluitend aangeduid met een voornaam en werd hun familienaam niet opgeschreven. Wie toch trouwde met een Cagot, werd er zelf ook één. Zelfs als je peter of petemoei van een Cagot-kind werd, was je dusdanig besmet, dat je in het vervolg ook als Cagot gezien werd.
Ze woonden in aparte wijken aan de rand van steden, zeg maar een soort getto’s. Ze mochten geen taveernes binnengaan. Ze mochten een kerk allen binnen via een aparte, vaak lage deur en zaten binnen dan gescheiden van de rest achter een hekje. In sommige kerken kun je de speciale zijdeuren nog zien. Of je vindt dierenkoppen die de banken aangeven waar de Cagots mochten zitten. Zelfs de priester bleef uit hun buurt. Er is een verhaal van een priester in de Pyreneeën die een lange stok gemaakt had, waarop hij het brood voor de communie stak, zodat hij het toch nog aan deze verschoppelingen kon geven.
Omdat hun aanraking als besmettelijk en zelfs dodelijk gezien werd – en soms ook hun blikken naar kinderen – mochten ze niet werken in de voedselindustrie, dus ook niet als boer. Ze mochten geen voedsel of wijn verkopen, geen voedsel op de markt aanraken, geen molens binnengaan, geen openbare putten en bronnen gebruiken.
Ze mochten niet-Cagots niet aanraken en omgekeerd door hen niet aangeraakt worden. Ze moesten op straat plaats maken, zodat een ‘zuiver iemand van puur bloed’ niet tegen hen aan zou botsen. Niemand wilde geld aanraken dat door hun handen gegaan was, wat dan wel weer ertoe leidde, dat ze van veel belastingen vrijgesteld waren.
Ze werden alleen bij hoge nood in de rechtbank gehoord en dan telden de getuigenissen van vier tot zeven Cagots als één. En alsof dat nog niet erg genoeg was, moesten ze ook kleding dragen die meteen voor iedereen duidelijk maakte dat ze Cagots waren, vaak een grote, gele eendenvoet op hun kleding, iets zoals later de Jodenster dus. Omdat ze natuurlijk ook konden fluiten naar ambtelijke banen en zelfs geen priester mochten worden, bleef er weinig anders voor hen over dan handwerksman of beul te worden.
Niet al deze taboes waren overal hetzelfde of bestonden allemaal tegelijkertijd. Ze verschilden sterk van streek tot streek en van eeuw tot eeuw.
Geen duidelijke reden
Als je een Fransman van vroeger naar de reden zou vragen waarom deze mensen zo besmettelijk werden gezien, dat ze zelfs niet barrevoets mochten lopen of uit dezelfde beker drinken als een niet-Cagot, dan zou je een keur aan antwoorden krijgen. Vaak werd er gezegd dat ze idioten waren, mensen die intellectueel inferieur waren. Er werd gezegd dat ze ketters, kannibalen, tovenaars of weerwolven waren of dat ze seksueel afwijkende voorkeuren hadden. Men dacht dat ze bronnen vergiftigden of men hield het er gewoon op dat ze door-en-door slecht waren.
Er waren, en zijn, talloze theorieën wat hun ontstaansgeschiedenis is. Zo zouden ze afstammelingen zijn van de timmerlieden die het kruis van Jezus gemaakt hadden, of van de metselaars die Solomons tempel hadden gebouwd, maar door God uit Israël verbannen waren vanwege slecht geleverde arbeid. Anderen zeiden dat ze afstamden van de Catharen of Alaanse Arianen, middeleeuwse sekten. Een mildere theorie was dat ze vroege bekeerlingen waren geweest, die door hun toen nog heidense buren gehaat werden.
Nog weer andere ideeën waren dat ze afstamden van de Visigoten die door Clovis bij de Slag van Vouillé verslagen waren, dan wel van de Saracenen en Moren van Al-Andalus na verslagen te zijn door Karel Martel, of wellicht zelfs van Joden. Eén van de meest gehoorde denkbeelden toen was dat ze afstamden van leprozen, die onzichtbaar de ziekte erfelijk met zich meedroegen, of dat ze de nazaten waren van Spaanse zigeuners uit het Baskenland.
Maar geen enkele theorie houdt stand en het blijft ook nu nog een groot raadsel.
Velen geloofden ook dat ze speciale, fysieke kenmerken hadden, zoals het ontbreken van oren of oorlelletjes, of dat ze één oor hadden dat langer was dan het andere. Of ze zouden vliezen tussen hun vingers en tenen hebben, of een krop, of op Goede Vrijdag uit hun navel bloeden. En de meesten waren het erover eens dat ze stonken. Maar in werkelijkheid was er uiterlijk geen verschil tussen een Cagot en een Fransman.
Wel hadden ze in de loop der tijd, zoals te verwachten valt van een geïsoleerde bevolkingsgroep, een eigen cultuur ontwikkeld, maar daar is niets van overgeleverd. Jammer, want dat had misschien een tipje van de sluier op kunnen lichten.
Franse Revolutie
Tijdens de Franse Revolutie werden ze voor de wet gelijkgesteld, want je kunt van de revolutionairen veel zeggen, maar ze waren wel consequent in hun gelijkheidsprincipe – ze hadden ook protestanten en slaven vrijheid gegeven –, maar dat had de vooroordelen niet van de ene op de andere dag veranderd, natuurlijk. Veel Cagots hadden overheidsgebouwen bestormd en geboortearchieven vernietigd om hun afkomst te verbergen, maar dat had niet veel geholpen, want het had niet het geheugen van hun buren gewist. Tot diep in de 19e eeuw bleven de vooroordelen hardnekkig bestaan en waren er zelfs gerenommeerde artsen en psychiaters die vol bleven houden dat ze inferieur waren.
Het is ook niet duidelijk wanneer deze onaanraakbaren voor het eerst ten tonele verschijnen. De eerste meldingen zie je in de 13e eeuw, maar dat zegt niet veel, aangezien er voor die tijd weinig geschreven bronnen zijn. De eerste wetten tegen hen stammen uit 1460. Nu lijken ze uitgestorven te zijn. Een enkele Cagot-gemeenschap bestond nog in Navarra tot begin 20e eeuw. Ze zijn uiteindelijk opgegaan in de bevolking of geëmigreerd naar Amerika.
Constante haat
Ik vind het verwonderlijk dat we van alles lezen en horen over de vervolging van de Hugenoten en de Joden, dat we het hebben over het kastesysteem van India, over Apartheid en Segregatie van zwarten, maar dat we niets, maar dan ook niets horen over deze tamelijk grote groep Franse onaanraakbaren. Honderden jaren was er een constante haat tegen deze groep.
Die haat kwam vanuit het volk. Er waren wel lokale wetten, maar niet vanuit de staat. De Paus, Karel V en veel Fransen koningen waren tegen de discriminatie. En van tijd tot tijd waren er ook lokaal pogingen om het de kop in te drukken.
Zo was er een beroemde rechtszaak in Biarritz in 1718, waarin een man die met een Cagot getrouwd was, vond dat hij het recht had om in de kerk te zitten waar hij wilde. De zaak ging tot het hoogste gerechtshof en de man werd in het gelijk gesteld, maar de bevolking gaf desondanks geen duimbreed toe. Het vooroordeel zat te diep ingebakken. Toen een Cagot vier jaar later het nog eens probeerde, werd hij gestraft. Later stelde het parlement van Bordeaux mannen aan om de discriminatie tegen te gaan, maar zij moesten opgeven, omdat er anders rellen uitgebroken waren. De mensen van Biarritz betaalden gezamenlijk de door het parlement opgelegde boetes, zodat ze maar niet naast een Cagot hoefden te zitten.
Oorspronkelijk leprozen?
Omdat het zo fascinerend is, wil ik toch nog even terugkomen op waar ze nu mogelijk vandaan kwamen of in ieder geval waar de haat tegen deze groep vandaan kwam.
Stamden ze af van leprozen en werden ze gedacht die ziekte geërfd te hebben? Dat klinkt logisch, vanwege het taboe om aan te raken of aangeraakt te worden, maar de discriminatie lijkt terug te gaan tot voor de tijd dat leprozen gescheiden werden van de rest (10e versus 14e eeuw). Bovendien spreekt de oudste wetgeving tegen Cagots niet over lepra. Sommige teksten spreken het zelfs actief tegen. Zo verbiedt een hospitaal in Outrepont in 1291 expliciet “elke cagot of ander gezond persoon” om binnen te komen. Er zijn voorbeelden van onderlinge handel of Cagots die voor anderen werkten. Dus die vlieger gaat niet op.
Tegelijkertijd lijken veel vroege documenten de term ‘cagot’ als synoniem voor ‘leproos’ te gebruiken. Het lijkt erop dat er langzaam een scheiding tussen de twee concepten ontstond, maar ook dat is lastig te bewijzen. En vergeet niet dat het woord ‘leproos’ ook als gewoon scheldwoord gebruikt werd. Als wij iemand een kankerlijder noemen, wil dat niet zeggen dat die persoon ook die vreselijke ziekte heeft.
In de late 16e eeuw nam het parlement van Bordeaux een wet aan tegen Cagots, waarin nadrukkelijk geschreven werd dat “wanneer ze leproos zijn, als er nog steeds enigen zijn, moeten ze kleppers dragen.” Dus blijkbaar geloofden zij dat Cagots ooit leprozen geweest waren, maar tegelijkertijd geloofden ze niet dat ze dat nog steeds waren. Dat maakt het heel lastig de doorwoekerende haat te verklaren.
Veelzeggend is misschien de beschuldiging van de Cortes van Navarra in de 16e eeuw dat de Cagots afstammelingen waren van Gehazi, wiens nageslacht door Jesaja voor eeuwig vervloekt was om leprozen te zijn (2 Koningen 5:27). Ze waren vervloekt door God en mochten dus gehaat worden. Dit is een beetje dezelfde gedachtegang die men toen toepaste om haat voor Joden te verklaren en rechtvaardiging te geven. Zij hadden immers Jezus gedood.
De eeuw erna was een tijd waarin wetenschap hoogtij vierde en natuurlijk zou het prettig zijn als een ongefundeerde haat wetenschappelijk bewezen kon worden. Het was voornamelijk in die tijd dat de wildste theorieën boven borrelden. Om te bewijzen dat Cagots afstammelingen waren van Gehazi, werd beweerd dat het woord afstamde van ‘gahet’, wat weer afstamde van ‘gehazite’, wat ‘afstammeling van Gehazi’ betekent. Het is een aan de haren erbij gesleepte etymologie, die desalniettemin zeer veel aanhangers had.
De wetenschap werkte soms ook in het voordeel van de Cagot. In het begin van de 17e eeuw werd er soms bevolen dat Cagots onderzocht moesten worden door een arts op lepra. Elke keer weer waren de bevindingen hetzelfde: ze waren niet leproos. Maar het volk wilde er niet aan. De dokters konden wel roepen dat er een einde aan de discriminatie moest komen, maar wat wisten die er nu van? Je had immers rode en witte lepra, zo zei men, en de witte variant was niet te zien. En dus was het die ziekte die de Cagots hadden.
Staffan Scheutz vat het in zijn artikel “Beyond Thought – the Cagots of France” mooi en duidelijk samen, beter dan ik het zelf zou kunnen: “We hebben dus duidelijk bewijs dat men in de Middeleeuwen niet algemeen geloofde dat Cagots leprozen waren, maar dat de oude connectie die er bestond tussen Cagots en lepra, later gebruikt werd als onderdeel van een structurele rechtvaardiging voor de discriminatie van hen. Het lijkt mij alsof lepra de oorspronkelijke reden voor de discriminatie was, maar dat het uiteindelijk niets meer en niets minder werd dan een gemakkelijk excuus om door te gaan met haten. Als het tegendeel bewezen werd, en dat gebeurde, dan kwam men eenvoudig met iets anders om de Cagots van te beschuldigen.”
Timmerlieden, ketters, Visigoten, bekeerde Joden?
Soms lees je als verklaring ook dat ze vaak timmerlieden waren. En timmerlieden wekten soms negatieve gevoelens op, want zij maakten galgen. Maar waarom werden niet-Cagot timmerlieden dan niet gediscrimineerd? En bovendien werkten echt niet alle Cagots met hout. En dit negatieve stigma was aan het eind van de Middeleeuwen ook wel zo’n beetje verdwenen.
Dan is er nog de verklaring dat ze afstamden van ketters, zoals de Avaren, Katharen of Albigenzen. Er was altijd al een sterke connectie tussen ketters en ziekten, dus ook lepra. De Cagots zelf hebben in een brief aan de Paus zelf hun oorsprong op deze manier verklaard. Maar die gedachte werd al in de 15e eeuw verworpen, want de discriminatie stamde van voor die tijd. Waarom zeiden de Cagots dit dan? Mogelijk deden ze dat, omdat de erfelijke smet van ketterij na vier generaties verdwenen was.
Stamden ze af van de Visigoten? Als bewijs werd aangedragen dat ‘cagot’ etymologisch af zou stammen van ‘caas got’, wat ‘honden van de Goten’ zou betekenen. Dat rammelt net zoveel als de al eerdergenoemde etymologie. Bovendien zou dan de haat voortgekomen zijn uit discriminatie van heidense Franken tegen christelijke Visigoten, wat precies het omgekeerde is van wat de haat eigenlijk inhield.
Waren ze dan toch Saracenen? Die joegen de Goten uit Spanje en waren dus de ‘chasseurs des Gots’ (‘jagers van Goten’), waaruit “natuurlijk” het woord ‘cagot’ voortgekomen is. Daarom moesten ze ook eendenvoeten dragen, want moslims wassen zich met water voor elk gebed en een eend is een watervogel. Je ziet al hoe al die verklaringen als los zand aan elkaar hangen, waardoor ze ook toen al op veel kritiek konden rekenen.
In Engeland dacht men dat Cagots bekeerde Joden waren. Ook hier had men linguïstisch “bewijs” voorhanden. Joden werden immers soms ‘capo’ genoemd en dat was toch echt bijna hetzelfde als ‘cagot’. En bovendien bloedden ze dus op elke Goede Vrijdag. Ook dat was gemakkelijk te weerleggen, maar daar had niemand oren naar. En waren de Cagots niet vaak timmerman? En waren het niet de Joden die Jezus’ kruis getimmerd hadden? En de Cagots emigreerden in grote getalen. Deed het volk van Mozes dat niet ook? Dat ze gewoon discriminatie ontvluchtten, kwam blijkbaar bij niemand op.
Sommigen voelen zich pas goed als ze kunnen haten
In het kort komt het er dus op neer dat de oorsprong van de haat niet bekend is en als die oorsprong er al was, was die in de 16e eeuw, toen de theorieën begonnen om de haat te rechtvaardigen, allang vergeten.
Registers, een soort ‘stamboeken’, werden bijgehouden, eeuw na eeuw, om te kunnen bepalen wie een Cagot was, want zonder die documenten was het onmogelijk er één op het blote oog te herkennen.
Dit is een tijd waarin de strijd tegen discriminatie op elk terrein bijzonder op de voorgrond treedt. Bovenstaande lijkt er echter op te wijzen dat de mens geen andere reden nodig heeft om een groep – of individu – te haten, te vervolgen en buiten te sluiten, anders dan dat er een soort gen is, een ingeboren instinct om een zondebok nodig te hebben, om je haat, ongefundeerd en ongerechtvaardigd, te kunnen uiten, een kanaal te geven om het naar buiten te laten. En daar hoeft de ontvanger van die haat niet eens voor van een ander ras of huidskleur, geslacht of godsdienst te zijn. Al wat volstaat, is dat je ouders en je buren, je vrienden en je gemeenschapsgenoten hen ook haten.
Ik zie veel haat om me heen de laatste tijd. En ik krijg het enge gevoel dat sommige mensen zich pas goed voelen als ze haten kunnen. Haat schijnt lekker te zijn. Voor sommige mensen dan.
The forgotten French pariahs
Due to circumstances, I will have to put my writing activities on the back burner for a while or even temporarily put on hold completely. But by way of my blogs I would like to stay in touch with who like to read them. And this month I want to take you to a forgotten, dark page in French history.
The other day I was looking up something about historical prejudices about the inhabitants of the old French provinces. I had already learned from Dumas that Parisians looked down on the people of Gascony, because they considered them rough and uncivilized, fierce and touchy. So I wanted to know what the inhabitants of the capital thought about the other “provincials” a few centuries ago.
And in doing so, I stumbled upon something that was completely unknown to me, and also shocked me. I stumbled upon the Cagots.
I became more and more shocked
With every sentence I read, I became more deeply shocked. I knew that there were periods in French history when Protestants were discriminated against, even by law. I knew that Jews often faced restrictive measures, and not only in France. Examples of minority groups that are excluded because of race or religion are numerous.
But the Cagot was a Frenchman. He spoke French or the French dialect of the region where he lived, he was Catholic, he looked exactly like the rest of the French. But they lived in complete segregation. That is a loaded term, at which nowadays you mainly think of the black population of South Africa in the last century or the Jews in certain Western countries in earlier times. But that term also applies to the Cagots.
There are many terms for them, depending on the region, but I do not want to go into that now, nor into the alleged etymology of the word, since there is no definite answer to that. Nor do we know what their background is, where they came from, more on that later. But first, I want to explain exactly what this group was and did.
The Cagots were a group of French people, who lived mainly in Gascony and the Basque Country, but also in northern Spain, Poitou and Brittany. Before the French Revolution, they were heavily discriminated against and excluded in all kinds of ways.
Discrimination
They were not allowed to marry people from outside their group, Cagot babies had to be baptized at nightfall without ringing bells, they had their own cemeteries. In official documents, they were referred to only by a first name and their family name was not written down. Those who did marry a Cagot despite the rules against it, became one themselves. Even if you became godfather or godmother of a Cagot child, you were so infected that you were seen as a Cagot from that moment on.
They lived in separate neighborhoods on the outskirts of cities, let’s say a kind of ghettos. They were not allowed to enter taverns. They were only allowed to enter a church through a separate, often low door and were separated from the rest behind a railing. In some churches you can still see the special side doors. Or you can find animal heads indicating the benches where the Cagots were allowed to sit. Even the priest stayed away from them. There is a story of a priest in the Pyrenees who made a long stick, on which he stuck the bread for communion, so that he could still give it to these outcasts.
Because their touch was seen as contagious and even deadly – and sometimes their glances at children, too – they were not allowed to work in the food industry, including as farmers. They were not allowed to sell food or wine, to touch food in the market, not to enter mills, not to use public wells and springs.
They were not allowed to touch non-Cagots and vice versa were not allowed to be touched by them. They had to make room in the street so that a untainted person of pure blood’ would not bump into them. No one wanted to touch money that had passed through their hands, which in turn meant that they were exempt from many taxes, the only good thing about their exclusion.
They were only heard in court in case of dire urgency and then the testimonies of four to seven Cagots counted as one. And as if that wasn’t bad enough, they also had to wear clothes that immediately made it clear to everyone that they were Cagots, often a large, yellow duck foot on their clothing, something like the Star of David later on. Of course, because they could also forget to ever hold governmental jobs and were not even allowed to become priests, there was little left for them but to become craftsmen or executioners.
Not all of these taboos were the same everywhere or existed all at the same time. They varied greatly from region to region and from century to century.
No clear reason
If you were to ask a Frenchman of the past why these people were seen as so contagious, that they were not even allowed to walk barefoot or drink from the same cup as a non-Cagot, you would get a variety of answers. It was often said that they were idiots, people who were intellectually inferior. They were said to be heretics, cannibals, sorcerers, werewolves, or to have sexually deviant preferences. They thought they were poisoning wells, or they just thought they were thoroughly evil.
There were, and are, numerous theories as to their origins. For example, they would be descendants of the carpenters who made Jesus’ cross, or of the masons who built Solomon’s temple, but had been banished from Israel by God because of poor labor. Others said they were descended from the Cathars or Alan Arians, medieval sects. A milder theory was that they had been early converts, hated by their then pagan neighbors.
Still other ideas were that they were either descended from the Visigoths defeated by Clovis at the Battle of Vouillé, or from the Saracens and Moors of Al-Andalus after being defeated by Charles Martel, or perhaps even from Jews. One of the most common ideas at the time was that they were descended from lepers, who invisibly carried the disease hereditary, or that they were the descendants of Spanish gypsies from the Basque Country.
But no theory holds up and it remains a great mystery even today.
Many also believed that they had special, physical characteristics, such as the lack of ears or earlobes, or that they had one ear that was longer than the other. Or they would have membranes between their fingers and toes, or a crop, or bleed from their navel on Good Friday. And most agreed that they smelled. But in reality, there was no outward difference between a Cagot and a Frenchman.
In the course of time, as is to be expected from an isolated population group, they developed their own culture, but none of this has survived. It’s a pity, because that might have given us a hint.
French Revolution
During the French Revolution, they were put on an equal footing before the law, because you can say a lot about the revolutionaries, but they were consistent in their principle of equality – they had also given freedom to Protestants and slaves – but that did not change the prejudices overnight, of course. Many Cagots had stormed government buildings and destroyed birth records to hide their origins, but that didn’t help much, as it hadn’t erased the memory of their neighbors. Well into the 19th century, the prejudices persisted and there were even renowned doctors and psychiatrists who insisted that they were inferior.
It’s also not clear when these untouchables first appear on the scene. The first mentions can be seen in the 13th century, but that doesn’t say much, since there are few written sources from before that date. The first laws against them date back to 1460. Now they seem to be extinct. A single Cagot community still existed in Navarre until the beginning of the 20th century. They eventually merged into the population or emigrated to America.
Constant hatred
I find it surprising that we read and hear all kinds of things about the persecution of the Huguenots and the Jews, that we talk about the caste system of India, about Apartheid and Segregation of blacks, but that we hear nothing, absolutely nothing, about this rather large group of French untouchables. For hundreds of years, there was a constant hatred of this group.
That hatred came from the people. There were local laws, but not from the state. The Pope, Charles V and many French kings opposed the discrimination. And from time to time, there were also local attempts to suppress it.
For example, there was a famous court case in Biarritz in 1718, in which a man married to a Cagot, felt that he had the right to sit in the church where he wanted. The case went all the way to the highest court and the man won his case, but the people did not give an inch. The prejudice was too deeply ingrained. When a Cagot tried again four years later, he was punished. Later, the parliament of Bordeaux appointed men to combat discrimination, but they had to give up, otherwise riots would have broken out. The people of Biarritz jointly paid the fines imposed by parliament, so that they did not have to sit next to a Cagot.
Originally lepers?
Because it’s so fascinating, I want to come back to where they might have come from or at least where the hatred against this group came from.
Were they descended from lepers and were they thought to have inherited that disease? That sounds logical, because of the taboo of touching or being touched, but the discrimination seems to go back to before the time when lepers were separated from the rest (10th versus 14th century). Moreover, the oldest legislation against Cagots does not mention leprosy. Some texts even actively contradict it. For example, in 1291, a hospital in Outrepont explicitly forbade “any cagot or other healthy person” to enter. There are examples of mutual trade or Cagots who worked for others. So this cannot be the reason.
At the same time, many early documents seem to use the term ‘cagot’ as a synonym for ‘leper’. It seems that a separation between the two concepts slowly emerged, but that too is difficult to prove. And don’t forget that the word ‘leper’ was also used as a common swear word. When we call someone a kankerlijder (cancer patient), it does not mean that that person actually has that terrible disease.
In the late 16th century, the parliament of Bordeaux passed a law against Cagots, emphatically stating that “when they are lepers, if there are still any, they must wear clappers.” So apparently they believed that Cagots had once been lepers, but at the same time they didn’t believe that they still were. That makes it very difficult to explain the rampant hatred.
Perhaps significant is the accusation made by the Cortes of Navarre in the 16th century that the Cagots were descendants of Gehazi, whose descendants had been cursed by Isaiah for eternity to be lepers (2 Kings 5:27). They were cursed by God and could therefore be hated. This is a bit of the same line of thought that was used back then to explain hatred for Jews and to give justification. After all, they had killed Jesus.
The following century was a time when science reigned supreme and of course it would be nice if an unfounded hatred could be scientifically proven. It was mainly at that time that the wildest theories bubbled up. To prove that Cagots were descendants of Gehazi, it was claimed that the word derived from ‘gahet’, which in turn derived from ‘gehazite’, meaning ‘descendant of Gehazi’. It is an fanciful etymology that has no sound scientifical background at all, but which nevertheless had a lot of supporters.
Science also sometimes worked in the Cagot’s favor. In the early 17th century, it was sometimes ordered that Cagots should be examined by a doctor for leprosy. Each time, the findings were the same: they were not leprous. But the people didn’t want to hear it. The doctors could say that the discrimination had to end, but what did they know about it? After all, you had red and white leprosy, they said, and the white variant was invisible. And so it was that disease that the Cagots had.
Staffan Scheutz sums it up nicely and clearly in his article “Beyond Thought – the Cagots of France”, better than I could myself: “Thus we have clear evidence that the Cagots were not commonly believed to be leprous during the Middle Ages, but that the old connection which existed between Cagots and leprosy came to be used as part in a structural justification for the discrimination against them. It seems to me as if leprosy was the original reason for the discrimination, but that came to be nothing more than a convenient excuse for the continued hatred of the Cagots. If it was proven wrong – and it was – one simply came up with something else for which to blame the Cagots.”
Carpenters, heretics, Visigoths, converted Jews?
Sometimes you also read as an explanation that they were often carpenters. And carpenters sometimes aroused negative feelings, because they made gallows. But why weren’t non-Cagot carpenters discriminated against? And besides, not all Cagots worked with wood. And by the end of the Middle Ages, this negative stigma had pretty much disappeared.
Then there is the explanation that they were descended from heretics, such as the Avars, Cathars or Albigensians. There has always been a strong connection between heretics and diseases, including leprosy. The Cagots themselves, in a letter to the Pope, explained their origin in this way. But that idea was rejected as early as the 15th century, because the discrimination predated that time. So why did the Cagots say this? They may have done so because the hereditary taint of heresy was deemed to have disappeared after four generations.
Were they descended from the Visigoths? As evidence, it was suggested that ‘cagot’ was etymologically derived from ‘caas got’, which would mean ‘dogs of the Goths’. That is just as ramshackle as the aforementioned etymology. Moreover, the hatred would have arisen from discrimination against pagan Franks against Christian Visigoths, which is exactly the opposite of what the hatred actually encompassed.
Were they Saracens after all? They chased the Goths out of Spain and were therefore the ‘chasseurs des Gots’ (‘hunters of Goths’), from which “of course” the word ‘cagot’ originated. That’s why they also had to wear duck feet, because Muslims wash themselves with water before every prayer and a duck is a water bird. You can easily see how all these explanations are as loose grains of sand, so they attracted a lot of criticism even then.
In England, Cagots were thought to be converted Jews. Here, too, linguistic “evidence” was available. After all, Jews were sometimes called ‘capo’ and that was really almost the same as ‘cagot’. And besides, they bled on every Good Friday. That, too, was easy to refute, but no one wanted to hear. And wasn’t it so that Cagots were often carpenters? And wasn’t it also sos that the Jews had made Jesus’ cross? And the Cagots emigrated in large numbers. Didn’t the people of Moses do the same? Apparently, it didn’t occur to anyone that they were simply fleeing discrimination.
Some only feel good when they can hate
In short, the origin of hatred is not known, and if there was any at all, it was long forgotten by the 16th century, when theories began to justify hatred.
Registers, a kind of ‘studbook’, were kept, century after century, to determine who was a Cagot, because without those documents it was impossible to recognize one with the naked eye.
This is a time when the fight against discrimination in all areas is particularly prominent. However, the above seems to indicate that man needs no other reason to hate, persecute, and exclude a group – or individual – other than that there is some kind of gene, an innate instinct to need a scapegoat, to be able to express one’s hatred, baseless and unjustified, to give it a channel to let it out. And the recipient of that hatred doesn’t even have to be of a different race or color, gender or religion. All that suffices is that your parents and your neighbors, your friends and your community members hate them too.
I’ve seen a lot of hate around me lately. And I get the scary feeling that some people only feel good when they can hate. Hate seems to be pleasant. For some people, that is.







Comments (0)