Skip to content

Fabels en feiten over piraten

Door: The Capture of the Pirate Blackbeard, Jean Leon Gerome Ferris, 1920

Ik gebruik mijn blogs om nieuws over mijn allerlaatste boeken en nieuwe projecten te delen of om wetenswaardigheden te vertellen die ik tijdens research tegengekomen ben. Vaak ook vertel ik iets over mezelf, mijn jeugd, mijn interesses. Deze keer wil ik weer wat hersenspinsels met jullie delen. Het is piratentijd!

Dat is niet mijn oudste liefde (dat zijn cowboys), maar wel de eerste die tot een roman geleid heeft. Mijn schrijversavontuur is begonnen met de boeken over Rochette. En over piraten gaan nogal wat fabels rond, zoals bij alles waar Hollywood met zijn vingers aanzit. Nu zijn deze fabels niet 100% op conto van Hollywood te schrijven, want al in hun eigen tijd werden zeerovers behoorlijk geromantiseerd, niet in de laatste plaats door de successen van enkelen en de biografieën die sommige piraten en boekaniers neerpenden.

Kaper, boekanier, zeerover of piraat?

Voor we hierop ingaan, moeten we misschien eerst even kijken naar wat een piraat is. Er zijn verschillende termen die door elkaar heenlopen: kaper, boekanier, zeerover, piraat. Was dit allemaal hetzelfde?

Nee. Een kaper is een zeerover met een commissie van de kroon, die alleen schepen mag aanvallen van naties waar men op dat moment mee in oorlog is. Zijn schip is vaak in handen van particulieren of de staat en de manschappen krijgen een deel van de winst bovenop een standaardloon. Hij opereert dus binnen de wet.

Een boekanier is een zeerover die meer op het land dan op zee actief is, die de zee als verplaatsing gebruikt tussen zijn landdoelen. Hij opereerde in de Amerikaanse wateren en kwam voort uit de jagers die de scheepslieden van wild voorzagen. Hun naam stamt af van een Indiaans woord dat ‘vlees roosteren’ betekent.

Een piraat, ten slotte, is een zeerover avant la lettre.

Romantisering

Terug naar de romantisering. Hun leven was niet rooskleurig. Het was ruw, gevaarlijk, hard en wreed. En vooral vaak ook kort. Erg kort, met niet zelden een gewelddadig einde. En niet elke piraat werd rijk. Bij lange na niet! Waarom dan had het piratenleven zo’n aantrekkingskracht, zowel op de mannen die hiertoe, vrijwillig dan wel gedwongen, overgingen als op de lezers van biografieën en romans?

 Het antwoord is vrijheid. Vrijheid en democratie. Vrijheid, democratie en zelfbeschikkingsrecht. Waarden waarnaar elk mens hunkert, maar die voor velen onbereikbaar zijn en zeker in de zeventiende eeuw. En de laatste tijd staan ze ook weer volop in de schijnwerpers.

Maar in die tijd was je overgeleverd aan gerechtelijke willekeur, aan schrijnende sociale ongelijkheid, aan knechting in de ruimste zin des woords. De vrouw was volledig ondergeschikt aan de man. De arme was ondergeschikt aan de rijke. Elk mens was ondergeschikt aan de kerk en elke burger aan de koning, elke contractarbeider aan zijn juridisch eigenaar. En elke matroos aan zijn kapitein…

Dat die onvrijheid en ongelijkheid en willekeur leidden tot ernstige misstanden, hoef ik niemand uit te leggen. Democratie was vrijwel onbekend. De republiek der Nederlanden kwam in de buurt, maar een algemeen stemrecht bestond niet, gelijkheid bestond niet.

Ultieme vorm van democratie

Maar de 17e-eeuwse boekanier had de ultieme vorm van democratie uitgevonden. En voor de verandering bleek die utopie geen utopie, maar een systeem dat in de praktijk wonderwel werkte! En dat sprak tot de verbeelding, mannen die zelf bepaalden wat ze met hun leven deden en aan niemand, zelfs misschien niet aan God, verantwoording hoefden af te leggen, mannen die geen belastingen betaalden, mannen die in elke beslissing aangaande hun leven en toekomst een stem hadden, mannen die gelijk waren aan hun medemens, zelfs als ze als slaaf geboren waren.

Waar op een regulier schip de officieren een eigen hut hadden, beter eten kregen en een exorbitant hoger salaris kregen, was dat op een piratenschip heel wat anders.

Op een Engels oorlogsschip van de eerste rang verdiende de kapitein achttien keer zoveel als een ervaren matroos, terwijl zijn aandeel in het prijzengeld honderd vierendertig keer zo hoog lag. Op een piratenschip kreeg de kapitein meestal maar anderhalf of twee keer zoveel, en dan alleen nog bij de gratie van de mannen.

Evenmin kregen officieren op de vrije vaart privileges in de vorm van een eigen hut of meer voedsel. Alle victualiën aan boord werden gelijkelijk verdeeld en iedereen mocht ervan nemen wanneer hem dat uitkwam. Zelfs als er tekorten ontstonden, moest er gestemd worden of er gerantsoeneerd mocht worden. Er is een verhaal overgeleverd van een kwartiermeester die aan wal zijn kapitein een jas afnam, omdat die geen toestemming aan de bemanning gevraagd had die uit de gemeenschappelijke kledingkist te pakken.

Officieren werden gekozen en konden dus bij wangedrag ook weer afgezet worden. De mannen bepaalden gezamenlijk, door te stemmen, waarheen ze zouden varen en welke prijs er wel en niet genomen mocht worden. Alleen als het gevecht eenmaal aangegaan was, had de kapitein absolute zeggenschap, anders zou er chaos ontstaan.

De kapitein kon de straffen wel opleggen, maar nooit uitvoeren. Dat mocht alleen de kwartiermeester. Zo werd misbruik voorkomen. Wie je ook was aan boord, iedereen was gelijk. Er werd zelfs geen onderscheid gemaakt tussen blanken en zwarten, wat in een tijd van slavernij hoogst ongebruikelijk was.

En door die vrijheid en levensstijl maakten ze een onuitwisbare indruk op hun tijdgenoten, waardoor ze door latere generaties geromantiseerd werden. Feiten waren fictie geworden. En de hedendaagse schrijver moet daar een evenwicht in zien te vinden.

Verhalen over schatten zijn meestal fabels

Belangrijker dan rijkdom was dus hun vrijheid. Het heette dan ook niet voor niets de vrije vaart. Een synoniem voor piraat is vrijbuiter. Het vooruitzicht op rijkdom speelde uiteraard ook mee, maar de buit die door piraten binnengehaald werd, wordt schromelijk overschat. Hoewel enkele exorbitante bedragen buitgemaakt zijn in een enkele expeditie en die uiteraard beklijven, zijn de meeste verhalen over schatten een fabel. Meestal bestond de buit uit niet veel meer dan water en voedsel, hoognodige onderdelen om het eigen schip varende te houden en niet zelden medicijnen zoals kwik. Tegenover elk succesverhaal staan legio verslagen van piratenschepen die na een expeditie van meer dan een jaar met lege handen stonden.

De kapitein werd dus gekozen door de manschappen en had zijn commando te danken aan kunde, durf en succes. Vaak waren ze ook degenen die konden navigeren. Een  heel enkele keer was hij de eigenaar van het schip of had hij het vertrouwen van de geldschieter. Hij was absoluut de baas tijdens het gevecht, maar bepaalde niet de route, noch welke prijzen er genomen moesten worden. Dat waren democratische besluiten.

De kwartiermeester was de eigenlijke baas, de nummer twee aan boord. Hij was een ‘uitdeler’: hij verdeelde het prijzengeld, werk en het voedsel en hij deelde de straffen, wapens en het kruit uit. Hij was degene die de enterploegen voorging. Hij bepaalde welke buit aan boord van een ingenomen schip de moeite waard was gezien de tijd die ze hadden en de ruimte aan boord. Hij was de enige die een straf ten uitvoer kon brengen en het was zijn taak ruzies tussen de mannen te beslechten, dus ook om getuige te zijn bij duels. Hij hield ook de rekeningen en lijsten bij en werd meestal als kapitein aangesteld over een buitgemaakt schip.

Naast deze twee officieren waren er aan boord nog enkele andere lieden die belangrijker waren door hun functie dan de gewone opvarenden. De bootsman was de baas over de tuigage in de haven, van de dekploegen en de ankers en de vlaggen. Kortom, het schip zelf en het onderhoud daarvan waren zijn taak. Hij riep de ploegen aan het werk en was dus een soort voorman, maar had ook het toezicht over de staat van het voedsel. Dat maakte hem dus ook inspecteur. Vaak wist hij ook wel wat van navigatie. Hij was de nummer drie aan boord.

De stuurman of zeilmeester was degene die kon navigeren en met kaarten en instrumenten de koers kon bepalen. Soms had een piratenschip een aparte zeilmeester, vaak ook was het de kapitein of de eerste maat die deze kennis bezat. De eerste maat was dan een soort reservekapitein, maar op een piratenschip lag deze functie meestal bij de kwartiermeester, die dus aanmerkelijk machtiger en belangrijker was dan op een regulier schip.

De kanonnier, de zeilmaker en de timmerman waren onderofficieren en kregen dan ook een groter aandeel, net als de hoge officieren. Muzikanten werden op alle schepen belangrijk geacht om het moreel hoog te houden. Natuurlijk kon een piratenschip ook niet buiten een chirurgijn, maar bij gebrek aan een echte arts werd de timmerman aangewezen.

Op vlootschepen waren altijd jonge jongens van hooguit een jaar of twaalf aan boord. Ze moesten de officieren bedienen en alle andere rotklusjes aan boord opknappen. Tijdens de slag moesten zij het kruit aandragen en werden daarom in Engels vaak ‘powder monkeys’ genaamd. Op een piratenschip waren er officieel geen scheepsjongens. Hun taak werd daar meestal ingevuld door de nieuweling aan boord. Niet verbazend waren het vaak deze jonge jongens die het eerst aanmonsterden op een piratenschip, wanneer hun eigen schip ingenomen werd.

Zwarte piratenvlaggen: mythe of waar?

Terug naar de romantisering. Dit fenomeen heeft altijd tot gevolg dat de waarheid verdraaid en vertekend wordt. Feiten sneeuwen onder en fabeltjes worden gemeengoed. Bij piraten is dat niet anders. Aan de mythevorming met al zijn foute ‘feiten’ hebben zowel de piraten die hun memoires voor geld opschreven en uitgaven, bijgedragen, als latere romanschrijvers en nog weer later het fenomeen film. Dus wat klopt er nu niet van het beeld dat we nu van een piraat hebben?

Laten we beginnen met het kenmerk van piraten: de zwarte vlag met doodskoppen en gekruiste beenderen. Die wapperden toch op alle piratenschepen?

Fout! De eerste zwarte vlaggen met angstwekkende afbeeldingen zijn pas rond 1700 voor het eerst te zien op de zeven wereldzeeën. En dan nog hadden alleen de vlaggen van Black Sam Bellamy en Edward England een doodshoofd met gekruiste beenderen. Andere kapiteins kozen voor skeletten, kortelassen, zandlopers en bloedende harten, in wit of rood.

Wat voor vlag gebruikten de piraten vóór 1700 dan? De meeste voelden zich verbonden met hun land van herkomst en gebruikten meestal die vlag. Of ze hadden een commissie en gebruikten dan de vlag van dat land. Of ze lieten een valse vlag wapperen om hun prooi om de tuin te leiden. Er is sprake van geheel zwarte vlaggen, maar die waren zeldzamer. Wel was er de bloedvlag, een vuurrode vlag die pas gehesen werd als er niet langer genade gegeven zou worden, noch gevraagd.

Over de plank lopen

Evenmin lieten piraten hun slachtoffers over de plank lopen. Dat is een schier onuitroeibare mythe. Waarom zoveel moeite doen als je iemand ook gewoon overboord kon kieperen? Piraten deelden dezelfde straffen uit als op gewone schepen, dus werd er gegeseld, aan de mast genageld, spitsroede gelopen, kromgesloten, van aandeel vervallen verklaard of eenvoudig doodgeschoten. Het beruchte kielhalen lijkt niet of nauwelijks toegepast te zijn.

Een typische piratenstraf die niet tot het land der fabelen hoort, is het achterlaten op een onbewoond eiland met alleen een fles water en een geladen pistool om zelfmoord te plegen. De gestrafte werd gouverneur van zijn eiland gemaakt, zogezegd, en de afloop was bijna altijd fataal.

Piratenschepen

En dan het piratenschip. Niets is zo tot de verbeelding sprekend als een gehavende zeeman, die turend tegen de zon in, af en toe door opsproeiend zeeschuim geteisterd, het schip voortjaagt over de woelige baren, draaiend aan het grote stuurwiel. Wederom fout! Het eerste stuurwiel komt pas rond 1700 en bestond dus niet in de tijd van beruchte boekaniers als Laurens de graaf en Morgan.

Overigens waren zeker in het begin van de piratentijd grote piratenschepen met drie masten zeldzaam. Meestal hadden ze een veel kleiner schip, soms niet meer dan een kano. Als ze toch een groot schip bemachtigden, dan gingen ze meteen aan de slag met de bijl. Het voorkasteel (bak) en achterkasteel (kampanje) werden bijna altijd weggehaald. Het hele schip werd dan ‘flushed decked’, zoals het in het Engels heet, dus gelijkdeks. Dat was een groot voordeel als er geënterd werd. En er werden meer geschutsgaten in de wand uitgehakt, want extra vuurkracht was voor een piratenschip cruciaal.

Enteren

Dan over het enteren. Weer zo’n fabel. Nee, er werd niet massaal aan touwen heen en weer geslingerd. Het zal best wel eens gebeurd zijn, maar het was zeker geen gemeengoed. Meestal was het piratenschip kleiner dan zijn buit. Dan werd het langszij gelegd of er werd bij de boeg of spiegel aangehaakt, waarna ze eenvoudig tegen de wand opklauterden, alsof een muur van een vesting genomen werd. En feitelijk was het ook niet anders dan dat. Soms werden de boegspriet of een omgevallen mast gebruikt als loopplank, wanneer de situatie dat toestond.

Als de schepen even hoog waren en de relingen dicht genoeg bij elkaar lagen, kon er eenvoudig overgesprongen worden, maar aangezien de meeste schepen bovenaan iets naar binnen terugwijken en een schip beweegt, zal dat niet zonder gevaar geweest zijn. Nogmaals, een enkeling zal onder bepaalde omstandigheden misschien best wel eens aan een losgeraakt touw overgezwaaid zijn, maar ze stonden echt niet allemaal met hun kortelas tussen hun tanden en een touw in de hand op de reling te wachten.

Kleding, wapens en houten been

De hoogtijdagen der piraterij lagen tussen 1660 en 1730. In die zeventig jaar veranderde er niet alleen veel in de zeevaart, maar ook in de mode. En dus ook wat een piraat droeg. Een piraat droeg dat wat zijn tijdsgenoten ook droegen. Aan boord ging hij barrevoets of droeg hij schoenen, droeg hij een driekwartbroek met wijde slobberpijpen, maar zonder broekzakken, en een hemd met jas. Om hun onafhankelijkheid en hun gelijkheid tot de rijken, die eens hun meerderen waren, te onderstrepen dosten ze zich graag uit in opzichtige accessoires, zoals kleurige heupsjerpen. Er zijn ooggetuigenverslagen die vertellen hoe piraten aan wal zich tooiden met hemden met kant, hoeden met veren en kostbare, buitgemaakte jassen, maar dan wel weer gewoon met blote voeten. Dat zal een potsierlijk gezicht geweest zijn.

Een ongewapende piraat is een dode piraat. Maar Captain Blood mag dan een rapier met komgevest gebruiken, de echte boekanier droeg een kortelas, een korte, enigszins kromme houwdegen. Ze bewapenden zich verder met enterbijlen, pistolen en musketten. Zeer geliefd waren ook 17e-eeuwse handgranaten.

Maar een houten been? Oh ja, ze verloren dikwijls ledematen. De piratenartikelen vermeldden niet voor niets de uitkeringen voor het verlies van ogen, armen en benen. Maar na het verlies van een hand of been was je carrière aan boord wel over. Hoe wilde je in vredesnaam met één been of arm in het want klimmen of op de ra een zeil inhalen? Want een plaatsje voor de gehandicapte ex-piraat als kok aan boord was er zelden; piraten kookten hun eigen potje aan dek.

Piraten genoten bescherming

Velen denken verder dat de gemiddelde piraat zijn leven eindigde aan de galg van Executioner’s Dock in Wapping. Maar de kans dat een piraat gehangen werd, was in die beginjaren uiterst klein. Eerder overleed hij door ziekte, zoals John Bowen, ongelukken aan boord, tijdens actie, zoals Black Bart Roberts, Richard Sawkins en Thomas Tew, door overmatig drankgebruik, zoals Morgan, door onderling geweld, zoals Van Hoorn, door schipbreuk, zoals Grammont, en Nau l’Olonnais viel in handen van kannibalen. Of ze verdwenen in de vergetelheid, misschien wel om te rentenieren van hun buit, zoals Henry Avery, Laurens Prins en Rok Brasiliano. Bartholomew Sharp stierf in de gevangenis en Dampier overleed gewoon in zijn eigen bed.

Natuurlijk, Samuel Bellamy, William Kidd, Blackbeard en Calico Jack Rackham zijn gehangen, maar het aantal piraten dat aan de galg kwam, was uiterst gering, zeker vóór 1700. Coxon is zelfs meerdere keren in een proces vrijgesproken.

Dat kwam niet omdat ze zo moeilijk te vangen waren. Dat kwam omdat hun de hand boven het hoofd gehouden werd. Overal waren vrijhavens waar piraten konden gaan en staan waar ze wilden. Gouverneurs knepen hun ogen dicht, want het geld dat de vrijbuiters binnenbrachten, was niet te versmaden. Zolang ze zich voornamelijk richtten op Spaanse buit, kon het maar weinig mensen wat schelen, al was men dan officieel niet in oorlog met Spanje. Hardop werd er geprotesteerd, ook door de koning, maar in de praktijk ondernam men maar bitter weinig. Voor de show werd er af en toe iemand gearresteerd of zelfs gehangen, maar meestal had een piraat in de 17e eeuw niet zo heel erg veel te vrezen zolang hij uit handen van de Spanjaarden bleef.

Behalve het geld, was er nog een goede reden om de boekaniers niet te vervolgen, zeker in de beginjaren. Jamaica, de rijkste kolonie van Engeland in de west in die dagen, werd nauwelijks door de vloot beschermd. Het moederland had eenvoudigweg het geld, noch de capaciteit om dat te doen. Voor hun bescherming waren de planters volledig afhankelijk van de boekaniers. Geen wonder dat Port Royal uitgroeide tot de belangrijkste vrijhaven in de Cariben. Ze werden openlijk en met open armen ontvangen, zelfs door de notabelen, die hen graag fêteerden.

En toen de publieke opinie in de koloniën zich ook langzaam tegen de zeerovers ging keren, omdat de handelaren machtiger werden dan de planters, bleken ze met de geringe middelen en door de lokroep van de vrije vaart zo moeilijk te bestrijden, dat gouverneurs en koningen hun liever gratie aanboden en zelfs hoge posities, dan dat ze probeerden hen voor het gerecht te slepen en veroordeeld te krijgen. Morgan, de ‘koning’ der boekaniers, is zelfs luitenant-gouverneur van Jamaica gemaakt.

Vrijspraak in ruil voor zeekaarten

En belandde een piraat ten slotte toch voor de rechter, dan was het nog niet zo eenvoudig hem veroordeeld te krijgen. Vaak wisten ze vrijspraak te regelen in ruil voor zeekaarten van onschatbare waarde die ze op hun reizen hadden gemaakt of buitgemaakt. Dikwijls hadden ze machtige sponsoren die achter de schermen wat regelden. En zelfs in die tijd kon men niet zonder bewijs veroordeeld worden en dat lag vaak uiterst moeilijk. Het waren vaak de piraten die, terecht of onterecht, wisten te bewijzen dat ze tijdens plunderingen ziek of gewond waren geweest en dus niet hadden kunnen deelnemen of door hun medepiraten gedwongen waren aan te monsteren, wat inderdaad geen ongewone handeling was.

Maar tot rechtszaken kwam het die eerste vijftig jaar van de Gouden Eeuw der Piraterij zelden. Voor geld en veiligheid wilden de kolonialen en tot op zekere hoogte daarmee ook het moederland wel een oogje dichtknijpen en de piraten hun vrijheid en levensstijl geven. Er werd voor het eerst pas serieus jacht gemaakt op piraten na het beëindigen van de Spaanse Successieoorlog, toen de zeeën geteisterd werden door plotseling werkloos geworden kapers die zich nu op de illegale piraterij stortten.

Een aparte vermelding verdient het proces tegen Kidd. Dat is historisch. Lange tijd werd er aan delen van Kidds verklaringen getwijfeld, maar in het begin van de 20e eeuw doken ineens zijn verdwenen Franse passen op in het archief! Ze waren dus inderdaad bewust verdonkeremaand! En eind 2007 is de Quedagh Merchant op de bodem van de zee gevonden op de plek waar Kidd zei dat hij het schip had achtergelaten.

Dat Kidd veel onrecht is aangedaan, is onomstreden. Hoe onschuldig hij precies was, zullen we nooit helemaal weten. Misschien was hij geheel onschuldig of op zijn best schuldig aan door zijn muitende bemanning opgedrongen amateurpiraterij. Daar lijkt het wel op, al valt het niet met zekerheid te zeggen. De complottheorie, waarin Kidd er stiekem op uit gestuurd werd om Avery’s goud op te halen, is allerminst bewezen. Wie meer wil weten, kan ik het boek Treasure and Intrigue: The Legacy of Captain Kidd van Graham Harris aanraden of anders de website www.captainkidd.org van Paul Hawkins of de Captain Kidd Conspiracy Documentary, te vinden op YouTube.

Papegaaien en salmigundi

En hoe zit het met het onuitroeibare beeld van een piraat met een papegaai op zijn schouder? Dat zou wel eens waar kunnen zijn, denken ‘piraatgeleerden’. Natuurlijk betekende dit niet dat elke piraat voortdurend met een papegaai rondzeulde, maar aan boord waren huisdieren. En piraten hielden zich op in exotische landen en hadden dus exotische huisdieren, die vaak tevens verhandeld konden worden aan rijke lieden die graag iets buitenissigs bezaten om goede sier mee te maken. Aapjes waren niet ongewoon. William Dampier beschrijft dat de beste papegaaien uit Vera Cruz kwamen. Dus een papegaai zou niet iets zijn geweest wat voor veel opgetrokken wenkbrauwen had gezorgd.

Maar piraten zeiden niet te pas en te onpas arrr. Dat is pure fictie.

Piraten mochten dan gekleed gaan naar de heersende mode – hoewel misschien wat flamboyanter aan wal – en spreken zoals hun tijdgenoten, ze aten anders. Allereerst aten ze geen brood. Er was zo goed als geen brood te krijgen in de Cariben! Er werd nauwelijks tot geen graan verbouwd. Meel moest dus geïmporteerd worden en was dus gruwelijk duur. Tenzij het van maïs gemaakt was, was brood dus prijzig.

Nee, de armelui en dus ook piraten aten over het algemeen wat er in overvloed was. En dat waren… schildpadden! Port Royal had zijn eigen schildpadmarkt, bij de zogenaamde turtle crawls, een Engelse verbastering uit het Nederlandse woord ‘kraal’, waar de schildpadden in het water in leven gehouden werden tot het moment daar was om ze letterlijk in de pan te hakken.

Daarnaast maakten piraten salmigundi, een stoofpot waar je letterlijk alles inflikkerde wat maar voorhanden was. Denk hierbij aan een exotische mengeling van geitenvlees, in gekruide wijn gemarineerd schildpadvlees, gepekelde vis, hardgekookte eieren en uien, kool en palmharten, met tropische vruchten, knoflook, zout en mosterd. Maar met één heel belangrijk ingrediënt dat onmisbaar was en het voedsel typisch ‘piraats’ maakte: hete kruiden. Het kon een piraat niet spicy genoeg zijn. En de werkelijke ‘die hard’ die blasé geworden was en wiens smaakpapillen al naar zijn grootje waren, roerde er dan met gusto nog buskruit doorheen ook. Dood moest je toch, dus dan maar van het eten!

De verhalen over hun overmatig drankgebruik en de buitenissige drankjes die piraten verzonnen, zijn geen fabeltje. Het is mijn plan om nog eens een keer voor vrienden en familie een authentieke, historisch correcte piraten BBQ te houden, inclusief de mixjes die ze creëerden. Afgezien dan die met buskruit. Laten we dat dan maar niet doen.

Voor de liefhebber noem ik hier een paar bekende drankjes. Momme of mum(me) was sterk, gekruid bier van tarwe en haver, dat al bekend was in de middeleeuwen en als Brunswijcker Mumme nog te koop is. Calibogus was ‘spruce beer’ of gewoon bier met molasse en rum. Flip was bier met rum, honing en specerijen, dat verwarmd werd met een hete pook. Een zwarte aframmeling was rum met buskruit en rumbombazijn was hete rum verrijkt met specerijen, suiker, eieren en andere spiritualiën, zoals cider, bier, brandewijn, sherry of wijn. En dan waren er nog dodelijke stooksels als kilduivel en steenwal.

Om nu dit relaas af te sluiten, wil ik nog een grappig weetje met jullie delen over Davis en Wafer. De piraten Davis, die Paaseiland ontdekt zou hebben, en Wafer zaten een tijd gevangen in Virginia tot ze uiteindelijk hun vrijheid kochten met hun buitgemaakte goud. Tot zo ver is dat niets bijzonders, ware het niet dat van dat geroofde goud het college van Williamsburg (toen nog Middle Plantation geheten) is betaald. Dus de op één na oudste universiteit van de U.S.A. is betaald met piratengoud!

Maar dat is dan weer niet iets dat tot de verbeelding spreekt en tot mythevorming zal leiden…

Myths and facts about pirates

 

I use my blogs to share news about my latest books and new projects or to tell interesting facts that I have come across during research. I often tell something about myself, my childhood, my interests. This time I want to share some figments  thoughts with you. It’s pirate time!

That’s not my oldest love (they’re cowboys), but it’s the first one that led to a novel. My writing adventure started with the books about Rochette. And there are quite a few myths about pirates, as with everything Hollywood has its fingers on. Now, Hollywood cannot be blamed for 100% of these myths, because even in their own time pirates were quite romanticized, not in the least because of the successes of some and the biographies written by some pirates and buccaneers.

Privateer, buccaneer, corsair or pirate?

Before we get into this, perhaps we should take a look at what a pirate is. There are several terms that are intertwined: privateer, buccaneer, corsair, pirate. Was this all the same?

No. A privateer is a corsair with a commission from the crown, who may only attack ships of nations with which one is at war at the time. His ship is often owned by private individuals or the state and the men receive a share of the profits on top of a standard wage. He therefore operates within the law.

A buccaneer is a corsair who is more active on land than at sea, who uses the sea as a displacement between his land targets. He operated in American waters and originated from the hunters who supplied the sailors with game. Their name derives from a Native American word meaning “to roast meat.”

Finally, a pirate is a searobber avant la lettre.

Romanticization

Back to the romanticization. Their lives were not rosy. It was rough, dangerous, harsh and cruel. And above all, often short. Very short, with often a violent ending. And not every pirate got rich. Not by a long shot! Why, then, did the pirate life have such an appeal, both to the men who did so, voluntarily or forced, and to the readers of biographies and novels?

 The answer is freedom. Freedom and democracy. Freedom, democracy and the right to self-determination. Values that every human being yearns for, but which are unattainable for many, especially in the seventeenth century. And lately, they have been in the spotlight again.

But in those days you were at the mercy of judicial arbitrariness, of glaring social inequality, of enslavement in the broadest sense of the word. The woman was completely subordinate to the man. The poor were subordinate to the rich. Every man was subordinate to the church and every citizen to the king, every indentured labourer to his legal owner. And every sailor to his captain…

I don’t have to explain to anyone that this lack of freedom and inequality and arbitrariness led to serious abuses. Democracy was virtually unknown. The republic of the Netherlands came close, but universal suffrage did not exist, equality did not exist.

Ultimate form of democracy

But the 17th-century buccaneer had invented the ultimate form of democracy. And for a change, that utopia turned out not to be a utopia, but a system that worked wonderfully well in practice! And that appealed to the imagination, men who decided for themselves what they did with their lives and were not accountable to anyone, perhaps not even to God, men who paid no taxes, men who had a voice in every decision about their lives and futures, men who were equal to their fellow man, even if they were born slaves.

Where on a regular ship the officers had their own cabin, got better food and received an exorbitantly higher salary, it was very different on a pirate ship.

On an English warship of the first rank, the captain earned eighteen times as much as an experienced sailor, while his share of the prize money was one hundred and thirty-four times higher. On a pirate ship, the captain usually only got one and a half or twice as much, and then only by the grace of the men.

Nor were officers on the on pirate ships given privileges in the form of their own cabin or more food. All victuals on board were divided equally, and everyone was allowed to partake of them when it suited them. Even if there were shortages, there had to be a vote on whether rationing could take place. There is a story of a quartermaster who took a coat from his captain on shore because he had not asked the crew for permission to take it from the common clothing chest.

Officers were elected and could therefore be removed in case of misconduct. The men jointly determined, by voting, where they would sail and what price could and could not be taken. Only once the battle had started did the captain have absolute control, otherwise chaos would ensue.

The captain could impose the punishments, but never carry them out. Only the quartermaster was allowed to do that. In this way, abuse was prevented. No matter who you were on board, everyone was equal. There was not even a distinction between whites and blacks, which was highly unusual in a time of slavery.

And because of that freedom and lifestyle, they made an indelible impression on their contemporaries, romanticizing them by later generations. Facts had become fiction. And the contemporary writer has to find a balance.

Stories about treasures are mostly fables

More important than wealth, then, was their freedom. It was called ‘free navigation’ for a reason. A synonym for pirate is freebooter. Of course, the prospect of wealth also played a role, but the loot collected by pirates is grossly overestimated. Although some exorbitant sums have been looted in a single expedition and of course they stick to memory, most stories about treasure are a fable. Usually the booty consisted of little more than water and food, much-needed spare parts to keep one’s own ship afloat and often medicines such as mercury. For every success story, there are countless reports of pirate ships that were left empty-handed after an expedition of more than a year.

The captain was thus chosen by the men and owed his command to skill, daring and success. Often, they were also the ones who could navigate. Very occasionally he was the owner of the ship or had the trust of the lender. He was absolutely in charge during the fight, but did not determine the route, nor what prizes should be taken. These were democratic decisions.

The quartermaster was the actual boss, the number two on board. He was a ‘distributor’: he distributed the prize money, work and food and he distributed the punishments, weapons and powder. He was the one who led the boarding parties. He determined what loot aboard a captured ship was worthwhile given the time they had and the space in the hold. He was the only one who could carry out a punishment and it was his job to settle quarrels between the men, including to witness duels. He also kept the accounts and lists and was usually appointed captain of a captured ship.

In addition to these two officers, there were a few other people on board who were more important by their function than the ordinary crew member. The boatswain was in charge of the rigging in the harbour, of the deck crews and the anchors and flags. In short, the ship itself and its maintenance were his job. He called the crew to work and was therefore a kind of foreman, but also supervised the state of the food. So that made him an inspector. Often he also knew something about navigation. He was the number three on board.

The helmsman or sailing master was the one who could navigate and determine the course with charts and instruments. Sometimes a pirate ship had a separate sailing master, often it was the captain or the first mate who possessed this knowledge. The first mate was a kind of reserve captain, but on a pirate ship this function usually lay with the quartermaster, who was therefore considerably more powerful and important than on a regular ship.

The gunner, the sailmaker and the carpenter were non-commissioned officers and therefore received a larger share, as did the senior officers. Musicians were considered important on all ships to keep morale high. Of course, a pirate ship could not do without a surgeon, but in the absence of a real doctor, the carpenter was appointed.

On fleet ships there were always young boys of no more than twelve years old on board. They had to serve the officers and do all the other menial jobs on board. During the battle they had to carry the powder and were therefore often called ‘powder monkeys’. On a pirate ship, there were officially no cabin boys. Their task was usually done by the newcomer on board. Not surprisingly, it was often these young boys who were the first to sign on to a pirate ship when their own ship was captured.

Black pirate flags: myth or true?

Back to the romanticization. This phenomenon always has the effect of distorting and twisting the truth. Facts are snowed under, and fables are becoming commonplace. Pirates are no different. The pirates who wrote and published their memoirs for money, as well as later novelists and later the phenomenon of film, contributed to the creation of myth with all its false ‘facts’. So what is wrong with the image we now have of a pirate?

Let’s start with the characteristic of pirates: the black flag with skulls and crossed bones. They flew on all pirate ships, didn’t they?

Wrong! The first black flags with frightening images were not seen for the first time on the seven seas until around 1700. And even then, only the flags of Black Sam Bellamy and Edward England had a skull with crossbones. Other captains opted for skeletons, cutlasses, hourglasses, and bleeding hearts, in white or red.

So what kind of flag did the pirates use before 1700? Most of them felt connected to their country of origin and usually used that flag. Or they had a commission and then used the flag of that country. Or they flew a false flag to fool their prey. There is talk of all-black flags, but they were rarer. There was, however, the blood flag, a fiery red flag that was only hoisted when mercy was no longer given, nor requested.

Walking the plank

Nor did pirates let their victims walk the plank. That is an almost ineradicable myth. Why go to so much trouble when you could just throw someone overboard? Pirates meted out the same punishments as on ordinary ships, so they flogged, nailed to the mast, ran the gauntlet, used hand-and-foot stocks, cut off from shares or simply shot. The notorious keelhauling seems to have been rarely or not at all applied.

A typical pirate punishment that does not belong to the land of fables is marooning one on a deserted island with only a bottle of water and a loaded gun to commit suicide. The punished man was made governor of his island, so to speak, and the outcome was almost always fatal.

Pirate ships

And then the pirate ship. Nothing appeals to the imagination as much as a battered sailor, peering into the sun, occasionally ravaged by spraying sea foam, propelling the ship along the turbulent seas, turning the large steering wheel. Wrong again! The first steering wheel only appeared around 1700 and therefore did not exist in the time of notorious buccaneers such as Laurens de Graaf and Morgan.

Incidentally, especially in the beginning of the pirate era, large pirate ships with three masts were rare. Usually, they had a much smaller ship, sometimes no more than a canoe. If they did get hold of a large ship, they immediately got to work with the axe. The forecastle and sterncastle were almost always razed. The entire ship was then ‘flushed decked’, i.e. all decks at the same level. That was a big advantage during boarding. And more gun holes were cut into the wall, because extra firepower was crucial for a pirate ship.

Boarding

Then about boarding. Another fable. No, there was no massive swinging of ropes back and forth. It may have happened from time to time, but it was certainly not commonplace. Most of the time, the pirate ship was smaller than its prey. Then it was laid alongside, or hooked up at the bow or transom, after which they simply clambered up the side, as if taking a wall of a fortress. And in fact, it was no different than that. Sometimes the bowsprit or a fallen mast were used as gangways, when the situation permitted.

If the ships were the same height and the railings were close enough to each other, it was easy to jump over, but since most ships at the top recoil slightly inwards and a ship moves, this was not without danger. Again, under certain circumstances a few may well have swung over on a loose rope, but not all of them were waiting for the railing with their cutlasses between their teeth and a rope in their hand.

Clothing, weapons and wooden peg

The heyday of piracy was between 1660 and 1730. In those seventy years, not only did a lot change in shipping, but also in fashion. And therefore also what a pirate wore. A pirate wore what his contemporaries also wore. On board he went barefoot or wore shoes, wore three-quarter length trousers with wide baggy legs, but without trouser pockets, and a shirt with jacket. To underline their independence and their equality from the rich, who were once their superiors, they liked to dress up in flashy accessories, such as colorful hip sashes. There are eyewitness accounts of how pirates on shore adorned themselves with lace shirts, feather-covered hats and costly captured coats, but at the same time going barefoot. That must have been a ridiculous sight.

An unarmed pirate is a dead pirate. But Captain Blood may use a rapier with a cup hilt, but the real buccaneer wore a cutlass, a short, slightly curved sword. They further armed themselves with grappling axes, pistols and muskets. 17th-century hand grenades were also very popular.

But a wooden leg? Oh yes, they often lost limbs. Why else would pirate articles list the benefits for the loss of eyes, arms and legs? But after the loss of a hand or leg, your career on board was over. How on earth could you climb rigging with one leg or arm or take in a sail on the yard? For there was rarely a spot for the disabled ex-pirate as a cook on board; pirates cooked their own food on deck.

Pirates were protected

Many also think that the average pirate ended his life on the gallows of Executioner’s Dock in Wapping. But the chance of a pirate being hanged was extremely small in those early years. He would rather die of illness, like John Bowen, accidents on board, during action, such as Black Bart Roberts, Richard Sawkins and Thomas Tew, of excessive drinking, such as Morgan, of mutual violence, such as Van Hoorn, of shipwreck, such as Grammont, and Nau l’Olonnais fell into the hands of cannibals. Or they disappeared into oblivion, perhaps to live on their booty, like Henry Avery, Laurens Prins and Rok Brasiliano. Bartholomew Sharp died in prison and Dampier died in his own bed.

Of course, Samuel Bellamy, William Kidd, Blackbeard and Calico Jack Rackham were hanged, but the number of pirates who ended up on the gallows was extremely small, certainly before 1700. Coxon was acquitted several times in a trial.

It wasn’t because they were so hard to catch. It was because they were protected. There were free ports everywhere where pirates could go and do as they pleased. Governors turned a blind eye, because the money brought in by the freebooters was not to be sneezed at. As long as they focused mainly on Spanish booty, few people cared, even if they were not officially at war with Spain. Loud protests were made, also by the king, but in practice very little was done.

Occasionally someone was arrested or even hanged for show, but usually a pirate in the 17th century didn’t have much to fear as long as he stayed out of the hands of the Spaniards.

Apart from the money, there was another good reason not to prosecute the buccaneers, especially in the early years. Jamaica, England’s richest colony in the west in those days, was barely protected by the fleet. The motherland simply had neither the money nor the capacity to do so. For their protection, the planters were completely dependent on the buccaneers. No wonder Port Royal grew into the most important free port in the Caribbean. They were welcomed openly and with open arms, even by the notables, who liked to wine and dine them.

And when public opinion in the colonies also slowly began to turn against the pirates, because the merchants became more powerful than the planters, they proved so difficult to combat with the limited resources and because of the lure of piracy, that governors and kings preferred to offer them pardons and even high positions rather than try to bring them to justice and have them condemned. Morgan, the ‘king’ of buccaneers, has even been made lieutenant governor of Jamaica.

Acquittal in exchange for nautical charts

And if a pirate did end up in court, it was not so easy to get him convicted. They often managed to secure acquittal in exchange for priceless nautical charts that they had made or captured on their voyages. Often they had powerful sponsors who arranged something behind the scenes. And even in those days it was not possible to be convicted without evidence, and that was often extremely difficult. It was often the pirates who, rightly or wrongly, were able to prove that they had been sick or injured during looting and therefore had not been able to participate or had been forced to sign on by their fellow pirates, which was indeed not an unusual act.

But in the first fifty years of the Golden Age of Piracy, there were rarely any lawsuits. For money and security, the colonials and to a certain extent the motherland were willing to turn a blind eye and give the pirates their freedom and lifestyle. Pirates were first seriously hunted after the end of the War of the Spanish Succession, when the seas were ravaged by suddenly unemployed privateers who now turned to illegal piracy.

A special mention should be made of the trial against Kidd. That’s historic. For a long time, parts of Kidd’s statements were doubted, but at the beginning of the 20th century, his missing French passes suddenly appeared in the archives! So they were indeed deliberately concealed! And at the end of 2007, the Quedagh Merchant was found at the bottom of the sea at the spot where Kidd said he had left the ship.

That Kidd has been wronged is undisputed. Exactly how innocent he was, we will never fully know. Perhaps he was entirely innocent, or at best guilty of amateur piracy foisted upon him by his mutinous crew. That looks to be the case, although we can’t be sure. The conspiracy theory, in which Kidd was secretly sent to retrieve Avery’s gold, is by no means proven. If you want to know more, I can recommend the book Treasure and Intrigue: The Legacy of Captain Kidd by Graham Harris or else the website www.captainkidd.org by Paul Hawkins or the Captain Kidd Conspiracy Documentary, which can be found on YouTube.

Parrots and salmigundi

And what about the ineradicable image of a pirate with a parrot on his shoulder? That could be true, ‘pirate scholars’ think. Of course, this didn’t mean that every pirate was constantly strutting around with a parrot, but there were pets on board. And pirates lived in exotic countries and therefore had exotic pets, which could often also be traded to rich people who liked to have something outlandish to make a good impression with. Monkeys were not uncommon. William Dampier describes that the best parrots came from Vera Cruz. So a parrot wouldn’t have raised a lot of eyebrows.

But pirates didn’t say arrr all the time. That’s pure fiction.

Pirates may have dressed according to the prevailing fashion – though perhaps a little more flamboyant ashore – and speak like their contemporaries, but they ate differently. First of all, they didn’t eat bread. There was virtually no bread to be had in the Caribbean! Little or no grain was grown. Flour had to be imported and was therefore horribly expensive. Unless it was made from corn, bread was pricey.

No, the poor, and therefore pirates too, generally ate what was plentiful. And that was… turtles! Port Royal had its own turtle market, with the so-called turtle crawls, an English corruption from the Dutch word ‘kraal’ (corral), where the turtles were kept alive in the water until the time came to chop them up.

In addition, pirates made salmigundi, a stew in which you literally flung everything that was available. Think of an exotic mixture of goat meat, turtle meat marinated in spiced wine, pickled fish, hard-boiled eggs and onions, cabbage and hearts of palm, with tropical fruits, garlic, salt and mustard. But with one very important ingredient that was indispensable and made the food typically ‘pirate’: hot spices. It couldn’t be spicy enough for a pirate. And the real ‘die hard’ who had become blasé and whose taste buds were already completely busted, enthusiastically mixed in some gunpowder as well. You had to die anyway, so rather from food!

The stories about their excessive drinking and the outrageous drinks that pirates made up are not a myth. It is my plan to hold an authentic, historically correct pirate BBQ for friends and family one day, including the mixes they created. Apart from the ones with gunpowder. Let’s not do that.

For the enthusiast, I will mention a few well-known drinks here. Momme or mum(me) was strong, spiced beer made from wheat and oats, which was already known in the Middle Ages and is still for sale as Brunswijcker Mumme. Calibogus was ‘spruce beer’ or just beer with molasses and rum. Flip was beer with rum, honey and spices, which was heated with a hot poker. A black beating was rum with gunpowder, and bumbo and rumfustian were hot rum enriched with spices, sugar, eggs, and other spirits, such as cider, beer, brandy, sherry, or wine. And then there were deadly concoctions such as kildevil and stonewall.

Now, to conclude this story, I want to share with you a fun fact about Davis and Wafer. The pirates Davis, who is said to have discovered Easter Island, and Wafer were imprisoned in Virginia for some time until they finally bought their freedom with their captured gold. So far, that’s nothing special, if it weren’t for the fact that the college of Williamsburg (then called Middle Plantation) was paid for from that stolen gold. So the second oldest university in the U.S.A. has been paid for with pirate gold!

But then again, that is not something that appeals to the imagination and will lead to myth-making…

Reacties

Comments (2)

  1. Heel erg mooi geschreven toch komt dit alles mij niet onbekend voor. over de bbq dan wel ook in outfit Rona en dan zijn wij van de partij

    1. Uiteraard in outfit, anders is er geen lol aan 😉 Ik ben nog op zoek naar een stemmige ambiance… Mijn achtertuin is zo gewoontjes en de buren zouden zo’n bacchanaal denk ik niet waarderen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer blogs en verhalen

Terug naar alle blogs
Back To Top