Op dit moment ben ik een roman aan het schrijven over Vikingen. Wel, het is eigenlijk al af, maar ik durf het nog niet aan de uitgever aan te bieden. Ik wil er nog wat aan herschrijven en het nog aan iemand eerst laten lezen. Maar dat terzijde.
Ik wist door mijn hobby natuurlijk al vrij veel over deze tijd, maar voor dit boek heb ik toch weer veel research moeten doen. Het nadeel is dat veel uit die tijd onbekend of onzeker is en dan stuit je al snel op problemen en hiaten die zo goed mogelijk opgevuld moeten worden. Het bronmateriaal is immers niet volledig, aan veranderlijke interpretatie onderhevig en ook vaak onduidelijk.
Onuitroeibaar beeld van barbaren
Denk aan kronieken uit die tijd. Die waren vaak niet erg gedetailleerd. “En die zomer kwamen de Vikingen en plunderden vele plaatsen aan de kust” zegt niet zo veel over welke plaatsen, de precieze datum en wat er zich precies afgespeeld heeft.
Ik heb oneindig veel over deze tijd gelezen, veel research gedaan en ik re-enact de vroege middeleeuwen al ruim vijfentwintig jaar. En waar ik steeds op stuit, vooral in oudere werken en bij ouder publiek, is het bijna onuitroeibare beeld van de barbaarse, wilde, bloeddorstige víking. Daar moeten we echt eens vanaf.
Ja, de Vikingen plunderden – als ze de kans kregen. En die kans kregen ze ruimschoots! Ze plunderden – net als alle andere volkeren. Alleen waren zij net wat effectiever. En ja, dat zal echt niet zachtzinnig gegaan zijn. Dus dat ze plunderden, staat buiten kijf. Maar dat ze veel wreder en barbaarser afgeschilderd worden dan de werkelijkheid, is eveneens een feit. Ik wil de Vikingen niet schoonpraten, maar verzet me wel tegen het beeld dat ze ‘erger’ waren dan de andere volkeren uit die tijd.
Zo wordt in de Annalen van St. Bertin gezegd dat de Vikingen plunderden, maar het woord verkrachting wordt niet één keer genoemd. En dat terwijl er wel twee keer vermeld wordt dat de krijgers van de christelijke Karolingische koningen verkrachtten – en één keer ging het zelfs om een non. Er zijn ook verhalen bekend van hooggeplaatste Frankische vrouwen die hun toevlucht bij de Vikingen zochten uit vrees door hun echtgenoten vermoord te worden.
Betekent dit dat ze niet verkrachtten? Nee, natuurlijk niet. Maar het betekent wel dat er weinig verschil was tussen een heidense Viking en een christelijke soldaat tijdens oorlogsvoering.
Noormannen en Denen plunderden dus, maar het overgrote merendeel van de Scandinavische bevolking was vreedzame boer, extreem bedreven handwerksman en gewiekste handelaar. Het niveau dat handwerkslieden bereikten, was bijna ongeëvenaard, hun cultuur was rijk en zeker niet barbaars en ze hadden zeer humane wetten voor die tijd.
Ook de positie van de vrouw was bij hen veel beter dan bij de hen omringende volkeren (afgezien van misschien de Balten). Vergeet het beeld van de Viking met hoorns op zijn helm, een wolfspels om zijn schouder, schapenvachten om zijn benen gewikkeld en een reuzenzwaard op zijn rug, die dineert als een hongerige dinosaurus, waarbij mede en vleessappen over zijn baard druipen, en die zijn tijd vult met moorden en verkrachten.
Overal vochten ze elkaar de tent uit
Laten we niet vergeten dat de Viking persoonlijke hygiëne serieus nam en dat hij vaker baadde en zijn kleren verschoonde dan de vele andere volkeren, zoals overgeleverd uit geschreven bronnen en in vondsten van manicuresets, kammen en dergelijke.
En evenmin was het zo dat de Noormannen alleen oorlogszuchtig waren en dat de rest van Europa uitsluitend uit lieve, vredelievende mensen bestond. Overal vochten ze elkaar de tent uit. In Spanje was al sinds 711 de Reconquista aan de gang tussen de oorspronkelijke (Visigotische) bevolking en de Arabieren. In het Byzantijnse rijk braken om de haverklap binnenlandse opstanden en buitenlandse oorlogen uit. In het Frankische rijk was al jaren een bloedige broedertwist tussen verschillende koningen aan de gang (waardoor de Vikingen niets in de weg gelegd werd), vanaf 862 begonnen de Magyar-invasies in heel Europa. De Angelsaksen vochten voortdurend tegen hun buren uit Wales, de Saracenen plunderden Rome.
Ik wil hier even het verschil uitleggen tussen de verschillende termen die rondgaan wanneer er over dit volk gesproken wordt. Een Noorman komt uit Noorwegen, een Deen uit Denemarken. Ze hadden dezelfde cultuur en spraken zeer verwante dialecten. Een Viking is dat deel van de Noormannen en Denen dat op plundertocht ging.
Zonnesteen en magnetisch kompas
Maar waar ben ik tijdens mijn onderzoek nu op gestuit? En welke zijn mijn uiteindelijke interpretaties?
Als we beginnen met waarvan we een deel weten of waarvoor enig bewijs is, maar geen zekerheid, kan ik de zonnestenen en het magnetisch kompas noemen. Voor beide is marginaal bewijs. Voor de befaamde zonnesteen is wel wat bewijs, maar het kristal kwam uit IJsland, dat toen al wel twee keer bij toeval aangetroffen was, maar wat nog niet veelvuldig bezocht werd. De zeilsteen bestond al wel in 1213, maar de Vikingen hadden hem misschien ook al. Maar bewijsbaar is dat vooralsnog niet.
Vikingen verstonden de Franken niet
Vikingen hadden tolken nodig voor niet-Germaanse talen, maar konden verwante Germaanse talen vaak wel enigszins volgen. Toch verstonden ze de Franken niet. Hoe kan dat nu? Die spraken toch ook een Germaanse taal?
De nadruk moet hier liggen op spraken. Ergens in de zevende eeuw is het Frankisch uitgestorven. In Duitsland werd het vervangen door Oudhoogduits (in het noorden) en Allemannisch (in het zuiden), wat ook Germaanse talen zijn, terwijl het in Frankrijk (behalve in het uiterste noorden, dus het huidige zuidelijke deel van Nederland, België en Noord-Frankrijk) plaats moest maken voor het Oud-Frans. En dat was een Romaanse taal, die voortgekomen was uit het Latijn! Overigens was het Germaanse Gotisch, dat onder andere door de Visigoten in Spanje gesproken werd, toen ook al uitgestorven.
Gevijlde tanden, tatoeages en make-up
Er zijn enkele schedels gevonden van Noormannen die in hun voortanden horizontale groeven gevijld hadden. Wat hiervan de betekenis was, weten we niet, maar ik heb het hier geïnterpreteerd als een teken van de berserker.
Evenmin weten we zeker of Vikingen tatoeages hadden. Ibn Fadlan beschrijft Rusvik (Vikingen uit Rusland) die ze wel zouden hebben, maar we weten niet of dit alleen de mannen of ook de vrouwen waren, of elke man getatoeëerd werd of dat het te maken had met sociale status. We weten dat ze blauw waren en ze worden beschreven als ‘van hals tot vingertoppen’ (wat niet wil zeggen dat ze niet ook elders op het lijf zaten) en als ‘bomen’ en ‘symbolen’, dus waarschijnlijk vergelijkbaar met het knoopwerk van hun andere kunst. Maar we hebben dus nauwelijks enig ander bewijs.
Verder is ook het gebruik van make-up omstreden. Het wordt hier en daar genoemd, voor mannen en vrouwen, met als doel zich mooier te maken. Mogelijk betrof het hier een soort kohl dat rond de ogen aangebracht werd.
Lange, weelderige haardos?
Bijna onuitroeibaar is het beeld van de Viking met de lange, weelderige haardos. Nu is het inderdaad zo dat slaven zeer kort geknipt haar hadden en dat een vrije man dat dus altijd zou vermijden. Maar als we naar de bronnen kijken, krijgen we niet zo’n eenduidig beeld. We zien houtsnijwerk van mannen met zowel kort als lang haar. Waren die mannen met kort haar slaven? Dat lijkt vaak niet het geval.
En geschreven bronnen spreken van een haardracht waarbij de achterkant en misschien ook de zijkant zeer kort waren en de bovenkant lang, zodat het blijkbaar voor de ogen hing, zeg maar een soort omgekeerd matje. Was dit een latere mode, die we in enigszins vergelijkbare vorm terugzien bij de Normandiërs ten tijde van de invasie van Engeland? Dat zou niet vreemd zijn, aangezien zij afstamden van de Noormannen. Of was dit een dracht speciaal voor krijgers? We weten het eenvoudig niet.
Vrouwelijke krijgers
Ook het bestaan van vrouwelijke krijgers is hoogst omstreden. Graven die dit zouden bewijzen, zijn hoogstwaarschijnlijk verkeerd geïnterpre-teerd. De termen fuðflogi (kutgevlucht) en flannfluga (piemelgevlucht) waren negatief en werden niet alleen gebruikt voor een verloofde die de ander voor het altaar liet staan, maar ook voor een man of vrouw die weigerde te trouwen. Dat kon uitwerping uit de maatschappij betekenen. Het is maar de vraag of een krijgsvrouw zich kon permitteren om niet te trouwen en geen kinderen te krijgen, of er voor haar uitzonderingen werden gemaakt.
Natuurlijk waren er valkyrjar (walkuren), maar dat waren een soort godinnen. Dat wil niet zeggen dat wat een godin mag, een sterfelijke vrouw ook mocht. Als er al vrouwelijke krijgers waren, dan was het zeer zeker geen gemeengoed.
In mijn verhaal gaan er vrouwen (slavinnen) mee op krijgstocht om in de vele maanden dat ze van huis weg waren voor de krijgers te zorgen. Ik weet niet of dit ook gebeurde, maar het lijkt waarschijnlijk, althans op de lange tochten. Ongetwijfeld waren de mannen heel goed in staat om voor zichzelf te zorgen, zoals elke soldaat, maar zoals ook elke soldaat heeft hij graag vrouwelijke zorgen om zich heen. Natuurlijk maakten ze plaatselijke slavinnen buit, maar in hoeverre je die vrij rond liet lopen en kon vertrouwen, is maar de vraag. Dus mijn persoonlijke mening is dat één of twee vrouwen per schip geen onwaarschijnlijkheid was.
Schepen
Ook is er nog steeds een hevig debat gaande of schilden nu wel of niet aan de zijkant van het schip hingen. Op eigentijdse afbeeldingen zie je ze soms wel en soms niet. Het kan een artistieke uiting zijn, het kan zijn dat de afbeelding eigenlijk krijgers met hun schilden laat zien, dus met de schilden in de hand áchter de verschansing.
Het lijkt me onwaarschijnlijk om de schilden steeds buiten te hangen. Ze worden voortdurend nat met zout water, de lijm kan oplossen, de schildknop doen roesten, het hout door het gebeuk van de golven wellicht beschadigen of door het vocht kromtrekken. Maar omdat het zo’n iconisch beeld is en het ook niet te bewijzen valt dat het niet gebeurde, ben ik tot de oplossing gekomen om ze alleen buitenboord op te hangen als er een aanval met pijlen te verwachten viel.
En dan de beruchte drakenkoppen op de schepen. De sagen en skaldengedichten noemen veelvuldig dierenkoppen op de boeg en een drakar (Oudnoors dreki) heet natuurlijk niet voor niets zo, maar tot op heden is er nog niet één teruggevonden. Er zijn wel ‘palen’ met uitgesneden dierenkoppen gevonden, die mogelijk gebruikt werden bij ceremoniën (of wellicht ook niet), maar een echte drakenboeg moet nog uit de grond komen. De teruggevonden boegen waren gekruld of recht.
Evenmin hebben we ook maar het geringste bewijs van hoe de muziek van de Vikingen klonk. Er zijn geen melodieën overgeleverd. Al wat we hebben, zijn de door archeologen teruggevonden instrumenten. Heel populair nu, vooral onder invloed van bands zoals Wardruna, Skvalthr en Heilung, is dat Vikingen boventoonzingen gebruikten, abusievelijk ook wel keelzingen genoemd (keelzingen is net iets anders, hoewel verwant). Het is mogelijk, maar er is geen enkel bewijs voor. De Sami (Lappen) kennen het echter wel, dus de Noormannen zullen er wel mee bekend geweest zijn.
Bloedarend: een broodje aap?
In de literatuur wordt gewag gemaakt van drie vormen van gruwelijke marteling annex executie. Maar ja, wederom hebben we hier misschien te maken met iets wat alleen in de literatuur bestaat. Onze fantasy novels beschrijven ook geen realiteit. De enige manier voor ons om ze aan de waarheid te toetsen, is door er medisch naar te kijken.
De vorm van ‘opgehangen vlees’, waarbij iemand werd opgehangen aan touwen die door zijn hielen geregen waren, zou technisch kunnen. Geslachte dieren werden zo ook opgehangen om te besterven. Of het op grote schaal gebeurde, weten we natuurlijk niet.
Twijfelachtiger is de ‘fatale wandeling’. Hierbij worden de darmen uit de buik van het nog levende slachtoffer gehaald, aan een boom vastgemaakt, waarna de man rondjes om de boom moet lopen en zo zijn darmen moet ‘afwikkelen’ tot hij sterft. Dit lijkt medisch onmogelijk en dus een literaire fabricage. Volgens trauma-artsen kan iemand met zijn darmen uit een buikwond hangend nog best even (pijnlijk) leven, maar niet rondlopen, laat staan zich daartoe laten dwingen.
Datzelfde geldt voor de ‘bloedarend’, een geliefd onderwerp. Het wordt meermaals genoemd en het is dus zeer goed mogelijk dat het inderdaad een bekende manier van ritueel executeren was, maar het is, wederom volgens trauma-artsen, volledig onmogelijk dat de ‘patiënt’ nog leefde, nadat de ribben van de ruggengraat gehakt waren, als vleugels open gespreid en de nog ademende longen uit de thorax gehaald en op de ribben gelegd. Volgens die artsen zou het slachtoffer gestorven zijn tijdens het doorhakken van de ribben. Wederom lijken we hier dus te maken hebben met een literaire ‘verfraaiing’.
Logischer lijkt dat het bleef bij het kerven van een arend op de rug, wat al pijnlijk en ellendig genoeg is, en dat alles wat daarna eventueel kwam, het vernederen en mutileren van het lijk was. Zo heb ik het dus ook in het boek gebruikt.
Hoe ontstaan zulke verhalen dan? Veel ‘feiten’ die we over de Vikingen denken te weten en die zich geworteld hebben in ons collectief geheugen, zijn gebaseerd op vertaal- en interpretatiefouten van Oud-Noorse poëzie. Zo wordt in Krákumál gesproken van een Viking die bier drinkt uit ‘gebogen bomen van de schedel’ (bjúgviði hausa). Dat is een kenning voor koeienhoorns. Maar toen het gedicht voor het eerst vertaald werd in de 17e eeuw, werd het vertaald als ‘schedels van gesneuvelde krijgers’, aangezien krijgers in kennings ook dikwijls ‘strijdbomen’ genoemd werden. En zo kregen Vikingen de reputatie dat ze bier dronken uit de schedels van hun gedode vijanden, wat niet zo is.
En zo is het dus waarschijnlijk ook gegaan met de beruchte bloedarend. In Ragnars saga loðbrókar staat een moeilijk te beschrijven zinssnede in een vreemde woordvolgorde, die waarschijnlijk betekent ‘Ivar liet Ælles rug snijden door een arend’. Dit is een poëtische manier om te zeggen ‘Ivar doodde Ælle en liet arenden zijn lichaam stukscheuren’. Dat is een gewoon beeld in Oud-Noorse (en ook Oud-Engelse) poëzie: als je sneuvelt, ben je voedsel voor de raven, wolven of arenden, de aaseters die op elk slagveld afkomen. Maar door een vertaalfout kwam de mythe in omloop dat iemand het beeld van een arend in zijn rug gesneden had, wat weer veranderde in de bloedarend. Mogelijk zijn zelfs andere verwijzingen naar de bloedarend in sagen het gevolg van middeleeuwse schrijvers die oude gedichten verkeerd lazen. Toch heb ik de interpretatie van het snijden van een arend wel overgenomen.
In het kader van marteling is ook de term klámhǫgg onzeker. Het woord betekent schandeslag of -stoot en hoogstwaarschijnlijk betrof het hier verkrachting van overwonnen, mannelijke vijanden als rituele vernedering. Dit is geen onbekend verschijnsel, dus het zou zomaar kunnen dat dit de juiste interpretatie van het woord is.
Het blót
Veel is ook onzeker over verschillende ceremoniën. Er wordt af en toe iets over gezegd in sagen, maar niets concreets, zodat een auteur alleen maar naar eigen inzicht kan invullen. Dit gaat op voor de seances van de vǫlvur, de jaarlijkse blót, huwelijken etc.
Een blót was een offer, oorspronkelijk een bloedoffer. Er waren heel veel verschillende blót gedurende het jaar, zoals het alfablót voor de voorouders en het dísablót voor de geesten aan het begin van de winter, het vetrnáttablót, jólblót en sonarblót tijdens de winter, het enigmatische vǫlsiblót na de herfstslacht, waarbij blijkbaar een hengstenpenis aanbeden werd, en het tjǫsnublót tijdens een godsgericht (holmgangr).
Het is wel duidelijk dat vrouwen een rol speelden, maar we weten niet in hoeverre of in welke hoedanigheid. Vermoedelijk was die rol niet gering en dronken ze ook mee. Daar zijn veel aanwijzingen voor. Slaven zullen wel uitgesloten geweest zijn, hoewel dat ook niet zeker is.
Slavernij
Alle volkeren hadden toen slaven, dus ook de Noormannen, en hoewel hun positie niet te benijden viel, hadden ze zeker rechten en konden ze zichzelf ook vrijkopen. Dus wellicht dat ze bij bepaalde grote feesten ook betrokken werden, maar dat blijft gissen.
Omstreden is ook het wel of niet bestaan van mensenoffers. Daarbij moet verschil gemaakt worden tussen mensen die samen met dieren geofferd werden om op grote (niet jaarlijkse) feesten de goden gunstig te stemmen en mensen die aan een belangrijk overleden persoon meegegeven werden in het graf. Voor beide zijn sterke aanwijzingen, hoewel geen onomstotelijke bewijzen. Ik denk dat het voorkwam, maar geen dagelijkse gebeurtenis was. Als de Noormannen op grote schaal mensen geofferd hadden, waren ze snel uitgestorven.
Maar is er in een graf met twee lichamen altijd sprake van een meester en een slaaf/slavin? Of is de verhouding anders? Waren het altijd slaven of krijgsgevangenen die geofferd werden? Werden er ook kinderen geofferd? Was het vrijwillig? Werden ze van tevoren verdoofd? Was er, zoals Ibn Fadlan beschrijft, massale seks met een beoogd grafoffer? We weten het eenvoudig niet en zullen het waarschijnlijk ook nooit weten.
Vaak is er ook sprake van een interpretatie die waarschijnlijk verkeerd is en dan massaal door andere schrijvers wordt overgenomen. Eén zo’n geval is hlunnroð. Een hlunn is een houten stok waarover een schip naar het water gerold wordt. Het woord betekent dus letterlijk het rood worden of maken van de rolstokken.
Dit wordt vaak uitgelegd als een bloedoffer om een behouden vaart af te dwingen – en dan natuurlijk het liefst weer een mensenoffer. Maar de keren dat het in de sagen voorkomt, gaat het steeds over een ongeluk, waarbij iemand onbedoeld valt en onder het schip komt, en telkens wordt er duidelijk geschreven dat dit als een bijzonder slecht voorteken gezien werd. Ik heb het dus geïnterpreteerd dat er wel een dier geofferd werd, want dat was gemeengoed, maar dat er zeker geen mensen voor een nieuw schip gedood werden. Wederom, gezien het grote aantal schepen dat de Vikingen bouwden, lijkt dit demografisch bijna onmogelijk.
Waarom sloegen Noormannen aan het plunderen?
Er zijn verschillende theorieën in omloop waarom de Vikingen ‘plotseling’ aan het plunderen sloegen. De twee meest gehoorde is dat door het relatief warme klimaat de bevolking explosief steeg, waardoor er een tekort aan landbouwgrond kwam. Tel daarbij op dat alleen de oudste zoon erfde en je hebt de perfecte bron voor een grote groep ontevreden jonge mannen die niet in hun levensonderhoud kunnen verzien en dus oorlog gaan voeren. Die analogie zien we heden ten dage ook.
Een andere veel gehoorde theorie is dat de mannen voornamelijk vrouwen gingen plunderen, omdat er in hun land een tekort was door de kindermoord op meisjes en de veelwijverij van de adel. Of wellicht konden ze geen bruidsprijs betalen. Allemaal mogelijk, maar niet te bewijzen.
Daarnaast is pure polygamie betwistbaar. Een rijke (adellijke) man kon er een bijzit naast zijn wettige echtgenote op na houden, maar of het hebben van twee wettige echtgenotes tegelijk voorkwam, is onzeker, laat staan dat het op grote schaal gebeurde. Bronnen spreken van koningen die ‘veel vrouwen hadden’, maar dat kunnen net zo goed slavinnen geweest zijn.
En kortgeleden las ik nog een heel nieuwe theorie. Die opperde dat er ergens rond het jaar 500 twee vulkanen uitgebarsten waren, die voor een kouder klimaat en misoogsten zorgden, en dat de Scandinaviërs door de Volksverhuizingen hun handelsconnecties kwijtraakten. Maar zouden gebeurtenissen rond 500 pas twee, drie eeuwen later voor plunderingen kunnen zorgen? Terwijl wetenschappers beweren dat juist in de Vroege Middeleeuwen de temperatuur hoger gelegen zou hebben dan nu…
Interpretatie en reconstructie kleding
De interpretatie en reconstructie van de kleding is voortdurend aan herijking onderworpen met elke nieuwe vondst die gedaan wordt. Wat we vinden, bestaat voornamelijk uit heel kleine stukjes stof onder metalen voorwerpen, waardoor ze behouden zijn, maar zie daar maar eens uit te achterhalen hoe een heel kledingstuk eruitzag.
Zo is er op dit moment onder re-enactors een debat gaande over de zogenaamde Rusvikmuts of Birkamuts. We hebben daarvan zilveren punten gevonden en ook dikwijls lange stroken vlechtwerk van zilverdraad. Meestal worden de mutsen geïnterpreteerd als een Frygisch model, dus met een slappe, afhangende punt. Maar op dit moment gaan er ook stemmen op dat de hoed wellicht conisch en stijf is geweest.
Erg geliefd, vooral in Hollywoodproducties, zijn zilveren ringen en kralen in de baarden van de mannen. Er is wel wat indirect bewijs voor, maar het is absoluut niet zeker. En als het voorkwam, mogen we aannemen dat het zeker geen algemene trend was.
We weten dat Freyja de eerste keuze had onder de gesneuvelde krijgers. Die gingen naar Fólkvangr en de rest naar Valjǫll (Walhalla). Maar we weten niet waar die eerste keuze op gebaseerd was, aan welke criteria je moest voldoen om door Freyja uitgekozen te worden.
Dan is er nog de þulr. Hun precieze rol is niet bekend. Er wordt door sommige wetenschappers gedacht dat nadat de monniken hun rol overgenomen hadden, ze gereduceerd zijn tot wat uiteindelijk de hofnar is geworden. Het klinkt niet onlogisch.
Was de berserker echt onsterfelijk?
En wat doe je als schrijver met een berserkr? De term is algemeen bekend. Minder bekend is dat er naast de ‘beervorm’ ook een ‘wolvenvorm’ bestond, de úlfhéðinn. Maar wat is het? Dat is bijzonder lastig en geleerden breken er zich het hoofd over. Ze worden beschreven als onoverwinnelijke en niet te verwonden krijgers die in een soort roes of waanzin zijn waarbij ze de vorm van een dier aannemen.
Dat is natuurlijk onmogelijk en dus hebben we hier te maken met een sprookje of met een figuurlijke beschrijving. Het eerste lijkt me niet. Ze zijn in zo veel bronnen zo alom vertegenwoordigd, dat we wel moeten aannemen dat ze echt bestaan hebben. Dus moet het veranderen van vorm in een dier niet letterlijk genomen worden.
De meeste verklaringen zijn dat de krijgers in razernij geraakten, buiten zinnen zich als een dier gingen gedragen en zich vervolgens op de vijand stortten, zonder daarbij nog onderscheid te kunnen maken tussen vriend en vijand, zonder vrees. Ze schuimbekten, trokken hun hemden uit en leken geen pijn te voelen (wat tot het verhaal kan leiden dat ze onschendbaar waren). Na hun ‘roes’ waren ze soms dagen volledig uitgeteld.
Maar wat veroorzaakte die roes of razernij? Er wordt ook geschreven dat zware arbeid het kon veroorzaken en dat het de krijgers soms ‘overkwam’. Werden er drugs gebruikt? Goed mogelijk. Dan spreken we waarschijnlijk van bilzekruid, wat een vergelijkbaar effect heeft, alom te vinden was en in een graf ook is teruggevonden.
Gingen er rituelen, in de vorm van dans en zang, aan vooraf om in een andere geestestoestand te geraken? Ook goed mogelijk. De Byzantijnse keizer beschreef dierlijke dansen van zijn Vikinglijfwacht. Misschien had hij het hier over.
En wat had het schildbijten ermee te maken? Ook zoiets raadselachtigs. Mogelijk waren het herhalende bewegingen die door pijn en inspanning de stress- en dus adrenalineniveaus tot zulke grote hoogte stuwden, dat ze in deze staat geraakten.
Een uitleg die ik zeer interessant vond, was dat veel van de beschrijvingen (onder andere het niet meer uit elkaar kunnen houden van vriend en vijand) overeenkomen met wat soldaten ervaren die aan heftige PTSS lijden en ’terugflitsen’ naar strijdtonelen uit het verleden. In een gewelddadige maatschappij als die van de Vikingen zal deze kwaal zeker voorgekomen zijn.
Lastiger daarbij is dat er gezegd wordt dat het aangeboren is. De krijger in kwestie moest er dus blijkbaar aanleg voor hebben. De één is nu eenmaal gevoeliger dan de andere.
En dan komt er volgens velen een element van godsdienstwaanzin of in ieder geval religieus fanatisme bij. De razernij van de berserkr hoorde bij Odin, immers. In de geschiedenis zien we dikwijls voorbeelden van mensen die helemaal door het lint gaan vanwege door godsdienst opgezweepte woede.
De verklaringen die ik persoonlijk naar het rijk der fabelen verwijs, zijn die van dronkenschap, epilepsie en krankzinnigheid. In alle drie de gevallen is iemand niet meer in staat tot onoverwinnelijk vechten.
Argr, nið en seiðr
Een drietal, verwante, termen wil ik ook graag kort even toelichten: argr, nið en seiðr. Het zijn complexe begrippen voor de moderne mens, maar van groot belang om de denkwereld en wetten van de Noormannen te begrijpen.
Argr (bijvoeglijk naamwoord) en ergi (zelfstandig naamwoord) zouden kortweg vertaald kunnen worden met onmannelijk. Het werd zo’n grove belediging gevonden dat het reden tot een godsgericht was of vogelvrijverklaring. Wie niet aanviel na zo’n belediging, gaf toe argr te zijn.
Het verwees naar de ontvangende en dus vrouwelijke rol in homoseksualiteit, omdat het gelijk stond aan je onderwerpen en dus onmannelijk was. Klaarblijkelijk lag er geen sociaal stigma op de mannelijke rol in een homoseksuele relatie… Een overwonnen vijand verkrachten, wat overigens in veel martiale gemeenschappen in de geschiedenis gewoongoed was, was niet oneervol en vernederend voor de dader, wel voor het slachtoffer (de reden waarom het ook gedaan werd).
Ook andere beledigingen verwijzen naar zwakte van de man. Eén van de ergste beledigingen was een man zeggen dat hij zijn eigen geit melkte, waarmee je hem niet alleen voor vrouwelijk, maar ook voor slaaf uitmaakte. Ook een man een merrie noemen was argr. Een man die de dyngja (het weefhuis) binnenging, was argr.
Er is een term argaskattr. Letterlijk betekent dit onmannelijke of verdorven betaling. Het wordt vaak geïnterpreteerd als de betaling voor de diensten van een schandknaap, maar het kan net zo goed iets anders zijn.
De vrouwelijke vorm van dit woord is ǫrg en dat slaat niet op homoseksualiteit of mannelijkheid, maar op losbandigheid. Misschien is de juiste vertaling daarom eerder ‘seksueel verdorven’.
Argr was een nið. Een nið is een belediging, maar het woord kan ook vertaald worden met onwettigheid, lafheid, seksuele perversiteit of homoseksualiteit. Je ziet hier de verwantschap tussen de termen. Het woord komt voor in combinaties alsniðvisur (‘beledigende verzen’), niðingr (‘lafaard, misdadiger’), niðstǫng (‘beledigingpaal’) en vele andere. Het behelsde dus het verlies van eer en de status van misdadiger.
Iemand met niðingr was een eerloos mens. Iemand die (verraderlijke en stiekeme) moord had gepleegd, of diefstal, nachtelijke brandstichting of verraad, desertie, perversie of eedbreuk, wie lafheid toonde, weigerde te vechten, een wapenstilstand verbrak, een heiligdom ontheiligde, een graf plunderde, vrouwelijke slachtoffers maakte bij eerwraak of seiðr gebruikte, was een niðingr.
Seiðr was één van de vele vormen van magie
Ook het bedrijven als man van seiðr was argr. Seiðr was één van de vele vormen van magie. Waarom precies deze vorm argr was, is niet helemaal duidelijk. Er lijkt een verband te zijn met (moord door) gif. Seiðr was een vorm van magie die goed, maar zeker ook kwaad kon doen en het schade berokkenen door zo’n stiekeme manier, was niet mannelijk. Er werd wel geloofd dat schelden de seiðr kon breken en de vijand zo kon dwingen zijn ware aard te tonen.
Seiðr was een vorm van magie die gebruikt werd om de toekomst te voorspellen en te vormen. Het lijkt sjamanistische aspecten te hebben, zoals het reizen in visioenen. Het werd geassocieerd met de goden Óðinn en Freyja. In meerdere vrouwengraven zijn staven gevonden, die zijn geïnterpreteerd als toverstaven gebruikt door dit soort tovenaressen. Sommige beschrijvingen doen eerder aan hypnotisme denken, zoals wanneer de vǫlva zichzelf onzichtbaar tovert, een kracht die verdwijnt als de ‘betoverde’ persoon te ver bij haar vandaan is.
Dus (bepaalde vormen van) magie, onmannelijkheid, zwakheid, lafheid, seksuele perversiteit en verwijfdheid waren verwante begrippen en zwaar beledigend en lokten zeker geweld uit als je dit iemand voor de voeten gooide.
Behalve seiðr zijn er nog drie vormen van magie. Hoe verschillend ze precies zijn en wat ze exact inhielden, is niet helemaal bekend en er waren ook gebieden waarin ze overlapten. In later tijden zijn ze door elkaar gehaald en versmolten, zodat het lastig is nu nog duidelijk onderscheid te maken. Maar ik heb me zo goed mogelijk gehouden aan het weinige dat we wel weten. Spinnen was in ieder geval nauw verweven met magie. De Nornir (Lotsgodinnen) worden ook wel spinsters genoemd. IJverig spinnen kon het lot van de kinderen veranderen. Denk bijvoorbeeld aan het sprookje van Doornroosje.
Er zijn meer dingen die ons als moderne mens tegen de borst kunnen stuiten. Een twaalfjarig meisje dat over trouwen nadenkt, vinden we schokkend, maar in die tijd was dat anders. Vikingkinderen werden geacht volwassen te zijn tussen de tien en twaalf, terwijl jongens op IJsland wettig volwassen waren bij zestien. Meisjes trouwden tussen de twaalf en vijftien jaar oud, jongens vanaf veertien. In onze ogen zijn dat kinderen, toentertijd werd men door de harde realiteit van het leven sneller groot.
Skaldische poëzie
De skaldische poëzie (bragr) was van een ongeëvenaarde complexiteit. Er werd gewerkt met metrum, met beginrijm of alliteratie en binnenrijm. Beginrijm is als er in één regel twee of meer woorden met dezelfde medeklinker beginnen. Dat werd algemeen gebruikt in vroeg-Middeleeuwse poëzie.
Maar binnenrijm is typisch voor de Noormannen en Denen. Kort uitgelegd komt het erop neer dat twee of meer woorden in een zin, en dan vaak ook nog op een voorgeschreven positie, het beklemtoonde deel rijmend hadden, zonder dat de beginmedeklinker of het eind van het woord hetzelfde hoefden te zijn en waarbij de klinkers geheel gelijkluidend konden zijn of een vergelijkbare, verwante klank mochten zijn. Een Engels voorbeeld is torching versus orchard.
Eindrijm, dus onze gebruikelijke vorm van rijmen, kwam pas in 936. Andere vormen skaldische poëzie zijn van nog latere datum.
Kennings waren een belangrijk deel van poëzie en aangezien een man niet alleen geacht werd goed te zijn met het zwaard, maar ook met woorden uit de voeten moest kunnen, was het iets wat een kind al jong leerde. Het is feitelijk het dichterlijk omschrijven van een enkel woord door twee samengestelde woorden. Zo kun je in plaats van ‘zon’ ook ‘hemel-juweel’ zeggen, of ‘slang’ kun je omschrijven als ‘dal-forel’ of ‘ogen’ als ‘wenkbrauwsterren’.
Voor sommige heb je nogal wat kennis van de mythologie of cultuur nodig. Zo zal niet iedereen meteen begrijpen dat met ‘Grimnirs lippenstromen’ eigenlijk ‘poëzie’ bedoeld wordt en dat een ‘ringgever’ een ‘koning’ is.
Meestal vonden dichters twee elementen om een woord te omschrijven genoeg, maar soms wed één van de twee elementen ook weer door een kenning weergegeven, zodat er drie elementen waren. Een enkele keer waren het er zelfs meer, zodat je wel getraind moest zijn om het nog te volgen.
Misvattingen over wapens
Er zijn ook veel misvattingen over de wapens. Mensen beseffen vaak niet dat een Vikingzwaard een heel ander ding was dan het floret van d’Artagnan. En dan hebben we het over gewicht. Het was niet een lichtgewicht dingetje waarmee je eindeloos flitsend snelle gevechten kon voeren. Alleen de allersterkste zwaardarm hield het een half uur op volle kracht vol. Veldslagen, zo je al van echte veldslagen kon spreken, duurden daarom zelden lang.
Een zwaardkling was tussen de zestig en negentig centimeter lang, gemiddeld vijf centimeter breed en het gewicht van het hele wapen lag tussen de één en twee kilo. Probeer dat maar eens met een schild een tijd omhoog te houden. En een zwaard was tweesnijdig, dus beide zijden waren scherp. Kortere zwaarden met maar één snijzijde, werd een sax genoemd.
De beroemde Ulfberht-zwaarden zijn weliswaar voornamelijk in noordelijke streken gevonden, maar werden daar waarschijnlijk niet gemaakt. We vermoeden dat ze ergens rond Fulda zijn gemaakt. Deze zwaarden waren licht hanteerbaar en flexibel, sterker en puntiger dan vergelijkbare zwaarden uit die tijd. Het is vreemd dat terwijl ze dus waarschijnlijk in Frankia werden gemaakt, er zoveel in het noorden gevonden zijn, want handel buiten de grenzen van wapens was toen verboden voor de Franken. Dus mogelijk hebben we hier te maken met smokkel of roof.
De zwaarden waren duur en daardoor was het lucratief ze na te maken, wat op grote schaal gebeurde. Deze neppers hadden wel een afwijkende inscriptie.
Wat ze zo bijzonder maakte, was het staal, dat mogelijk uit Iran kwam. De kwaliteit van het staal bleef tot na de Industriële revolutie ongeëvenaard in Europa. Het was zeer zuiver met een laag gehalte aan zwavel en fosfor en tot 1,1% koolstaf.
Speren waren enorm lang. Er is nooit een complete speer teruggevonden, maar ze waren waarschijnlijk twee tot drie meter lang, hoewel iets langer of korter ook verdedigbaar zou zijn. Het speerblad was geen kleine punt, zoals bij een pijl, maar was tussen de twintig en zestig centimeter lang. Met zo’n speer kon geworpen worden, maar ook gestoken, gehouwen en gesneden. In een sage wordt beschreven hoe dit enorme blad, feitelijk een klein zwaard, een vijand bijna in tweeën sneed.
Er waren lichte werpsperen (frakka), maar ook met de ‘echte’ speren (geirr) kon dus geworpen worden. Testen hebben uitgewezen dat wat de sagen beschrijven, haalbaar is als je getraind bent. Vanaf een afstand van zeven of acht meter is zo’n speer in staat om door tien centimeter dik hout te gaan of door een schild en dan ook nog door de vijand achter het schild. Getalenteerde krijgers konden zelfs twee speren tegelijk werpen, elk met hetzelfde dodelijke effect. Een speer kon dan ook gemakkelijk door een scheepswand heen, want planken waren maar twintig tot vijfentwintig millimeter dik.
Als er snærisspjót (soort werptouw of -riem) gebruikt werden, werd de snelheid met vijftig procent vermeerderd en de impact meer dan verdubbeld.
Moeilijk te duiden fenomeen
Het gebruik om wapens (voornamelijk zwaarden, maar ook andere wapens, schilden en zelfs soms zaken als een ploeg of weefzwaard) opzettelijk kapot te maken voor ze in een graf meegegeven werden, was niet de norm, maar ook niet zeldzaam. Voor de Vikingtijd al was dit een wijdverbreid gebruik.
Waarom het gedaan werd en in welke gevallen, is niet vast te stellen. We weten wel dat vooral zwaarden gezien werden als bijna levende identiteiten, die magisch waren en vaak een eigen naam hadden. Mogelijk werd in sommige gevallen de magie als gevaarlijk geschouwd en wilde men hergebruik (na grafroof) voorkomen. Of wellicht kon het alleen zo iemand volgen naar het hiernamaals als het in het heden ‘gedood’ werd. We zullen het nooit weten.
In Noorwegen zijn ongeveer 3500 zwaarden uit de Vikingtijd gevonden, voornamelijk in graven. In het museum van Oslo liggen er 1598. Daarvan vertonen er 260 (16,3%) tekenen van bewuste vernieling, hoewel het niet in alle gevallen vast te stellen valt of dit gedaan is vóór de begrafenis, is ontstaan door de tijd dat het in de grond lag of is gebeurd bij het opgraven.
Van deze 260 weten we van 169 zwaarden met zekerheid of het om een crematie of een begrafenis gaat. In 155 gevallen ging het om een crematie en dus kunnen we stellen dat het gebruik voornamelijk voorkwam bij crematies.
Van de vernielde zwaarden was ongeveer een kwart van hoge kwaliteit, was zwaar versierd, had inscripties en/of was van damast. In 11 graven met kapotte zwaarden lagen ook stijgbeugels en sporen. Nu waren paardentuig en hoofdstellen niet ongewoon om in graven mee te geven, zowel bij vrouwen als mannen, maar stijgbeugels en sporen zijn schaarser en wijzen zeer vermoedelijk op hoge sociale status. Maar vernielde zwaarden zijn niet uitsluitend in rijke graven gevonden.
Het blijft een moeilijk te duiden fenomeen.
Graven, honing, holmgang
Graven zijn altijd moeilijk te interpreteren. Er zijn graven gevonden waar een speer schuin erin geworpen was en de verklaringen hiervoor zijn velerlei. Er zijn ook een aantal afwijkende graven gevonden, waarbij de dode onthoofd, op zijn buik begraven en/of met stenen verzwaard was. Deze graven zijn lastig te duiden en we weten niet zeker wat dit betekende.
We weten niet hoe Vikingen aan hun honing kwamen. Ongetwijfeld hebben ze wilde honing verzameld, maar of dat genoeg opleverde voor hun behoefte, is onbekend. Importeerden ze honing? Mogelijk. Hielden ze bijen? Ook mogelijk. Er is voor geen enkele theorie enig bewijs. In het Angelsaksisch is een aparte uitdrukking voor wilde honing en dat doe je alleen als er ook niet-wilde honing is. Maar Angelsaksen zijn geen Noormannen. In het Noorse Jorvík is één bijenkorf gevonden, maar misschien hadden ze dat wel overgenomen van de plaatselijke bevolking. Het Engelse woord voor bijenkorf, skep, komt van het Oud-Noorse skeppa (mand), dus misschien is dat een indicatie. We weten het eenvoudig niet.
Je kon een holmgangr misbruiken om aan iemands bezit te komen, maar het is niet hetzelfde als diefstal. Diefstal in de wetten van de Vikingen was iets wat stiekem gedaan werd. Heimelijkheid was een sleutelwoord bij Vikingrechtspraak. Je kon een meisje met haar toestemming kussen, maar niet heimelijk. Je kon onder bepaalde omstandigheden iemand doden, maar niet in het geniep. Het was pas diefstal, als het stiekem gebeurde. Bij een holmgangr waren er getuigen en had de tegenstander altijd een kans. En wie een holmgangr verloor, was niðingr en dat was net zo erg als verbanning. Dan was je je reputatie kwijt.
Hoe zit het met Ibn Fadlan?
Even heb ik Ibn Fadlan al genoemd. Hoe zit het met hem? Mogen we zijn woorden nu wel of niet geloven? Het antwoord is simpel: het is onduidelijk in hoeverre zijn verhaal de feiten weergeeft of niet.
Laten we beginnen met wie Ibn Fadlan was. Hij was lid van een ambassade van de kalief van Bagdad. In die hoedanigheid reisde hij naar de koning van de Wolga-Bulgaren in 921-922. Op die reis kwam hij ook een handelsgroep van de Rusvik tegen. Daarover schreef hij een verslag. Zijn verslag gaat dus niet over de Vikingen als een homogene groep, wat ze ook niet waren, maar specifiek over de Rus(iyyah) en dan ook nog eens over een handelsgezelschap.
Lange tijd kenden we alleen verwijzingen naar zijn verslag en pas in 1923 werd er een manuscript gevonden, dat zelf uit de 13e eeuw stamde, maar evenmin volledig leek te zijn. Het is dus niet het oorspronkelijke verhaal. We kunnen onmogelijk vaststellen hoeveel er bij het kopiëren aan gesleuteld is.
Daarnaast is het niet helemaal zeker over welke groep hij het heeft als hij over de Rús(iyyah) schrijft. Over het algemeen wordt aangenomen dat hij Wolga Vikingen bedoeld. Het betreft een handelsgezelschap, maar de groep is niet homogeen: de leden stammen uit Scandinavië, Finland, Slavische gebied etc. Wie ze ook waren, ze waren handelaren die neerstreken bij het Bolgar kamp om hun waren aan de man te brengen.
Als we aannemen dat de overgeleverde tekst min of meer authentiek is en van de hand van Ibn Fadlan zelf komt, dan weten we nog niet precies met welk oogmerk hij het geschreven heeft. Was het een waarheidsgetrouw overheidsverslag en heeft hij alles met eigen ogen gezien (bij sommige gebeurtenissen meldt hij dat expliciet, maar elders niet)? Was het propaganda? Was het een reisverslag bedoeld voor vermaak en gelardeerd met fictie, zoals we in de 19e eeuw ook wel vaker zagen, waarbij het exotische nog exotischer gemaakt moest worden? Heeft hij als buitenstaander met een andere taal en cultuur wel alles goed begrepen?
Dat zullen we nooit weten. De tekst spreekt zichzelf soms tegen, wat lijkt te duiden op het feit dat het door meer dan één persoon is geschreven, dus dat het een compilatie was van meerdere bronnen, of dat er naderhand aan gesleuteld is, geen onbekend verschijnsel in die tijd. Ook lijken sommige beschrijvingen niet te kloppen met wat er in andere bronnen over Noormannen gezegd wordt.
Neem nu zijn beschrijving van hun walgelijke hygiëne, waarbij de mannen een waskom rond lieten gaan, elk er zijn neus in snoot, waarna de volgende het water ook doodleuk gebruikte om zijn gezicht in te poedelen. Dit is nauwelijks een logisch gebruik en staat ook haaks op de verhalen over hoe schoon de Vikingen waren, verhalen die door archeologisch materiaal gestaafd lijken te worden.
Maar wat beschrijft hij hier dan? Wilde hij niet-moslims slecht afschilderen, omdat ze heidenen waren en de reinheidsgeboden uit de Koran niet volgden? Dat ze hun handen niet onder stromend water wasten, maar stilstaand water uit een kom gebruikten, zou hem al van afschuw vervuld hebben. Haalden de Noormannen een grap uit met de verfijnde, verwijfde en overgevoelige Arabier? Dat kan ik me gezien hun voorliefde voor harde grappen erg goed voorstellen. Of hadden we te maken met een stelletje ongeregeld, dat hij toevallig tegen het lijf is gelopen?
In ieder geval lijkt zijn tekst ook weersproken te worden door die van Ibn Rustah, die de steden van de Rusvik wel bezocht en zeer geloofwaardig overkomt. Hij schreef zeer lovend over de Rusvik. Ik moet hier voor de eerlijkheid overigens wel zeggen ‘lijkt’, want juist op dit cruciale gebied van hygiëne is er mogelijk een bewuste vertaalfout gemaakt in later tijden om de moderne Russen niet voor het hoofd te stoten. Maar dat staat evenmin vast.
Vaak aangehaald wordt ook zijn verslag van de crematie. Veel details zijn alleen in deze ene bron te vinden. Sommige geleerden denken dat we hier te maken hebben, als het een waar oogverslag betreft, met een samenraapsel van verschillende gebruiken die de verschillende nationaliteiten van de groep weergaf of wellicht alleen bij de Rusvik voorkwamen en niet bij Noormannen en Denen. We weten het gewoonweg niet. Het is goed mogelijk dat er ritueel seks bedreven werd met de slavin die als grafgift meeging, maar het kan ook zijn dat dit opgepompt, overdreven is, uit zijn verband gerukt of uit de duim gezogen is of verkeerd begrepen.
Een ander punt waar ik mee zit, is dat ik het moeilijk te begrijpen vind dat er op een handelsreis iemand mee was die zo hoog in rang was, dat er zo’n uitgebreide begrafenis voor nodig was en verder dat het handelsgezelschap het zich kon permitteren om tijdens hun reis hun (enige?) schip te verbranden. Het klinkt meer alsof Ibn Fadlan iets heeft toegevoegd dat hij van horen zeggen heeft of zelf heeft verfraaid. Al met al is er in elk geval nergens anders ooit melding gemaakt van de rituelen die hij beschrijft. Dat wil niet zeggen dat ze niet kloppen, alleen dat ze op geen enkele manier te verifiëren zijn.
Dus Ibn Fadlans verhaal is een informatieve bron, die we echter met een kritisch oog en in samenhang met andere bronnen moeten lezen en zeker niet moeten zien als onomstotelijke feiten die gelden voor de gehele Vikinggemeenschap. En dat is de reden dat ik er niets van gebruikt heb in mijn boek.
Beren als huisdier
Was er dan niets woests aan de Noormannen? Nou, misschien dat één feit het beeld dat we van ze hebben wel staaft. Vikingen hielden beren als huisdier. En ja, ze noemden die huisberen. Ze werden als welpje gevangen en dan getemd en woonden soms zelfs in het huis. Ik heb geen idee hoe veilig dat is, maar het gebeurde vaak genoeg dat er wetten voor gemaakt werden. De eigenaar was verantwoordelijk voor de aangerichte schade door zijn huisdier en als de beer (of wolf) ontsnapte, mocht hij gedood worden.
De mens is visueel ingesteld. Series als The Vikings zijn enorm populair, maar geven een verkeerd beeld. Is er dan niet één film die je kunt zien en hopen dat het enigszins overeenkomt met wat we weten en waarbij de interpretaties van de hiaten in ieder geval serieus gedaan zijn? Jawel. In 2022 is The Northman gefilmd en hoewel ook hier wel wat op aan te merken valt, is het zeker geen slechte poging. In ieder geval heeft de maker raad gevraagd bij een aantal vooraanstaande geleerden en daar ook goed naar geluisterd. Je moet de film niet zien als een historische neerzetting van hoe het leven van de Noormannen was, maar als een verfilming van een sage of legende, zoals die door de skalden van toen verteld zou zijn, dus met veel dramatiek, geweld, poëzie en overdrijving. Maar ik vond hem in sommige interpretaties zeer geslaagd.
Vikings
Right now I’m writing a novel about Vikings. Well, it’s actually already finished, but I don’t dare to offer it to the publisher yet. I want to rewrite it a bit and let someone read it first. But that’s beside the point.
Of course, I already knew quite a lot about this period because of my hobby, but for this book I had to do a lot of extra research. The disadvantage is that much from that period is unknown or uncertain and then you quickly run into problems and gaps that need to be filled as best as possible. After all, the source material is incomplete, subject to changeable interpretation and often unclear.
Ineradicable image of barbarians
Think of chronicles from that period. They were often not very detailed. “And that summer the Vikings came and plundered many places on the coast” doesn’t say much about which places, the exact date and what exactly happened.
I have read an infinite amount about this time, done a lot of research and I have been re-enacting the early Middle Ages for over twenty-five years. And what I keep encountering, especially in older works and with older audiences, is the almost ineradicable image of the barbaric, wild, bloodthirsty Viking. We really need to get rid of that.
Yes, the Vikings raided – if they got the chance. And they got that chance in abundance! They plundered – just like all other nations. Only they were just a little more effective. And yes, that really didn’t go with gloves on. So there is no doubt that they looted. But it is also a fact that they are portrayed as much more cruel and barbaric than they really were. I don’t want to condone the Vikings, but I do resist the idea that they were ‘worse’ than the other peoples of that time.
For example, in the Annals of St. Bertin, it is said that the Vikings plundered, but the word rape is not mentioned once. And that while it is mentioned twice that the warriors of the Christian Carolingian kings raped – and once it even involved a nun. There are also stories of high-ranking Frankish women who sought refuge with the Vikings for fear of being murdered by their husbands.
Does that mean they didn’t rape? No, of course not. But it does mean that there was little difference between a pagan Viking and a Christian soldier during warfare.
So the Norsemen and Danes plundered, but the vast majority of the Scandinavian population were peaceful farmers, extremely skilled craftsmen and shrewd traders. The level reached by artisans was almost unparalleled, their culture was rich and by no means barbaric and they had very humane laws for the time.
The position of women was also much better with them than with the surrounding peoples (except perhaps the Baltic tribes). Forget the image of the Viking with horns on his helmet, a wolf pelt around his shoulder, sheepskins wrapped around his legs, and a giant sword on his back, who dines like a hungry dinosaur, mead and meat juices dripping down his beard, and who fills his time with murder and rape.
Everywhere they fought like cats and dogs
Let us not forget that the Viking took personal hygiene seriously and that he bathed and changed his clothes more often than the many other peoples, as handed down from written sources and in finds of manicure sets, combs and the like.
Nor was it so that the Norsemen were only warlike and that the rest of Europe consisted exclusively of sweet, peace-loving people. Everywhere they fought like cats and dogs. In Spain, the Reconquista had been going on since 711 between the original (Visigothic) population and the Arabs. In the Byzantine Empire, internal revolts and foreign wars broke out at regular intervals. In the Frankish empire a bloody fratricidal quarrel between different kings had been going on for years (so that nothing stood in the way of the Vikings), from 862 the Magyar invasions began throughout Europe. The Anglo-Saxons were constantly fighting their Welsh neighbours, the Saracens sacked Rome.
I first want to explain here the difference between the various terms that go around when talking about this people. A Norseman is from Norway, a Dane from Denmark. They had the same culture and spoke very similar dialects. A Viking is that part of the Norsemen and Danes that went on raids.
Sunstone and magnetic compass
But what did I stumble upon during my research? And what are my final interpretations?
If we start with what we know partly or for which there is some evidence, but no certainty, I can mention the sunstones and the magnetic compass. There is marginal evidence for both. There is some evidence for the famous sunstone, but the crystal came from Iceland, which had already been encountered twice by chance, but which was not yet visited frequently. The sailing stone already existed in 1213, but the Vikings may have had it as well. But that is not yet provable.
Vikings did not understand the Frankish language
Vikings needed interpreters for non-Germanic languages, but were often able to follow related Germanic languages to some extent. Yet they did not understand the Franks. How is that possible? They also spoke a Germanic language, didn’t they?
The emphasis here should be on spoke. Sometime in the seventh century, Frankish became extinct. In Germany it was replaced by Old High German (in the north) and Allemannic (in the south), which are also Germanic languages, while in France (except in the far north, i.e. the current southern part of the Netherlands, Belgium and northern France) it made way for Old French. And that was a Romance language, which had evolved from Latin! Incidentally, the Germanic Gothic, which was spoken by the Visigoths in Spain, among others, was also already extinct by then.
Filed teeth, tattoos and make-up
Some skulls have been found of Norsemen who had horizontal grooves filed in their front teeth. We do not know what the meaning of this was, but I have interpreted it as a sign of the berserker.
Nor do we know for sure if Vikings had tattoos. Ibn Fadlan describes Rusvik (Vikings from Russia) who were supposed to have them, but we don’t know if this was just the men or also the women, if every man was tattooed or if it had to do with social status. We know they were blue, and they are described as ‘from neck to fingertips’ (which is not to say they weren’t also on the body elsewhere) and as ’trees’ and ‘symbols’, so probably similar to the knotwork of their other art. But we hardly have any other evidence.
Furthermore, the use of make-up is also controversial. It is mentioned here and there, for men and women, with the aim of making themselves more beautiful. It is possible that this was a kind of kohl that was applied around the eyes.
Long, luxuriant head of hair?
Almost ineradicable is the image of the Viking with the long, luxuriant head of hair. Now it is true that slaves had very short hair, and so a free man would always avoid it. But when we look at the sources, we don’t get such a clear picture. We see carvings of men with both short and long hair. Were those men with short hair slaves? That often doesn’t seem to be the case.
And written sources speak of a hairstyle in which the back and perhaps also the side were very short and the top long, so that apparently it hung in front of the eyes, say a kind of inverted mullet. Was this a later fashion, which we find in a somewhat similar form among the Normans at the time of the invasion of England? That would not be surprising, since they were descended from the Norsemen. Or was this a costume especially for warriors? We simply don’t know.
Female warriors
The existence of female warriors is also highly disputed. Graves that would prove this are most likely misinterpreted. The terms fuðflogi (cunt fled) and flannfluga (prick fled) were negative and were used not only for a fiancé who left the other at the altar, but also for a man or woman who refused to marry. That could mean expulsion from society. It is questionable whether a warrior woman could afford not to marry and not to have children, whether exceptions were made for her.
Of course, there were valkyrjar (Valkyries), but they were kind of goddesses. That is not to say that what a goddess is allowed to do, a mortal woman was also allowed to do. If there were female warriors at all, it was certainly not commonplace.
In my story, women (slave girls) go on a war expedition to take care of the warriors during the many months that they were away from home. I don’t know if this happened, but it seems likely, at least on the long treks. Undoubtedly, the men were quite capable of taking care of themselves, like any soldier, but like any soldier, he likes to have feminine caretaking around. Of course they captured local slave girls, but to what extent you let them roam freely and could trust them is questionable. So my personal opinion is that one or two women per ship was not unlikely.
Ships
There is also still a fierce debate about whether or not shields were hanging on the side of the ship. In contemporary images, you sometimes see them and sometimes you don’t. It may be an artistic expression, it may be that the image actually shows warriors with their shields, so with the shields in hand behind the bulwark.
It seems unlikely to me to hang the shields outside all the time. They are constantly getting wet with salt water, the glue can dissolve, cause the shield knob to rust, the wood may be damaged by the pounding of the waves or warped by the moisture. But because it’s such an iconic image and there’s no way to prove that it didn’t happen, I came up with the solution of only hanging them outboard if an attack with arrows was to be expected.
And then the infamous dragon heads on the ships. The sagas and skaldic poems frequently mention animal heads on the bow and a drakkar (Old Norse dreki) is of course called that for a reason, but so far not one has been found. ‘Poles’ with carved animal heads have been found, which may or may not have been used in ceremonies, but a real dragon bow has yet to emerge. The recovered bows were curled or straight.
Nor do we have the slightest evidence of what the music of the Vikings sounded like. No melodies have survived. All we have are the instruments recovered by archaeologists. Very popular now, especially under the influence of bands such as Wardruna, Skvalthr and Heilung, is that Vikings used overtone singing, mistakenly also called throat singing (throat singing is slightly different, although related). It is possible, but there is no evidence for it. However, the Sami (Lapp) do know it, so the Norsemen must have been familiar with it.
Blood eagle: an urban legend?
In literature, there are three forms of gruesome torture and execution. But then again, we may be dealing with something that only exists in literature. Our fantasy novels don’t describe reality either. The only way for us to test them against the truth is to look at them medically.
The form of ‘hanged meat’, in which someone was hung from ropes threaded through his heels, could technically be done. Slaughtered animals were also thus hung to mature. Whether it happened on a large scale, of course, we don’t know.
More questionable is the ‘fatal walk’. In this process, the intestines are removed from the abdomen of the still living victim, attached to a tree, after which the man has to walk in circles around the tree and thus have to ‘unwind’ his intestines until he dies. This seems medically impossible and therefore a literary fabrication. According to trauma doctors, someone with their intestines hanging out of an abdominal wound can live (painfully) for a while, but not walk around, let alone be forced to do so.
The same goes for the ‘blood eagle’, a popular subject. It is mentioned several times and it is therefore very possible that it was indeed a well-known way of ritual execution, but it is, again according to trauma doctors, completely impossible that the ‘patient’ was still alive, after the ribs were hacked off the spine, spread open like wings and the lungs that were still breathing were taken out of the thorax and placed on the ribs. According to those doctors, the victim would have died while cutting the ribs. Once again, we seem to be dealing with a literary ‘embellishment’.
It seems more logical that it was limited to carving an eagle on the back, which is painful and miserable enough, and that everything that might have come next was the humiliation and mutilation of the corpse. So that’s how I used it in the book.
So how do such stories come about? Many of the ‘facts’ we think we know about the Vikings that have become ingrained in our collective memory are based on translation and interpretation errors of Old Norse poetry. For example, Krákumál speaks of a Viking drinking beer from ‘curved trees of the skull’ (bjúgviði hausa). That’s a kenning for cow horns. But when the poem was first translated in the 17th century, it was translated as ‘skulls of fallen warriors’, as warriors were often referred to as ‘battle trees’ in kennings. And that’s how Vikings got a reputation for drinking beer from the skulls of their slain enemies, which is not the case.
And that’s probably what happened to the infamous blood eagle. In Ragnar’s saga loðbrókar, there is a hard-to-describe phrase in a strange word order, which probably means ‘Ivar had Ælle’s back cut by an eagle’. This is a poetic way of saying ‘Ivar killed Ælle and let eagles tear his body to pieces’. That’s a common image in Old Norse (and Old English) poetry: if you die, you’re food for the ravens, wolves or eagles, the scavengers that flock to every battlefield. But due to a translation error, the myth circulated that someone had carved the image of an eagle into his back, which in turn changed into the blood eagle. It is even possible that other references to the blood eagle in sagas are the result of medieval writers misreading old poems. However, I still adopted the interpretation of cutting an eagle.
In the context of torture, the term klámhǫgg is also uncertain. The word means blow or thrust of disgrace and most likely it was rape of vanquished male enemies as ritual humiliation. This is not an unfamiliar phenomenon, so it could just be that this is the correct interpretation of the word.
The blót
Much is also uncertain about various ceremonies. Occasionally something is said about it in sagas, but nothing concrete, so that an author can only fill in as he sees fit. This applies to the séances of the vǫlvur, the annual blót, weddings, etc.
A blót was a sacrifice, originally a blood sacrifice. There were many different blót during the year, such as the alfablót for the ancestors and the dísablót for the spirits at the beginning of winter, the vetrnáttablót, jólblót and sonarblót during the winter, the enigmatic vǫlsiblót after the autumn slaughter, during which apparently a stallion’s penis was worshipped, and the tjǫsnublót during an ordeal (holmgangr).
What is clear is that women played a role, but we do not know to what extent or in what capacity. Presumably that role was not small and they also were drinking along with the men. There are many indications of this. Slaves would have been excluded, although that is not certain either.
Slavery
All nations owned slaves at that time, including the Norsemen, and although their position was not to be envied, they certainly had rights and could also redeem themselves. So maybe they were also involved in certain big parties, but that remains to be guessed.
The existence or non-existence of human sacrifice is also controversial. A distinction must be made between people who were sacrificed together with animals to propitiate the gods on large (not annual) feasts and people who were given to an important deceased person in the grave. There are strong indications for both, although not incontrovertible evidence. I think it occurred, but it wasn’t a daily occurrence. If the Norsemen had sacrificed humans on a large scale, they would soon have become extinct.
But in a tomb with two bodies, is there always a master and a slave? Or is the ratio different? Were only slaves or prisoners of war sacrificed? Were children sacrificed as well? Was it voluntary? Were they sedated beforehand? Was there, as Ibn Fadlan describes, mass sex with an intended grave sacrifice? We simply don’t know and probably never will.
Often there is also an interpretation that is probably wrong and was then extensively adopted by other authors. One such case is hlunnroð. A hlunn is a wooden stick over which a ship is rolled to the water. So the word literally means turning red or making red the rolling sticks.
This is often interpreted as a blood sacrifice to force a safe passage – and preferably a human sacrifice again, of course. But when it occurs in the sagas it is always about an accident, in which someone unintentionally trips and falls under the ship, and each time it is clearly written that this was seen as a particularly bad omen. So I interpreted it to mean that an animal was sacrificed, because that was commonplace, but that certainly no people were killed for a new ship. Again, given the large number of ships the Vikings built, this seems demographically almost impossible.
Why did Norsemen start looting?
There are several theories as to why the Vikings ‘suddenly’ started looting. The two most common are that the relatively warm climate caused the population to increase explosively, causing a shortage of agricultural land. Add to that the fact that only the eldest son inherited and you have the perfect source for a large group of disgruntled young men who cannot make a living and therefore go to war. We see that analogy today.
Another common theory is that the men mainly plundered women, because there was a shortage in their country due to the infanticide of girls and the polygamy of the nobility. Or maybe they couldn’t afford the bride price. All possible, but impossible to prove.
In addition, pure polygamy is debatable. A rich (noble) man could have a concubine next to his legal wife, but whether having two legal wives at the same time occurred is uncertain, let alone if it happened on a large scale. Sources speak of kings who ‘had many wives’, but they could just as well have been slave girls.
And recently I read a whole new theory. It suggested that somewhere around the year 500 two volcanoes had erupted, causing a colder climate and crop failures, and that the Scandinavians lost their trade connections due to the Migration Period. But could events around 500 lead to looting first two or three centuries later? While scientists claim that it was precisely in the Early Middle Ages that the temperature would have been higher than it is now…
Interpretation and reconstruction clothing
The interpretation and reconstruction of the clothing is constantly recalibrated with each new find that is made. What we find is mainly made up of very small pieces of fabric underneath metal objects, which has preserved them, but just try to figure out what an entire garment looked like with only this to work with.
For example, there is currently a debate among re-enactors about the so-called Rusvik hat or Birka hat. We have found silver points and often long strips of braiding of silver thread. Usually the hats are interpreted as a Phrygian model, i.e. with a flabby, drooping tip. But at the moment, there are also voices that say the hat may have been conical and stiff.
Very popular, especially in Hollywood productions, are silver rings and beads in the beards of the men. There is some circumstantial evidence for this, but it is by no means certain. And if it did occur, we may assume that it was certainly not a general trend.
We know that Freyja had the first choice among the fallen warriors. They went to Fólkvangr and the rest to Valjǫll (Valhalla). But we don’t know what that first choice was based on, what criteria you had to meet to be chosen by Freyja.
Then there’s the þulr. Their exact role is not known. It is thought by some scholars that after the monks took over their role, they were reduced to what eventually became the court jester. It doesn’t sound illogical.
Was the berserker really immortal?
And what do you do as a writer with a berserkr? The term is well known. Less well known is that in addition to the ‘bear form’, there was also a ‘wolf form’, the úlfhéðinn. But what is it? This is extremely difficult and scholars are racking their brains over it. They are described as invincible warriors who cannot be wounded and are in a kind of daze or madness during which they take the form of an animal.
That is of course impossible, so we are dealing here with a fairy tale or with a figurative description. I don’t think it’s a fairy tale. They are so ubiquitous in so many sources that we have to assume that they really existed. So changing shape in an animal should not be taken literally.
Most explanations are that the warriors went into a frenzy, behaved like an animal out of their minds, and then threw themselves at the enemy, without being able to distinguish between friend and foe, without fear. They foamed at the mouth, took off their shirts, and didn’t seem to feel any pain (which may lead to the story that they were inviolable). After their ‘intoxication’, they were sometimes completely exhausted for days.
But what caused that intoxication or rage? It is also written that hard labor could cause it and that it sometimes ‘happened’ to the warriors. Were drugs used? Quite possibly. Then we probably speak of henbane, which has a similar effect, could be found everywhere and has also been found in a grave.
Were there rituals, in the form of dance and song, that preceded it to get into a different state of mind? Also quite possible. The Byzantine emperor described animal dances of his Viking bodyguard. Maybe this is what he was talking about.
And what did the shield biting have to do with it? Also such an enigma. It is possible that it was repetitive movements that pushed the stress and therefore adrenaline levels to such a high level through pain and exertion that they reached this state.
One explanation that I found very interesting was that many of the descriptions (including not being able to tell friend and foe apart) correspond to what soldiers who suffer from severe PTSD experience and ‘flash’ back to scenes of war from the past. In a violent society like that of the Vikings, this ailment would certainly have occurred.
What is more difficult is that it is said to be innate. Apparently, the warrior in question had to have a talent for it. Some people are more sensitive than others.
And then, according to many, there is an element of religious madness, or at least religious fanaticism. The frenzy of the berserkr belonged to Odin, after all. In history, we often see examples of people who go berserk because of religiously stimulated anger.
The explanations that I personally relegate to the realm of fables are those of drunkenness, epilepsy, and insanity. In all three cases, a person is no longer capable of fighting invincibly.
Argr, nið and seiðr
I would also like to briefly explain three related terms: argr, nið and seiðr. These are complex concepts for modern man, but of great importance to understand the thinking and laws of the Normans.
Argr (adjective) and ergi (noun) could be translated as unmanly. It was considered such a gross insult that it was grounds for an ordeal or getting outlawed. Those who did not attack after such an insult admitted to being argr.
It referred to the receiving and therefore female role in homosexuality, because it was equivalent to subjecting and thus unmasculine. Apparently, there was no social stigma attached to the male role in a homosexual relationship… Raping a vanquished enemy, which was common practice in many martial societies throughout history, was not dishonorable and humiliating for the perpetrator, but for the victim (the reason why it was done).
Other insults also refer to weakness of the man. One of the worst insults was telling a man that he was milking his own goat, thus calling him not only a woman, but also a slave. Calling a man a mare was also argr. A man who entered the dyngja (the weaving house) was argr.
There exists a term argaskattr. Literally, this means unmanly or depraved payment. It’s often interpreted as the payment for a male prostitute’s services, but it could just as easily be something else.
The feminine form of this word is ǫrg, which does not refer to homosexuality or masculinity, but to debauchery. Perhaps, therefore, the correct translation is rather ‘sexually depraved’.
Argr was a nið. A nið is an insult, but the word can also be translated as illegality, cowardice, sexual perversity, or homosexuality. You can see the relationship between the terms here. The word appears in combinations such as niðvisur (‘insulting verses’), niðingr (‘coward, criminal’), niðstǫng (‘insult pole’) and many others. It thus involved the loss of honour and the status of criminal.
A person with niðingr was a dishonorable person. Someone who had committed (treacherous and surreptitious) murder, or theft, nocturnal arson or treason, desertion, perversion or breach of oath, who showed cowardice, refused to fight, broke a truce, desecrated a sanctuary, plundered a grave, made female victims in honor killings or used seiðr, was a niðingr.
Seiðr was one of the many forms of magic
Also the using seiðr was argr. Seiðr was one of the many forms of magic. Why exactly this form was argr is not entirely clear. There seems to be a connection with (murder by) poison. Seiðr was a form of magic that could do good, but certainly also evil, and harming in such a sneaky way was not masculine. It was believed that name-calling could break the seiðr and force the enemy to show his true colors.
Seiðr was a form of magic used to predict and shape the future. It seems to have shamanic aspects, such as traveling in visions. It was associated with the gods Óðinn and Freyja. Rods have been found in several women’s graves, which have been interpreted as magic wands used by these types of sorceresses. Some descriptions are more reminiscent of hypnotism, such as when the vǫlva conjures itself invisibly, a power that disappears when the ‘enchanted’ person is too far away from her.
So (certain forms of) magic, unmanliness, weakness, cowardice, sexual perversity and effeminacy were related concepts and deeply offensive and certainly provoked violence if you accused someone of it.
Apart from seiðr, there are three other forms of magic. Exactly how different they are and what exactly they entailed is not entirely known, and there were also areas in which they overlapped. In later times they were mixed up and merged, so that it is difficult to make a clear distinction today. But I have stuck as best I could to the little we do know. In any case, spinning was closely intertwined with magic. The Nornir (Goddesses of Fate) are also known as spinsters. Diligent spinning could change the fate of the children. Think, for example, of the fairy tale of Sleeping Beauty.
There are more things that can offend us as modern humans. A twelve-year-old girl thinking about marriage is shocking to us, but in those days it was different. Viking children were considered to be adults between the ages of ten and twelve, while boys in Iceland were legally mature at sixteen. Girls married between the ages of twelve and fifteen, boys from the age of fourteen onward. In our eyes these are children, at that time people grew up faster due to the harsh reality of life.
Skaldic poetry
The skaldic poetry (bragr) was of unparalleled complexity. They worked with meter, with alliteration and middle rhyme. Alliteration is when two or more words in one line begin with the same consonant. It was commonly used in early medieval poetry.
But middle rhyme is typical of the Norsemen and Danes. In short, it means that two or more words in a sentence, and often in a prescribed position, had the stressed part rhyming, without the beginning consonant or the end of the word having to be the same and where the vowels could be completely identical or a similar, related sound. An English example is torching versus orchard.
Final rhyme, i.e. our usual form of rhyming, did not come until 936. Other forms of skaldic poetry are of an even later date.
Kennings were an important part of poetry, and since a man was not only supposed to be good with the sword, but also had to be good with words, it was something a child learned at an early age. It is factually the poetic description of a single word by two compound words. For example, instead of ‘sun’ you can also say ‘sky jewel’, or ‘snake’ can be described as ‘valley trout’ or ‘eyes’ as ‘eyebrow stars’.
For some, you need quite a bit of knowledge of mythology or culture. For example, not everyone will immediately understand that ‘Grimnir’s lip streams’ actually means ‘poetry’ and that a ‘ring-giver’ is a ‘king’.
Poets usually thought that two elements were sufficient to describe a word, but sometimes one of the two elements was represented by a kenning, so that there were three elements. Occasionally there were even more, so you had to be trained to follow it.
Misconceptions about weapons
There are also many misconceptions about the weapons. People often don’t realize that a Viking sword was a completely different thing from d’Artagnan’s foil. And we’re talking about weight. It wasn’t a lightweight thing that allowed you to have endlessly fast-paced battles. Only the strongest sword arm lasted half an hour at full power. Battles, if you could speak of real battles, therefore seldom lasted long.
A sword blade was between sixty and ninety centimeters long, on average five centimeters wide and the weight of the entire weapon was between one and two kilos. Try holding that up with a shield for a while. And a sword was two-edged, so both sides were sharp. Shorter swords with only one cutting edge were called a sax.
Although the famous Ulfberht swords were mainly found in northern regions, they were probably not made there. We suspect they were made somewhere around Fulda. These swords were easy to handle and flexible, stronger and pointier than similar swords of the time. It is strange that while they were probably made in Frankia, so many have been found in the north, for trade of arms beyond the frontiers was forbidden to the Franks at that time. So we may be dealing with smuggling or robbery here.
The swords were expensive and therefore it was lucrative to copy them, which was done on a large scale. These fakes did have a different inscription.
What made them so special was the steel, which may have come from Iran. The quality of the steel remained unrivalled in Europe until after the Industrial Revolution. It was very pure with low sulfur and phosphorus content and up to 1.1% carbon.
Spears were very long. No complete spear has ever been recovered, but they were probably two to three meters long, although slightly longer or shorter would also be defensible. The spear blade was not a small point, like an arrow, but was between twenty and sixty centimeters long. Such a spear could be thrown, but also stabbed, hewn and cut. In one legend, it is described how this huge blade, actually a small sword, almost cut an enemy in two.
There were light javelins (frakka), but the ‘real’ spears (geirr) could also be thrown. Tests have shown that what the sagas describe is achievable if you are trained. From a distance of seven or eight meters, such a spear is able to pass through ten centimeters thick wood or through a shield and then also through the enemy behind the shield. Talented warriors could even throw two spears at once, each with the same deadly effect. A spear could easily pass through a ship’s hull, because planks were only twenty to twenty-five millimeters thick.
When snærisspjót (a type of throwing rope or belt) were used, the speed was increased by fifty percent and the impact more than doubled.
Phenomenon that is difficult to explain
The practice of deliberately destroying weapons (mainly swords, but also other weapons, shields and even sometimes things like a plough or weaving sword) before they were put into a grave was not the norm, but it was not rare either. Even before the Viking Age, this was a widespread practice.
Why it was done and in what cases cannot be determined. We do know that swords in particular were seen as almost living identities, which were magical and often had their own names. It is possible that in some cases the magic was considered dangerous and people wanted to prevent reuse (after grave robbery). Or perhaps it could only follow such a person to the afterlife if it was ‘killed’ in the present. We’ll never know.
About 3500 swords from the Viking Age have been found in Norway, mainly in graves. There are 1598 of them in the Oslo Museum. Of these, 260 (16.3%) show signs of deliberate destruction, although it is not possible to determine in all cases whether this was done before burial, was caused by the time it was in the ground or happened during excavation.
Of these 260 swords, of 169 we know with certainty whether the funerals were cremations or inhumations. In 155 cases it was a cremation and so we can say that the use mainly occurred in cremations.
Of the destroyed swords, about a quarter were of high quality, heavily decorated, had inscriptions and/or were made of Damascus steel. In 11 graves with broken swords there were also stirrups and spurs. Now, horse harnesses and bridles were not uncommon in graves, both among women and men, but stirrups and spurs are scarcer and most likely indicate high social status. But destroyed swords have not only been found in rich tombs.
It remains a phenomenon that is difficult to define.
Graves, honey, holmgang
Graves are always difficult to interpret. Graves have been found where a spear was thrown in at an angle and the explanations for this are manifold. A number of anomalous graves have also been found, in which the dead person was decapitated, buried on his belly and/or weighed down with stones. These graves are difficult to interpret, and we are not sure what this meant.
We don’t know how Vikings got their honey. No doubt they collected wild honey, but whether that yielded enough for their need is unknown. Did they import honey? Possible. Did they keep bees? Also possible. There is no evidence for any theory. In Anglo-Saxon there is a separate expression for wild honey and you only do that if there is also non-wild honey. But Anglo-Saxons are not Norsemen. One beehive has been found in Jorvík, Norway, but they may have copied it from the local population. The English word for beehive, skep, comes from the Old Norse skeppa (basket), so perhaps that’s an indication. We simply don’t know.
One could abuse a holmgangr to get someone’s property, but it’s not the same as theft. Theft in the laws of the Vikings was something that was done secretly. Stealth was a key word in Viking justice. You could kiss a girl with her permission, but not covertly. You could kill someone under certain circumstances, but not in secrecy. It was only theft if one tried to conceal it. In a holmgangr, there were witnesses and the opponent always had a chance. And whoever lost a holmgangr was niðingr and that was just as bad as banishment. That meant you would loose your reputation.
How about Ibn Fadlan?
I have already mentioned Ibn Fadlan. What about him? Can we believe his words or not? The answer is simple: it is unclear to what extent his story reflects the facts or not.
Let’s start with who Ibn Fadlan was. He was a member of an embassy of the Caliph of Baghdad. In this capacity, he traveled to the king of the Volga Bulgarians in 921-922. On that journey, he also met a trading group of the Rusvik. He wrote a report about this. So his account is not about the Vikings as a homogeneous group, which they were not, but specifically about the Rus(iyyah) and then also about a trading company.
For a long time, we only knew references to his account, and it was not until 1923 that a manuscript was found, which itself dated from the 13th century, but did not appear to be complete either. So it’s not the original story. It is impossible to determine how much was tinkered with during the copying.
In addition, it is not entirely certain which group he is referring to when he writes about the Rús(iyyah). It is generally believed that he means Volga Vikings. It is a trading company, but the group is not homogeneous: the members come from Scandinavia, Finland, Slavic territory, etc. Whoever they were, they were traders who settled at the Bolgar camp to sell their wares.
If we assume that the surviving text is more or less authentic and comes from the hand of Ibn Fadlan himself, we do not yet know exactly what purpose he wrote it for. Was it a truthful governmental report and did he see everything with his own eyes (in some events he explicitly mentions this, but not elsewhere)? Was it propaganda? Was it a travelogue meant for entertainment and larded with fiction, as we often saw in the 19th century, where the exotic had to be made even more exotic? As an outsider with a different language and culture, did he understand everything correctly?
We’ll never know. The text sometimes contradicts itself, which seems to indicate that it was written by more than one person, making it a compilation of several sources, or that it was tinkered with afterwards, not an unknown phenomenon at the time. Also, some descriptions do not seem to match what is said about Norsemen in other sources.
Take his description of their disgusting hygiene, in which the men passed around a bowl with water, each blew his nose in it, after which the next also casually used the water to wash his face. This is hardly a logical practice and is also at odds with the stories about how clean the Vikings were, stories that seem to be supported by archaeological material.
But what then is he describing here? Did he want to portray non-Muslims badly, because they were pagans and did not follow the purity commandments of the Koran? The fact that they did not wash their hands under running water, but used stagnant water from a bowl, would have horrified him. Did the Norsemen play a prank on the sophisticated, effeminate, and hypersensitive Arab? I can well imagine that, given their penchant for hard jokes. Or are we dealing with a bunch of irregulars, whom he bumped into by chance?
In any case, his text also seems to be contradicted by that of Ibn Rustah, who did visit the cities of the Rusvik and seems very credible. He wrote very highly of the Rusvik. To be honest, I have to say ‘seems’ here, because it is precisely in this crucial area of hygiene that a deliberate translation error may have been made in later times in order not to offend the modern Russians. But that is not certain either.
His account of the cremation is also often quoted. Many details can only be found in this one source. Some scholars think that we are dealing here, if it is a true eye-witness’s account, with a hodgepodge of different customs representing the different nationalities of the group, or which perhaps only existed among the Rusvik, and not among the Norsemen and Danes. We just don’t know. It is quite possible that ritual sex was performed with the slave girl who was chosen to be a grave gift, but it is also possible that this is inflated, exaggerated, taken out of context or made up or misunderstood.
Another point that bothers me is that I find it difficult to understand that on a trading trip there was someone who was so high in rank, that it required such an elaborate funeral and furthermore that the trading party could afford to burn their (only?) ship during their trip. It sounds more like Ibn Fadlan has added something that he has heard from or embellished himself. All in all, at least nowhere else has there ever been any mention of the rituals he describes. That’s not to say they aren’t accurate, just that they can’t be verified in any way.
So Ibn Fadlan’s story is an informative source, which we should read with a critical eye and in conjunction with other sources and certainly not as incontrovertible facts that apply to the entire Viking community. And that’s why I didn’t use any of it in my book.
Bears as pets
Was there then nothing savage about the Norsemen? Well, maybe one fact does support the image we have of them. Vikings kept bears as pets. And yes, they called them house bears. They were caught as cubs and then tamed and sometimes even lived in the house. I have no idea how safe that is, but it happened often enough that laws were made for it. The owner was responsible for the damage caused by his pet and if the bear (or wolf) escaped, it could be killed.
Humans are visually oriented. Series like The Vikings are hugely popular but give the wrong impression. Isn’t there not even one film that you can see and hope that it is somewhat consistent with what we know and where the interpretations of the gaps are at least seriously done? Yes. The Northman was filmed in 2022, and although there is room for criticism here as well, it is certainly not a bad attempt. In any case, the maker has sought advice from a number of prominent scholars and has listened carefully to them. The film should not be seen as a historical portrayal of what life was like for the Norsemen, but as a film adaptation of a saga or legend, as it would have been told by the skalds of the time, so with a lot of drama, violence, poetry and exaggeration. But I found it very successful in some interpretations.







Comments (2)
Hoi Rona, ik heb altijd gedacht dat de naam Noormannen (northmanni) sloeg op alle bewoners van Scandinavië die West-Europa van ca 780-1006 onveilig maakten. Zuiver als indicatie van herkomst dus en gegeven door kronikeurs die niet wisten waar ze precies vandaan kwamen, behalve dat ze uit het noorden kwamen. Pas veel later werd het onderscheid dan gemaakt per land van herkomst. In Schotland, Ierland en Noord-Engeland kwamen dan veel Noren terecht (en op den duur IJsland en Groenland), in de Nederlanden en Zuidwest Engeland veel Denen en het bleek dat de Zweden voornamelijk richting Baltische staten en Rusland trokken. Later staken die Noren en Denen over naar Frankrijk en verspreidden zich naar het zuiden, terwijl de Zweden via de Balkan naar Constantinopel trokken. Maar er schijnen er ook vanuit het westen via de Middellandse Zee in die grote stad terecht zijn gekomen. De agressieve versie, die georganiseerd als plunderaars te werk ging, waren dan de Vikingr, maar zo noemden de slachtoffers heb niet, dat deden hun eigen landgenoten en zijzelf. Maar die konden dan ook weer oorspronkelijk uit Noorwegen (arme boeren) en Denemarken (verbannen troonopvolgers en hun gevolg) komen. De Zweden zouden zich hier niet zo opgehouden hebben. Heb ik dat dan verkeerd?
Overigens vochten d’Artagnan en zijn tijdgenoten niet met floretten maar met rapieren.
Overigens een interessant stuk, vooral vanwege die recente denkbeelden.