Skip to content

IJstijd

Door: AI generated, Karttikeya75 Pixabay

Ik heb deze maand door omstandigheden weinig tijd om een geheel nieuwe blog te schrijven. En dus haal ik iets uit de mottenballen. Heel lang geleden heb ik een verhaal geschreven dat zich afspeelt in de laatste IJstijd (Berkenmeisje). Daarvoor heb ik enorm veel research gedaan en later, toen ik het in kleine oplage liet drukken, nog eens. Inmiddels had ik namelijk toegang tot internet en er waren nieuwe vondsten gedaan of oude vondsten waren geherinterpreteerd. Omdat dit boek niet in de bibliotheek ligt en ik denk dat sommigen wel geïnteresseerd zijn in wat mijn onderzoek heeft opgeleverd, plaats ik vandaag de historische feiten zoals ze achter in de roman staan op mijn blog in de vorm van een vraag met antwoord.

Eindigde de IJstijd plotseling of geleidelijk?

Een abrupt einde lijkt onlogisch, want men zou een overgangsperiode verwachten van honderden, zo geen duizenden jaren. Maar dat is niet het geval. Het einde van de IJstijd was relatief plotseling. Het koude Dryas-stadiaal (12.700-11.560 jaar geleden) begon binnen tien jaar! Het eindigde al even abrupt. In Groenland, bijvoorbeeld, kwam het einde binnen 40-50 jaar in drie stappen van maximaal vijf jaar. Andere data geven aan dat het elders zelfs zeven graden warmer werd in een paar jaar (9610 v.C.). Door de hele geschiedenis heen zien we dit soort schommelingen, telkens met desastreuze gevolgen.

Hoeveel mensen leefden er toen en hoe groot was een stam?

De Dordogne was tamelijk dichtbevolkt. 30.000 jaar geleden woonden er geschat 330.000 mensen. Dat liep terug naar 130.000 mensen 23.000 jaar geleden. En rond 13.000 jaar geleden was het weer opgelopen naar 410.000 mensen. Dat geeft dus aan dat de levensomstandigheden gunstig waren.

Een groep of stam (of ‘grot’ zo je wilt) bestond, wederom geschat, uit vijfentwintig tot honderd individuen. Ze waren uiteraard niet sedentair. Ze waren nomadische jager-verzamelaars, die mogelijk in de winter in grotten scholen en in de zomer rondtrokken, hetzij in tenten, waarvan vondsten zijn, hetzij van grot naar grot.

Het is natuurlijk onbekend of ze zomer- of stambijeenkomsten hadden, maar dat is wel waarschijnlijk. Er is onomstotelijk bewijs voor (verre) handel en misschien zullen meerdere groepen samengekomen zijn voor een grote jacht op bijvoorbeeld mammoeten. Ook andere nomadische volkeren, zoals bijvoorbeeld de Noord-Amerikaanse Indianen, komen in de zomer in enorme groepen samen, om in de winter op te breken in kleinere eenheden.

Wanneer is het taalschisma ontstaan?

Verwante talen behoren tot een taalfamilie. Meerdere taalfamilies behoren weer tot grotere groepen. Zo behoort het Nederlands tot de Germaanse talen en maken de Germaanse talen deel uit van de enorme Indo-Europese taalgroep. Maar wanneer was dit nog één taal en wanneer begon het schisma, de verandering die de verschillende talen liet ontstaan? Met andere woorden: spraken alle inwoners van Europa 13.000 jaar geleden één en dezelfde taal, eventueel met wat dialecten, of waren er, zoals in het boek, al verschillende talen? Waarschijnlijk spraken ze één en dezelfde taal. Het vroegst mogelijke einde van de Proto-Indo-Europese taalkundige eenheid wordt geschat op 3400 v.C.

Bestond blond of rood haar al?

Ook dat is een lastig te beantwoorden vraag. Er is de laatste tijd veel DNA-onderzoek gedaan, wat tot nu toe als conclusie heeft dat de moderne mens uit de IJstijd een vrij donkere huid had, bruin of zwart haar en bruine of blauwe ogen. Blond en rood haar zijn waarschijnlijk van recentere tijden en mogelijk ontstaan rond het Baltisch gebied. Er wordt ook geopperd dat het een erfenis van de Neanderthaler geweest zou kunnen zijn. De oudst teruggevonden persoon met blond haar is tot nu toe een lichaam uit Afontova Gora (Siberië) dat is gedateerd op 14.700 jaar geleden. Daarentegen is een 7000 jaar oud lichaam uit Spanje van een persoon met een donkere huid, blauwe ogen en bruin haar, zoals ook de Cheddar Man.

Hadden ze al pijl en boog, slinger, speerwerper en werphout?

We hebben speerpunten (voor zware stoot- en lichtere werpsperen) teruggevonden, harpoenen en vuistbijlen. Maar hoe oud is de pijl en boog? Wederom is het onduidelijk en weten we het niet zeker. De eerste vondsten zijn van een paar duizend jaar later, maar misschien dat ze het al eerder kenden en dat we het alleen niet teruggevonden hebben. De slinger is aantoonbaar voor het Neolithicum, maar is waarschijnlijk veel ouder en tijdens het Boven-Palaeolothicum ontdekt.

De speerwerper stamt zeker uit de IJstijd. De meeste Europese vondsten stammen uit het Magdalénien, vaak fraai versierd in de vorm van een dier. De oudste speerwerper, ook wel atlatl genaamd, is 17.500 jaar oud, is gemaakt van rendiergewei en is gevonden in Combe Saunière in de Dordogne. Maar mogelijk is hij nog veel ouder, want de Mungo Man (42.000 jaar oud) heeft artritis in zijn rechter elleboog, een aandoening die tegenwoordig een atlatl-elleboog genoemd wordt.

Hoewel de boemerang cultureel geassocieerd wordt met Australië, zijn ze ook elders gevonden. Beter is het woord werphout, want een boemerang keert weer terug in de hand van de werper, terwijl de traditionele werphouten dat niet doen. In de Obłazowa Grot in de Karpathen is een werphout van mammoetslagtand gevonden die 30.000 jaar oud is.

Hadden ze boten of kano’s?

Ja, hoogstwaarschijnlijk wel. De oudst teruggevonden boomstamkano stamt uit 8000 v.C. Maar eerder waren volkeren al de zee overgestoken. Een petroglief uit Azerbeidzjan nabij de Kaspische Zee uit 10.000 v.C. toont een lange boot. Geschikt gereedschap voor het maken van boomstamkano’s verschijnt rond 10.000 v.C. Er is enig bewijs dat huidboten (kajaks, coracles) al in 9500 v.C. bestonden, maar dat is onzeker. Dit bewijs bestaat uit rendierbotten met speerwonden in de nek alsof ze vanuit een boot bij het zwemmen geraakt zijn, precies zoals ook de Inuit nu nog jagen. Waren er misschien ook kano’s van berkenbast, zoals sommige Noord-Indiaanse stammen die maakten, of van riet, zoals al eeuwenlang in Irak en Peru gebruikt worden? Het is mogelijk, maar zeker zullen we het niet weten. In ieder geval waren er berken en is Arctagrostis latifolia (“poolgras”) lang genoeg (tot 1,5 meter) om het als zodanig te gebruiken.

Hadden ze tamme honden?

Ja. De genetische afscheiding tussen honden en wolven vond plaats ergens tussen 40.000 en 20.000 jaar geleden. De domesticatie begon 15.000 jaar geleden. De eerste vondst waarvan onomstotelijk vaststaat dat het een hond is, is het dier dat in Bonn-Oberkassel naast mensen begraven is en 14.200 jaar oud is. Er zijn betwiste vondsten van 36.000 jaar oud.

Hadden ze mijnen?

De oudste mijn is 43.000 jaar oud, maar die ligt in Swaziland. Het was een okermijn, waarmee oker dus eerder gemijnd werd dan vuursteen! De meeste mijnen in Europa zijn Neolithisch. In Oostenrijk is een zoutmijn gevonden bij Hallstatt die al 7000 jaar in gebruik is. Toch is oker- en vuursteenmijnbouw voor het Laat-Paleolithicum wel verdedigbaar, al zal het open mijnbouw geweest zijn en geen galerijbouw.

Hadden ze wapens van paarden- en ezelkaken?

Nee. Ze zijn niet gevonden, althans. Of misschien hebben we ze niet als wapen geïnterpreteerd. Dat kan natuurlijk altijd ook. Maar uit het Neolithicum zijn ze wel bekend. Ook in de Bijbel worden ze genoemd. Azteken en sommige Noord-Amerikaanse stammen gebruikten ze, dus waarom niet? Dat iets niet gevonden is, betekent niet dat het er niet was. Maar bewijs is er dus niet.

Maakten ze drinkschalen van schedels?

Dat is zeer goed mogelijk en aannemelijk. Het gebruik van het menselijk schedeldak als drinknap of -schaal is wijdverbreid over de wereld en door de geschiedenis. Uit het Magdalénien stammen negen schedelkappen, gevonden in de Placard Grot in Charente, die als zodanig geïnterpreteerd zijn. Ze vertonen niet alleen duidelijke sporen van het schoonschrapen van vlees en weefsel en van bewust breken tot de gewenste vorm, maar ook zijn de randen bijgewerkt om ze gladder te maken.

Hadden ze tenten, paalhutten en mammoetknekelhuizen?

Om met de laatste te beginnen, ja. Onder andere in Molodova en Mezhirich (Oekraïne), Předmostí en Dolní Vĕstonice (Tsjechië) en Kostenki (Rusland) zijn ze teruggevonden. Sommige hadden wel 15 haarden en waren dus groot genoeg voor een hele stam. Ze worden gedateerd op 15.000 tot 14.000 jaar oud, hoewel die in Molodova 30.000 jaar oud is en door Neanderthal bewoond werd. Mammoetbeenderen werden ook gebruikt voor palissades. In Dolni Vestonice zijn met nieuwe technieken hutten aangetoond met wanden van kalksteenblokken, mogelijk met daarop schouderbladen en bekken van mammoeten. Eén hut was ovaal en mat 15 bij 9 meter en had vijf haarden. Bij de tweede hut zijn paalgaten gevonden. Bij Terra Amata (Frankrijk) zijn de resten gevonden van een hut van hout op een fundering van een ring van stenen met een platte drempelsteen en paalgaten in het midden. De muren waren van takken, mogelijk bedekt met stro. Deze vondst is 50.000 jaar oud. Tenten kenden ze ook. Echter, paalhutten zijn pas teruggevonden uit het Neolithicum.

Maakten ze muziek?

Ja, want er zijn instrumenten gevonden. De oudste (benen) fluit is 41.000 jaar oud. Een snorrebot van 18.000 jaar oud is gevonden in de Oekraïne. Ook raspen stammen uit het Paleolithicum. Het is zeer aannemelijk dat ze ook ratels hadden, hoewel ze niet zijn teruggevonden of niet als zodanig geïnterpreteerd. Hetzelfde geldt voor trommels, die waarschijnlijk ook bestonden, maar omdat hout en huid vergaan, zijn ze niet gevonden. Mammoetschedels zijn wel gevonden, maar het is niet te bewijzen of ze (ook) als instrument gediend hebben. Maar het zou goed mogelijk zijn. Zo wordt de beschilderde mammoetschedel die in Mezhirich gevonden is, vaak als trommel geïnterpreteerd. Snaarinstrumenten waren er echter nog niet.

Bestonden er al netten en manden, weefsels en aardewerk?

Het oudste net, gemaakt van wilg, dateert uit 8300 v.C. en recent zijn er visnetverzwaarders ontdekt uit Korea die maar liefst 29.000 jaar oud zijn! We mogen er dus vanuit gaan dat de mensen uit het Magdalénien ook visnetten hadden. Ze kenden overigens ook vishaken. De oudste vishaak, van schelp gemaakt, is ongeveer 22.500 jaar oud en is in Japan gevonden. Ivoren vishaken zijn bijvoorbeeld gevonden in Wustermark (19.000 jaar oud). Verder hadden ze harpoenen (waarmee ze ook zeehonden joegen, getuige een tekening in de Cosquer grot) en bouwden ze mogelijk visdammen.

Technieken om matten en mogelijk ook manden te maken zijn aangetoond voor 8000 jaar geleden in het Midden-Oosten. Er zijn geen aanwijzingen dat de oermens uit de IJstijd ook al matten kon maken, laat staan manden. Maar als men netten kon maken van gedraaide wilgenbast, en touwen, dan is de stap naar het vlechten van matten niet zo groot, zeker aangezien weven waarschijnlijk al bekend was.

Weven? Jazeker. Er zijn indicaties dat men al 27.000 jaar geleden eenvoudige (plantaardige) weefsels kon maken. Een textielafdruk is gevonden in Dolní Vĕstonice. Deze vondst zou bewijzen dat de wevers van het Boven-Paleolithicum allerlei soort koord konden maken, gevlochten manden en zelfs geweven stof. Er zijn zowel indrukken in klei als verbrande stofresten gevonden.

Echt aardewerk bestond zeker nog niet en ook het pottenbakkerswiel moest nog uitgevonden worden, maar uit het Gravettien hebben we keramiekfiguren gevonden die gedateerd kunnen worden op 29.000 tot 25.000 v.C., onder andere de beroemde Venus van Dolní Vĕstonice. Scherven uit China en Japan zijn 18.000 tot 12.000 jaar oud. Het oudste aardewerk ter wereld is 20.000 jaar oud en is in de Xianrendong grot in China gevonden.

Hadden ze een spreekstaf?

Als er al spreekstaven waren, wat goed mogelijk is, dan waren ze van hout en zijn ze dus niet teruggevonden, of ze zijn niet als zodanig herkend. Er komen bij archeologische opgravingen vaak genoeg voorwerpen naar boven waarvan de wetenschappers niet weten waartoe het diende. Mijn idee van een spreekstaf komt van de zogenaamde geweistaf, die in het Frans ook wel bâton percé (doorboorde staf) of bâton de commandement (commandostaf) heet en in het Engels vaak wordt aangeduid met spear straightener (speer rechtmaker). Het is een veel voorkomend artefact van gewei en soms ivoor, bijna allemaal afkomstig uit het Magdalénien in Zuid-Frankrijk. Het gewei werd bij de afsplitsing van een end (zijtakt) aan beide zijden afgezaagd en bij de splitsing doorboord. Soms werd er nog een tweede gat geboord. Daarna werd het glad gemaakt en ingekerfd met geometrische lijnen of dier- of mensfiguren. Daarnaast is een groot deel versierd met mannelijke motieven en hebben ze vaak zelf de vorm van een fallus.

Het is nog steeds onduidelijk waartoe ze dienden. Aanvankelijk dacht men dat ze louter ceremonieel waren, nu gaat men ervan uit dat ze een praktisch nut dienden. Wellicht werden ze gebruikt om verwarmde gekromde voorwerpen door middel van hefboowerking recht te maken tot een speerschacht. Er is ook voorgesteld dat ze gebruikt zijn voor het met olie elastisch maken van riemen, als kledingspeld of tentharing. Verder wordt er wel gedacht aan een soort speerwerper. Een omstreden verklaring is dat ze mondknevels waren voor onhandelbare dieren. Dergelijke zogenaamde pramen worden nog steeds gebruikt. De grootte en de vorm komen overeen met moderne exemplaren en soms zijn de gaten doorbroken op plaatsen waar men dit bij dergelijk gebruik zou verwachten. Verder zijn de geweistaven vaak versierd met paarden- en rendierkoppen en sommige van deze graveringen tonen ornamenten bij de bek die als knevel geïnterpreteerd kunnen worden. Als dit zo is, zou dit betekenen dat men vee hield.

Hadden ze sleden en sleepbaren?

Het is zeer goed mogelijk en ook logisch, maar er is geen enkel bewijs voor. Sleden worden al eeuwenlang door poolvolkeren gebruikt, maar hoe lang precies weet niemand. Sleepbaren, ook wel travois genoemd, zijn uiteraard ook goed mogelijk. Het is niet veel meer dan twee stokken (of lange botten) met daartussen touwen of een huid, waarop je je bagage kunt leggen en voort kunt trekken. Overigens hadden ze waarschijnlijk nog geen sneeuwschoenen. Die lijken een veel latere uitvinding. Twijfelachtiger is de ski. De oudste houten ski’s zijn gevonden in Rusland en waren vijf- tot zesduizend jaar oud.

Konden ze al alcohol maken?

Fruit en honing fermenteren vrij gemakkelijk, dus ze zouden het zeker gekund hebben. Of ze het deden, is een wetenschappelijk debat. Velen geloven dat ze wijn konden maken. Het oudste onomstotelijke bewijs dateert van 9000 jaar geleden uit China, bestaand uit een gefermenteerd mengsel van rijst, honing, druiven en meidoorn. Tel daar bij op dat sommige dieren bewust overrijp fruit eten om dronken te worden en je mag aannemen dat alcohol goed mogelijk was.

Gebruikten ze geestverruimende middelen?

Hoogstwaarschijnlijk wel. Het bewijs neemt toe en hetzelfde bewijs duidt ook op religieuze of rituele redenen, eerder dan puur voor recreatie, want ze zijn voornamelijk gevonden in graven en op ceremoniële plaatsen. Papaver (opium) is gevonden in Spanje, maar die dateren uit het Neolithicum en zijn dus van na de IJstijd. Maar door heel Europa zijn resten van ephedra, moederkoren (een soort paddenstoel/schimmel) en nachtschade gevonden. Tot nu toe zijn er geen hallucinerende paddenstoelen gevonden, maar hun rituele gebruik lijkt afgebeeld te zijn in ‘abstracte vormen’ die in de Alpen zijn gevonden. We durven wel aan te nemen dat ze drugs gebruikten, maar direct bewijs ontbreekt vooralsnog.

Natuurlijk is het ook mogelijk dat men ze gebruikte als medicijn. In een Neanderthal-graf uit 60.000 v.C. in Shanidar (Irak) zijn een aantal planten gevonden die bekend staan om hun medicinale kwaliteiten. Maar genezing en religie / sjamanisme zijn vaak hetzelfde bij natuurvolkeren, dus is het niet vreemd te vermoeden dat dit bij de oermens niet anders geweest is.

Veel van deze resten vinden we in rijke graven of op ceremoniële plaatsen, wat erop zou kunnen duiden dat ze voorbehouden waren aan bepaalde mensen, maar aangezien andere planten, zoals cannabis en paddenstoelen, gemakkelijk te vinden zijn, mogen we ook niet uitsluiten dat iedereen er toegang toe had. Maar voor hetzelfde geld gold er een taboe op het gebruik door niet-sjamanen.

Kenden ze al tatoeages?

Zowel kunst als archeologische vondst van mogelijke tatoeagegereedschappen suggereren dat er tijdens de laatste IJstijd al getatoeëerd werd. Maar directe bewijzen stammen pas uit de 4e eeuw v.C. De oudste vondst van getatoeëerde huid is Ötzi (c. 3200 v.C.). Hierbij moet worden opgemerkt dat huid natuurlijk zelden bewaard blijft en dat veel bewijzen verdwenen zullen zijn. Tatoeëren was een wijdverbreid gebruik over de hele wereld, van Alaska tot Siberië, in China, Egypte, Noord- en Zuid-Amerika, Polynesië, de Filippijnen en de Pazyryk-cultuur van Rusland. Verder zijn er afbeeldingen uit die tijd die het doen vermoeden. Het Löwenmensch beeldje (40.000 jaar oud) heeft een rij parallelle lijnen op de linkerschouder. De ongeveer even oude Venus van Hohle Fels heeft lijnen over de lengte van beide armen en over lijf en borst. Maar waren dit eenvoudige versieringen van een beeldje of realistische afbeeldingen van tatoeages?

Kenden ze oorlog of geweld?

Waarschijnlijk wel, zeker als er een tekort aan voedsel was. Geweld tussen volkeren is één van de theorieën voor het uitsterven van de Neanderthaler. Verder is er bewijs voor kannibalisme, maar het is onmogelijk vast te stellen of dit voortkwam uit honger, oorlog of dat het iets religieus was. Oorlog lijkt dus logisch, vooral tijdens hongersnoden, maar valt niet te bewijzen. Het is goed mogelijk dat het te kostbaar was in mensenlevens in een tijd dat Europa nog niet dichtbevolkt was. De meeste wetenschappers nemen dan ook aan dat echte oorlog vermoedelijk pas in 8500 v.C. bij het opkomen van landbouw en een sedentaire levenswijze ontstond. Wel zijn er echter afbeeldingen van mensen met pijlen uit het Aurignacien-Périgordien (30.000 v.C.) en Magdalénien (15.000 v.C.). Maar in plaats van een regelrechte oorlog kan het hier ook een straf of offer betreffen, moord of een ordinaire ruzie. Verder zijn er ook geen botten teruggevonden met oorlogswonden, maar met de schaarse vondsten die we hebben, hoeft dat natuurlijk ook niet alles te zeggen. Het oudste bewijs vinden we rond 12.000 v.C. in Soedan, waar een ecologische crisis waarschijnlijk aan het geweld ten grondslag lag. Verder is het door Iberische grotkunst tamelijk bewijsbaar voor 8000 v.C. Een speer waarmee je een mammoet kunt doden, is zeker voldoende om ook een mens mee uit te schakelen. En laten we niet vergeten dat ‘oorlog’ ook voorkomt bij chimpansees…

Begroeven ze hun doden?

Ja, er is genoeg bewijs gevonden voor regelmatige en uitgebreide begrafenissen, met aanwijzingen voor rituelen of een geloof in een hiernamaals of leven na de dood. Het meest opvallende voorbeeld is de 28.000 jaar oude vondst in Sungir (Rusland), weer twee jonge mensen en een 60 jaar oude man begraven waren met een verbluffende rijkdom aan goederen. Elk was gekleed in kleding waarom meer dan 3000 ivoren kralen waren genaaid. Uit een experiment bleek dat elke kraal een uur kostte om te maken. Ze droegen gegraveerde hangers, armbanden en schelpenkettingen. De jongelingen (rond de 10 en 12 jaar oud) waren hoofd aan hoofd begraven en werden geflankeerd door twee mammoetslagtanden. Deze slagtanden waren bewust recht gemaakt tot speren, wat alleen lukt als je ze kookt. Dat roept weer vragen op, want een eenvoudig vuurkuiltje voldoet hier niet. Verder zijn er vele benen gereedschappen en objecten met graveringen gevonden, waaronder wielachtige vormen en een klein ivoren, versierd paard. Verder is er oker gevonden. De Red Lady of Paviland is een mannelijk (!) skelet, gevonden in Wales, dat 33.000 jaar oud is. De botten zijn met rode oker gekleurd. De vondst van een mammoetschedel en versieringen suggereren sjamanisme. Verder zijn er een dijbeenbot van een volwassene gevonden in het graf bij de twee jongelingen en een andere geïsoleerd nabij de graven, met aanwijzingen dat het lichaam gewoon open en bloot op de aarde achtergelaten is. Een schedeldak is met voorwerpen gevonden net boven het graf van de volwassene, dat daar achtergelaten lijkt te zijn in een begrafenisritueel. Al met al concluderen wetenschappers dat er drie verschillende soorten van begraven in Sungir plaatsvonden.

Een kind in Dolní Vĕstonice had een ketting met 27 vossentanden. Waar het hoofd lag, was rode oker gestrooid en het graf was bedekt met twee schouderbladen van de mammoet. Grafgiften zijn alleen zinvol als de dode er daarna nog wat aan heeft, dus geloofde men blijkbaar in een leven na de dood. Daarnaast kunnen grafgiften alleen meegegeven worden als men ze kan missen; bij tekorten is dit niet mogelijk. Men had dus overproductie. Ze hadden dus niet alleen grondstoffen over, maar ook tijd. Bij Předmostí zijn twintig graven gevonden die stammen uit 24.000 tot 27.000 jaar geleden.. Veel van de botten zijn zwaar verkoold, wat aangeeft dat ze mogelijk gekookt zijn. Er zijn resten van voornamelijk mammoet gevonden, maar ook van vos, rendier, paard, wolf, beer, veelvraat en haas. Er zijn ook resten van drie honden gevonden, van wie één een mammoetbot in de mond had.

De grote verschillen in manieren van begraven duiden op verschillende culturen of religies. Op sommige plaatsen werden de lichamen in foetushouding begraven, in andere recht. Sommige graven werden afgedekt met stenen platen, andere niet. Grafgoederen verschillen van plaats tot plaats.

Kenden ze klasseverschillen?

Niet alle graven waren even rijk; Sungir is een uitzondering. Dit zou kunnen duiden op klasseverschillen binnen de bevolking. En omdat in het graf van Sungir ook twee jongelingen met rijke giften gevonden zijn, die deze nog niet op eigen kracht verkregen of verdiend kunnen hebben, doet dit vermoeden dat sociale status erfelijk was. Natuurlijk is dit maar één graf, maar het zegt desalniettemin iets.

Hadden ze slaven en hielden ze mensenoffers?

We weten het niet. Slavernij op zich laat geen sporen na. Dus hoewel het niet echt aannemelijk is, valt het ook niet uit te sluiten. Bij moderne jager-verzamelaars is het zeldzaam. Maar niet onmogelijk. Veel Noord-Amerikaanse stammen voor de komst van de Europeanen hielden slaven. Slavernij op grote school, echter, vereist economische overschotten en een hoge bevolkingsdichtheid, die er tijdens de IJstijd niet waren. Daardoor mag je grootschalige slavernij pas rond 11.000 jaar geleden in het Neolithicum verwachten. Maar het hoeft niet massaal geweest te zijn. Wat vóór het bestaan van (een vorm van) slavernij spreekt, is het feit dat het al sinds Sumerische tijden wijdverbreid was over de hele wereld, van Egypte tot China, van Rome tot Babylon, van Arabië tot het Aztekenrijk, van Hawaii tot Alaska. In veel gevallen was dit een mengeling van schuld-slavernij, straf voor misdaden, krijgsgevangenschap en het verlaten van kinderen. Het is dus niet onmogelijk, hoewel onwaarschijnlijk, dat een stam kleinschalige slavernij kende als vorm van krijgsgevangenschap.

Hetzelfde geldt voor mensenoffers. Ook dat was een wijdverbreid gebruik over de wereld, maar is pas vanaf het Neolithicum aantoonbaar. Waarschijnlijk was ook hier de bevolkingsdichtheid niet hoog genoeg. Aan de andere kant waren de leefomstandigheden zwaar en onzeker genoeg om een zekere vorm van invloed op het bovennatuurlijke af te dwingen. Mensen die wel geloven in mensenoffers, wijzen op het feit dat de rijkste graven uit die tijd meestal de graven zijn van oudere kinderen of gehandicapten, bij wie je juist niet van die dure grafgiften zou verwachten en die vaak ook nog in een bijzondere houding begraven waren (hoofd tegen hoofd, bijvoorbeeld), wat zou kunnen duiden op een rituele dood. Maar sporen van een gewelddadige dood zijn tot op heden niet aantoonbaar op de overblijfselen. Net als bij slavernij is het dus niet onmogelijk, maar wel onwaarschijnlijk.

Dreven ze handel?

Ja, daar is genoeg bewijs voor. Als er op een plek grondstoffen in archeologische opgravingen worden aangetroffen die in de streek niet van nature voorkomen, zijn er maar twee mogelijkheden: ofwel reisde men zelf ver om het te halen ofwel werd er handel gedreven, mogelijk op grote zomerbijeenkomsten, maar wellicht zelfs door handelaren, hoewel dat omstreden is, aangezien een eenling weinig kans op overleven had. Deze ruilhandel vond al 120.000 jaar geleden plaats. Handelsgoederen waren onder andere oker, vuursteen, hoornsteen en kwarts. De Dordogne was het commerciële hart van Paleolithisch Europa en daar is iets gevonden wat een grootschalige ‘fabriek’ voor kralen geweest schijnt te zijn, waarbij mammoetivoor uit Tsjechië en zeepsteen van nog verder oostwaarts gebruikt is en gedateerd kan worden op 35.000 v.C. hier zijn tienduizenden kralen gemaakt en zelfs in kleding geweven, met verschillende gebieden die elk een specialisatie van het proces vertonen. Vergelijkbare kralen zijn zelfs in Rusland gevonden en het is mogelijk dat ze verhandeld werden. Het is ook niet ondenkbaar dat ze schelpen verhandelden, zoals later met kaurieschelpen en stekeloester gebeurde.

Gingen vrouwen jagen?

We zullen het nooit weten. Een speer als grafgift bij een vrouw wil niet automatisch zeggen dat ze een jager was en omgekeerd. Natuurlijk zijn vrouwen de enigen die kinderen kregen, maar betekende dit dat zij kookten, voor de kinderen zorgen, kleren maakten en bessen plukten, terwijl de mannen joegen, verdedigden en gereedschap maakten? Misschien, maar misschien ook niet. Mogelijk was er die luxe niet in zulke kleine gemeenschappen. Als een kleine groep afhankelijk was van misschien vijf volwassen mannen om te jagen, zouden ze snel gedoemd zijn. Dus heb ik aangenomen dat jonge, kinderloze vrouwen ook joegen, dat ze ook sjamaan konden worden, en gereedschap mochten maken als ze er goed in waren. En net zo goed zouden mannen koken, kleren maken, leer bewerken en een kind op schoot nemen.

Hakten ze werkelijk hun vingers af?

Het lijkt er wel op, hoewel het tegen alle logica ingaat van een volk dat zijn handen zo hard nodig had om te overleven. Handstencils oftewel afbeeldingen van handen in grotkunst in negatief (dus de verf rondom de hand) zijn op heel veel plaatsen gevonden en vaak in grote getalen. Waarom ze hun handen afbeeldden, is nog steeds niet duidelijk. Dat er dieren werden afgebeeld en fallische objecten is duidelijk, maar waar de handen toe dienden, weten we niet. Maar wat opvalt, is dat veel van die stencils één of meerdere vingerkootjes missen. In de Grot van Gargas, bijvoorbeeld, zijn 231 stencils, waarvan er 114 vingerkootjes missen. In de Cosquer Grot staan 49 handen, waarvan er 28 gemutileerd zijn. De meeste handafdrukken hebben we in Spanje gevonden, veel minder in Frankrijk.

Waarom de vinger(kootje)s ontbreken, is een mysterie. Er zijn een paar verklaringen te bedenken: ze ontbreken niet, maar de vingers zijn dubbelgebogen; de vingers zijn verloren gegaan door bevriezing; het is een soort gebarentaal; het is een culturele of religieuze uiting. In de Grot van Gargas zijn de stencils gemaakt door de handen plat op de grotmuur te leggen, dus waren de vingers niet dubbelgevouwen. Daarmee vervalt ook meteen het argument voor gebarentaal. En als de mensen leden aan bevriezingsverschijnselen, waarom zien we dan de vingerloze stencils niet ook buiten dit vrij beperkte gebied? Meer logisch lijkt het de verklaring te zoeken in cultuur. In de wereld zijn maar liefst 121 groepen aan te tonen die dit gebruik kenden. Enkele Papoea-volkeren doen het bijvoorbeeld nog steeds. De redenen ervoor waren het inroepen van goddelijke hulp, een uiting van groot verdriet (over het verlies van een dierbare), een poging tot genezing, het uitdrukken van groepsidentiteit of huwelijkse status. Het lijkt bizar, maar het gebeurde dus op relatief grote schaal. Soms slikten vrouwen delen van hun eigen vingers in om zwanger te worden of slikten de vingertoppen van hun baby in voor goed geluk (voor de baby). Khoikhoi-vrouwen (Zuid-Afrika) verwijderden een vinger als ze trouwen. Werden ze weduwe en wilden ze hertrouwen, dan sneden ze nog een vinger of om de geest van hun eerste man vrij te laten.

Huwelijk als reden lijkt niet de beste verklaring, want de stencils zijn gemaakt door mannen, vrouwen én kinderen. Het meest waarschijnlijk is rouw en offer, ook omdat dit ook de meest voorkomende reden was bij andere culturen. Velen geloven dat aangezien grotschilderingen te maken hebben met religieuze rituelen, we dus vooral aan offers moeten denken. Ze beargumenteren dat dit vinger afsnijden zelfs groepen meer coöperatief gemaakt kunnen hebben, omdat ze door een gedeeld trauma meer bonding voelen, tegenover een vijandige houding naar buitenstaanders.

Konden ze oud worden?

Ja. Gemiddelde levensverwachting wordt vaak vertaald als maximum levensverwachting. Maar dat gemiddelde wordt gedrukt door hoge babysterfte. Natuurlijk, ze hadden niet dezelfde medische zorg als nu, er waren jachtongelukken, het leven was een slijtageslag, er was honger, maar ze leden ook niet onder modern ziekten als te veel zout en suiker of pesticiden in het eten. Onderzoekers hebben geprobeerd de leeftijd bij sterven te bepalen aan de botten, maar de uitkomst wordt ‘vervuild’ doordat de omstandigheden anders waren. De oermens kreeg meer vitamine D binnen en voedsel zonder chemicaliën. Daarnaast is er te weinig aan botten. Daarom wordt vaak gekeken naar moderne jager-verzamelaars. Eén studie gaf aan dat 30-40% van deze kinderen sterft voor de leeftijd van 15, de meesten kinderen zelfs onder de 5. Een andere studie kwam zelfs tot 43%. Gurven en Kaplan zijn tot een gebruikelijke overlijdensleeftijd voor wie de 15 haalde van 72 gekomen.

Er zijn twee goede redenen waarom het ook niet kan kloppen dat men niet ouder dan 35-40 werd. Allereerst: de bevolking nam toe. Stel dat, zoals in dit soort maatschappijen gebruikelijk is, een vrouw een kind twee jaar borstvoeding gaf, dan zou er gemiddeld drie jaar tussen elk kind zitten. Studies tonen aan dat vrouwen bij dit soort volkeren pas ongesteld worden als ze 16 zijn (vanwege ander voedsel) en hun eerste kind rond de 19 krijgen. Als ze dan allemaal jong zouden sterven, zeg rond 25, dan kon ze maar 3-4 kinderen krijgen. Daarvan sterft 30-40% als kind. Haar laatste kind kan ze dan niet meer de volle borstvoeding geven, waardoor dat een lagere kans op overleven heeft en waarschijnlijk ook sterft. Met slechts 1-2 kinderen per vrouw (onvruchtbare vrouwen niet meegeteld of vrouwen die veel miskramen krijgen) die oud genoeg worden om zelf kinderen te krijgen, zou de mensheid snel uitsterven. Vergeet ook niet dat bij honger een vrouw tijdelijk niet vruchtbaar is.

De tweede reden is het bestaan van menopauze. Niets evolueert zonder reden. Dieren hebben geen menopauze. Mensen hebben geen horens. Waarom? In beide gevallen: omdat ze het niet nodig hebben. Menopauze moet dus een evolutionair voordeel opleveren. De ‘grootmoederhypothese’ stelt voor dat oudere vrouwen, die eerder in het kraambed sterven en hogere kans hebben op het krijgen van kinderen met afwijkingen, meer van nut zijn door tijd te steken in de (klein)kinderen die er al zijn. Menopauze beschermt hen tegen zwangerschap, zodat ze hun nageslacht kunnen blijven steunen en een grotere kans op overleven geven. Menopauze zou zinloos zijn als vrouwen de 40 niet haalden. Dus, ja, genoeg zullen 60-70 jaar geworden zijn. En ook nu hebben we mensen die ruim 100 worden, dus uitzonderingen zijn er altijd.

Hoe lang waren de mensen toen?

Er zijn niet voldoende complete skeletten gevonden om een sluitend antwoord te geven en er kunnen verschillen zijn van periode tot periode en van streek tot streek, al naar gelang het voedselaanbod, maar algemeen wordt de lengte van de mens tijdens het Magdalénien geschat op 1,66 tot 1,71 voor de man, waarbij vrouwen waarschijnlijk wat kleiner waren. Dat is, zeker vergeleken met de Neanderthalmens en de mensen die na hen kwamen, behoorlijk lang. Mogelijk konden ze zelfs nog langer worden, want de mensen uit het Gravettien, de periode die aan het Magdalénien (en Solutrien) voorafging (en volgde op het Aurignacien), waren zelfs 1,77 tot 1,88 meter!

Wat weten we over hun cultuur en godsdienst?

Weinig tot niets. We hebben gereedschappen teruggevonden, sieraden (voornamelijk in de vorm van ivoren kralen) en kunst (grotschilderingen, beeldjes en ivoorsnijwerk). De doden werden met eerbied begraven en soms met grafgiften. Ouden van dagen en gehandicapten werden geholpen en niet aan hun lot overgelaten. En daar houdt het op. Het is aannemelijk dat oker een belangrijke rol speelde bij godsdienstige rituelen, want dat hebben we in graven teruggevonden. Ook lijkt het niet waarschijnlijk dat de grotschilderingen puur en alleen esthetisch waren. Er zijn aanwijzingen voor de verering van de beer bij de Neanderthaler en bij volkeren uit een meer recent verleden in Scandinavië, Siberië en Noord-Japan. Er zijn gestileerde beeldjes van vrouwen gevonden met zulke voluptueuze vormen, dat men denkt dat ze symbool staan voor de vrouw, Moeder Aarde of iets dergelijks. Dat er verschillende culturen waren, mogen we gevoeglijk aannemen. We zien het bij de manier van begraven, maar ook verschillen de tradities van het maken van stenen werktuigen ernstig van plaats tot plaats. Verder suggereren meerdere graven dat mensen met lichamelijke afwijkingen een bijzondere positie bekleedden en niet noodzakelijkerwijs laaggeplaatst. Of de volkeren toen hun afstamming via vrouwelijke lijn rekenden, weten we niet, maar als ze al zoiets als verwantschappen bijhielden, dan is het zeer aannemelijk. De moeder is immers altijd bekend, de vader is een onzekere factor. Veel natuurvolkeren en oude beschavingen zijn of waren matriarchaal.

De culturen (ook wel industrieën genoemd) in het (Laat-)Paleolithicum (Oude Steentijd) worden opgedeeld in vier perioden. Er bestaan nog wat alternatieve en verouderde termen, waarover vaak geen overeenstemming is, maar we houden ons hier aan de meest voorkomende termen die voor Midden- en Zuid-Frankrijk en Noord-Spanje gelden. Voor deze vier perioden hadden we het Moustérien, die duurde van 300.000 tot 30.000 jaar geleden en de cultuur van de Neanderthalers was. Op het einde daarmee overlappend was het Aurignacien, dat grofweg duurde van 38.000 tot 27.000 jaar geleden. Homo sapiens sapiens, oftewel de eerste moderne mens (vroeger ook wel Cro-Magnon genoemd) kwam naar Europa en leefde ‘korte’ tijd samen met de Neanderthalers. Deze cultuur kenmerkte zich door de eerste grotschilderkunst, het maken van stenen werktuigen van voorbewerkte kernstenen en de eerste echte sieraden. Met recht dus de eerste moderne mens. Het werd opgevolgd door het Gravettien (28.000-22.00 jaar geleden) dat zich onder andere kenmerkt door andere werktuigen en geboetseerde beeldjes. Daarna kwam het Solutréen (22.000-16.500 jaar geleden), dat zich kenmerkte door flinterdunne werktuigen en de eerste naald met oog en vishaak. Deze cultuur is vrij plotseling spoorloos verdwenen, wat opmerkelijk is, aangezien die in enige mate geavanceerder was dan de periode erna. Die periode wordt het Magdalénien genoemd (18.000-10.000 jaar geleden) en is de periode waarin het verhaal zich afspeelt. Het kenmerkt zich door het verschijnen van de microliet (zeer kleine stenen slingen en punten), de uitvinding van de harpoen en zeer rijke kunst. Overigens moeten we deze termen niet verwarren met de benamingen van perioden die gelijktijdig liepen, maar op het klimaat slaan.

En ten slotte: hoe zit het met de flora en fauna?

Het gebied dat nu de Dordogne is, lag toen op de grens van de permafrost en was een overgangsgebied van toendra naar steppe. Die laatste term is verwarrend. Bij steppe bedoelen we tegenwoordig graslanden met een relatief droog en gematigd klimaat, terwijl de ijstijdsteppe veel kouder was. Vaak wordt daarom voor dit biotoop de naam poolsteppe, steppetoendra of mammoetsteppe gebruikt. Hier groeiden voornamelijk grassen en cypergrassen. Andere gewassen van dit landschap zijn bijvoorbeeld alsem, het zonneroosje en de jakobsladder. Anders dan in de huidige boomloze toendra waren er plukjes woud van den, spar, berk, wilg en els. Dat er meer groei mogelijk was, kwam omdat deze toendra zuidelijker lag dan tegenwoordig, met langere dagen en meer intense zonneschijn. Bij bos moet je je geen uitgerekte loofwouden voorstellen, maar eerder meer open woud. Voor meer dichte wouden moest je toen naar Zuid-Spanje of Zuidoost-Europa. Toch is dit beeld, van een bijna boomloos landschap, tegenwoordig aan twijfel onderhevig. Er zijn aanwijzingen dat het gebied wel eens veel beboster geweest heeft kunnen zijn, maar dat grootschalige branden, bewust of onbewust door de mens veroorzaakt, de schuldige van de ontbossing rond 20.000 jaar geleden zouden kunnen zijn.

Veel van de dieren die nu voorkomen in het hoge noorden, bevolkten toen ook Midden-Europa. Maar er zijn enige dieren die hier niet langer leven of uitgestorven zijn. Bij de (grotere) zoogdieren die ook nu nog in het koudere noorden van Europa voorkomen, kun je denken aan het rendier, de wolf, de poolvos en veelvraat, hermelijn, marter en lynx, lemming en sneeuwhaas. Nog verder naar het noorden vinden we ijsbeer en muskusos. In de bergen leefden en leven gemzen en steenbokken. De marmot is teruggedreven na het verdwijnen van het ijs tot de berggebieden en de saiga-antilope en grondeekhoorn (in het boek eekhoorn genoemd) komen nu alleen nog voor in Azië. Een aantal (grote) zoogdieren hebben het einde van de IJstijd niet (of niet lang) overleefd. Of dit uitsluitend kwam door klimaatverandering of dat overbejaging door de mens er (ook) iets mee te maken had, is nog steeds een punt van discussie.

Het meest iconische dier van de IJstijd is zonder twijfel de wolharige mammoet (Mammuthus primigenius). Zij stierven 10.000 jaar geleden uit, hoewel een kleine populatie op het eiland Wrangel in de Noordelijke IJszee het tot 1700 v.C. uithield. De wolharige neushoorn (Coelodonta antiquitatis) hield het ongeveer duizend jaar langer uit. De meeste archeologen denken dat er in prehistorische tijden drie typen paarden in Europa geleefd hebben, zoals de Europese ezel (Equus hydruntinus), uitgestorven in de 15e eeuw, en het wilde paard (Equus ferus), dat in 1880 is uitgestorven. De paarden hebben de IJstijd dus goed overleefd. Het oeros (Bos primigenius) heeft het volgehouden tot de 17e eeuw, maar was in Nederland al in de 7e eeuw verdwenen. De steppewisten (Bison priscus) stierf ook uit aan het einde van IJstijd. Verder leefden er behalve deze twee runderen ook twee grote hertensoorten, het reuzenhert (Megaloceros giganteus) en de reuzeneland (Cervalces latifrons), beide met indrukwekkende geweien. Het reuzenhert heeft het in ieder geval in Siberië overleefd tot 7700 jaar geleden, terwijl de reuzeneland 10.000 jaar geleden uitgestorven moet zijn.

Van de roofdieren moeten we noemen de holenleeuw (Panthera spelaea), 13.000 jaar geleden uitgestorven, de grottenhyena (Crocuta spelaea), ergens tussen 20.000 en 10.000 jaar geleden uitgestorven, en de al eerder genoemde holenbeer (Ursus spelaeus), die dus al 24.000 jaar geleden uitstierf. De wilde kat leefde toen meer zuidelijk in iets warmere, meer beboste streken. De sabeltandkat (Homotherium latidens) en de ijstijdluipaard (Panthera spelaea) zijn ergens tussen 32.000 en 26.000 jaar geleden uitgestorven. Hoewel er lang is aangenomen dat de gewone bruine beer (Ursus arctos) door het ijs naar Zuid-Europa was verdreven, geeft nieuw DNA-onderzoek houvast voor de theorie dat dit wellicht niet helemaal klopt. Ditzelfde zou volgens vergelijkbare recente studies ook kunnen opgaan voor de rode vos (Vulpes vulpes) en het edelhert (Cervus elaphus).

Ice age

 

Due to circumstances I don’t have much time to write a whole new blog this month. And so I’m taking something out of the mothballs. A long time ago I wrote a story that takes place in the last Ice Age (Birch Girl). I did a lot of research for that and later, when I had it printed in a limited edition, again. In the meantime I had gotten access to the internet and new finds had been made or old finds had been reinterpreted. Because this book is not in the library and I think that some people are interested in what my research has yielded, today I am posting the historical facts as they appear in the back of the novel on my blog in the form of a question and answer.

Did the Ice Age end abruptly or gradually?

An abrupt end seems illogical, as one would expect a transition period of hundreds, if not thousands, of years. But that’s not the case. The end of the Ice Age was relatively sudden. The cold Dryas stage (12,700-11,560 years ago) began within a decade! It ended just as abruptly. In Greenland, for example, the end came within 40-50 years in three steps of up to five years. Other data indicate that elsewhere it even became seven degrees warmer in a few years (9610 BC). Throughout history, we have seen these kinds of fluctuations, each time with disastrous consequences.

How many people were there at that time and how big was a tribe?

The Dordogne was fairly densely populated. 30,000 years ago, an estimated 330,000 people lived there. That was reduced to 130,000 people 23,000 years ago. And by 13,000 years ago, it had risen again to 410,000 people. So that indicates that the living conditions were favorable.

A group or tribe (or ‘cave’ if you will) consisted, again in estimation, of twenty-five to a hundred individuals. They were not, of course, sedentary. They were nomadic hunter-gatherers, who may have sheltered in caves in the winter and moved around in the summer, either in tents, of which there are finds, or from cave to cave.

Of course, it is unknown whether they had summer or tribal meetings, but it is likely. There is incontrovertible evidence for (distant) trade and perhaps several groups will have come together for a large hunt for mammoths, for example. Other nomadic peoples, such as the North American Indians, also come together in huge groups in the summer, only to break up into smaller units in the winter.

When did the language schism originate?

Related languages belong to a language family. Several language families belong to larger groups. For example, Dutch belongs to the Germanic languages and the Germanic languages are part of the enormous Indo-European language group. But was this still one language and when did the schism begin, the change that gave rise to the different languages? In other words: did all the inhabitants of Europe 13,000 years ago speak one and the same language, possibly with some dialects, or were there already different languages, as in the book? They probably spoke one and the same language. The earliest possible end of the Proto-Indo-European linguistic unit is estimated at 3400 B.C.

Did blonde or red hair already exist?

That, too, is a difficult question to answer. A lot of DNA research has been done lately, which so far has concluded that modern humans from the Ice Age had rather dark skin, brown or black hair and brown or blue eyes. Blond and red hair are probably from more recent times and may have originated around the Baltic region. It has also been suggested that it may have been a Neanderthal inheritance. The oldest person with blond hair found so far is a body from Afontova Gora (Siberia) that has been dated to 14,700 years ago. In contrast, a 7,000-year-old body from Spain belongs to a person with dark skin, blue eyes, and brown hair, like the Cheddar Man.

Did they already have bows and arrows, slings, spear-throwers and throwing sticks?

We have recovered spearheads (for heavy thrusting spears and lighter javelins), harpoons and hand axes. But how old is the bow and arrow? Again, it’s unclear and we don’t know for sure. The first finds are from a few thousand years later, but maybe they knew about it earlier and we just didn’t find it. The sling is demonstrable for the Neolithic but is probably much older and discovered during the Upper Palaeolithic.

The spear-thrower certainly dates back to the Ice Age. Most European finds date back to the Magdalenian period, often beautifully decorated in the shape of an animal. The oldest spear-thrower, also called atlatl, is 17,500 years old, is made of reindeer antlers and was found in Combe Saunière in the Dordogne. But it may be much older, because the Mungo Man (42,000 years old) has arthritis in his right elbow, a condition that is now called an atlatl elbow.

Although the boomerang is culturally associated with Australia, they have also been found elsewhere. Better is the word throwing stick, because a boomerang returns to the hand of the thrower, whereas the traditional throwing stick or club does not. In the Obłazowa Cave in the Carpathian Mountains, a throwing stick made of a mammoth tusk has been found that is 30,000 years old.

Did they have boats or canoes?

Yes, most likely. The oldest found dugout canoe dates back to 8000 B.C. But before that, people had already crossed the sea. A petroglyph from Azerbaijan near the Caspian Sea from 10,000 B.C. shows a long boat. Suitable tools for making dugout canoes appear around 10,000 B.C. There is some evidence that skin boats (kayaks, coracles) existed as early as 9500 B.C., but this is uncertain. This evidence consists of reindeer bones with spear wounds in the neck as if they had been hit from a boat while swimming, just as the Inuit still hunt today. Were there perhaps canoes made of birch bark, as some North Indian tribes made, or of reeds, as have been used for centuries in Iraq and Peru? It’s possible, but we won’t know for sure. In any case, there were birches and Arctagrostis latifolia (‘polar grass’) is long enough (up to 1.5 meters) to use it as such.

Did they have tame dogs?

Yes. The genetic separation between dogs and wolves occurred sometime between 40,000 and 20,000 years ago. Domestication began 15,000 years ago. The first find that is indisputably known to be a dog is the animal that is buried next to people in Bonn-Oberkassel and is 14,200 years old. There are disputed finds that are 36,000 years old.

Did they have mines?

The oldest mine is 43,000 years old, but it is located in Swaziland. It was an ochre mine, so ochre was mined before flint! Most mines in Europe are Neolithic. In Austria, a salt mine has been found near Hallstatt that has been in use for 7000 years. Nevertheless, ochre and flint mining is defensible for the Late Paleolithic, although it would have been surface mining and not underground mining.

Did they have weapons made of horse and donkey jaws?

No. They haven’t been found, at least. Or maybe we didn’t interpret them as weapons. Of course, that’s always possible. But they are known from the Neolithic. They are also mentioned in the Bible. Aztecs and some North American tribes used them, so why not? Just because something wasn’t found doesn’t mean it wasn’t there. But there is no proof.

Did they make drinking bowls out of skulls?

That is very possible and plausible. The use of the human skull cap as a drinking cup or bowl has been widespread around the world and throughout history. Nine skull caps, found in the Placard Cave in Charente, date from the Magdalenian period, which have been interpreted as such. Not only do they show clear traces of scraping flesh and tissue clean and of deliberately breaking them into the desired shape, but the edges have also been worked to make them smoother.

Did they have tents, stilt huts, and mammoth bone houses?

To start with the latter, yes. They have been found in Molodova and Mezhirich (Ukraine), Předmostí and Dolní Vĕstonice (Czech Republic) and Kostenki (Russia), among others. Some had as many as 15 hearths and were therefore large enough for an entire tribe. They are dated to be 15,000 to 14,000 years old, although the one in Molodova is 30,000 years old and was inhabited by Neanderthals. Mammoth bones were also used for palisades. In Dolni Vestonice, new techniques have been used to demonstrate huts with walls of limestone blocks, possibly topped with mammoth shoulder blades and pelvises. One hut was oval and measured 15 by 9 meters (50’x30′) and had five fireplaces. Pole holes were found at the second hut. Near Terra Amata (France) the remains of a hut made of wood were found on a foundation of a ring of stones with a flat threshold stone and post holes in the middle. The walls were made of branches, possibly covered with straw. This find is 50,000 years old. They also knew tents. However, stilt huts have only been found from the Neolithic era onwards.

Did they make music?

Yes, because instruments have been found. The oldest (bone) flute is 41,000 years old. An 18,000-year-old bullroarer has been found in Ukraine. Scrapers also date back to the Paleolithic. It is very likely that they also had rattles, although they have not been recovered or interpreted as such. The same goes for drums, which probably also existed, but because wood and skin decay, they have not been found. Mammoth skulls have been found, but it is impossible to prove whether they (also) served as instruments. But it would be quite possible. For example, the painted mammoth skull found in Mezhirich is often interpreted as a drum. However, stringed instruments were not yet available.

Did nets and baskets, fabrics and pottery already exist?

The oldest net, made of willow, dates back to 8300 B.C. and recently fishing net weights have been discovered from Korea that are no less than 29,000 years old! So we can assume that the people of the Magdalenian also had fishing nets. By the way, they also knew fishing hooks. The oldest fishhook, made of shell, is about 22,500 years old and was found in Japan. For example, ivory fishhooks have been found in Wustermark (19,000 years old). They also had harpoons (with which they also hunted seals, as evidenced by a drawing in the Cosquer cave) and possibly built fish dams.

Techniques to make mats and possibly baskets have been demonstrated before 8000 years ago in the Middle East. There are no indications that primitive man from the Ice Age could also make mats, let alone baskets. But if one could make nets from twisted willow bark, and ropes, then the step to weaving mats is not so big, especially since weaving was probably already known.

Weaving? Yes. There are indications that simple (vegetable) fabric could be made as early as 27,000 years ago. A textile print has been found in Dolní Vĕstonice. This find would prove that the weavers of the Upper Paleolithic could make all kinds of cord, woven baskets, and even woven fabric. Both impressions in clay and burnt fabric remains have been found.

Real pottery certainly did not yet exist and the potter’s wheel had yet to be invented, but from the Granettian we have found ceramic figures that can be dated to 29,000 to 25,000 BC, including the famous Venus of Dolní Vĕstonice. Shards from China and Japan are 18,000 to 12,000 years old. The oldest pottery in the world is 20,000 years old and was found in the Xianrendong cave in China.

Did they have a speaking staff?

If there were any speaking rods, which is quite possible, they were made of wood and have therefore not been recovered, or they have not been recognized as such. Archaeological excavations often uncover enough objects that scientists don’t know what they were for. My idea of a speaking staff comes from the so-called antler staff, which in French is also called bâton percé (pierced staff) or bâton de commandement (command staff) and is often referred to as spear straightener in English. It is a common artifact of antler and sometimes ivory, almost all of which come from the Magdalenian in southern France. The antlers were sawn off on both sides at the fork of a tine (branch) and pierced at the split. Sometimes a second hole was drilled. Then it was smoothed and carved with geometric lines or animal or human figures. In addition, a large part is decorated with masculine motifs and often have the shape of a phallus themselves.

It is still unclear what they were used for. At first, they were thought to be purely ceremonial, but now they are believed to have served a practical purpose. They may have been used to straighten heated curved objects into a spear shaft by means of a lifting boom. It has also been suggested that they were used for making belts elastic with oil, as clothing pins or tent pegs. There is also thought of it being a kind of spear-thrower. A controversial explanation is that they were gags for unruly animals. Such so-called twitches are still used today. The size and shape correspond to modern specimens and sometimes the holes are broken in places where one would expect this in such use. Furthermore, the antler rods are often decorated with horse and reindeer heads and some of these engravings show ornaments near the beak that can be interpreted as a gag. If this is so, it would mean they kept cattle.

Did they have sleds and travois?

It is very possible and also logical, but there is no evidence whatsoever for it. Sleds have been used by arctic peoples for centuries, but no one knows exactly for how long. Travois are of course also possible. It consists of not much more than two sticks (or long bones) with ropes or a skin between them, on which you can put your luggage and pull it along. By the way, they probably didn’t have snowshoes yet. These seem to be a much later invention. More questionable is the ski. The oldest wooden skis were found in Russia and were five to six thousand years old.

Could they make alcohol yet?

Fruit and honey ferment quite easily, so they certainly could have done it. Whether they did it is a scientific debate. Many believe they could make wine. The oldest incontrovertible evidence dates back to 9000 years ago from China, consisting of a fermented mixture of rice, honey, grapes and hawthorn. Add to that the fact that some animals deliberately eat overripe fruit to get drunk and you can assume that alcohol was quite possible.

Did they use mind-altering substances?

Most likely, yes. The evidence is increasing, and the same evidence also points to religious or ritual reasons, rather than purely for recreation, as they have been found mainly in tombs and in ceremonial places. Poppy (opium) has been found in Spain, but it dates back to the Neolithic and are therefore from after the Ice Age. But throughout Europe, remnants of ephedra, ergot (a type of mushroom/fungus) and nightshade have been found. So far, no hallucinogenic mushrooms have been found, but their ritual use appears to have been depicted in ‘abstract forms’ found in the Alps. We dare to assume that they used drugs, but direct evidence is still lacking.

Of course, it is also possible that they were used as medicine. In a Neanderthal tomb from 60,000 BC in Shanidar (Iraq), a number of plants known for their medicinal qualities have been found. But healing and religion / shamanism are often the same among indigenous peoples, so it is not strange to suspect that this was no different with primitive man.

Many of these remains are found in rich tombs or in ceremonial places, which could indicate that they were reserved for certain people, but since other plants, such as cannabis and mushrooms, are easy to find, we should also not rule out the possibility that everyone had access to them. But there could just as easily have been a taboo on use by non-shamans.

Did they already know tattoos?

Both art and archaeological discovery of possible tattoo tools suggest that tattooing was already taking place during the last Ice Age. But direct evidence does not date back to the 4th century B.C. The oldest find of tattooed skin is Ötzi (c. 3200 BC). It should be noted that skin, of course, is rarely preserved and that much evidence will have been lost. Tattooing was a widespread practice around the world, from Alaska to Siberia, in China, Egypt, North and South America, Polynesia, the Philippines, and the Pazyryk culture of Russia. Furthermore, there are images from that time that suggest it. The Löwenmensch figurine (40,000 years old) has a row of parallel lines on the left shoulder. The Venus of Hohle Fels, which is about the same age, has lines along the length of both arms and over the body and chest. But were these simple decorations of a figurine or realistic depictions of tattoos?

Did they know war or violence?

Probably, especially if there was a shortage of food. Violence between peoples is one of the theories for the extinction of Neanderthal man. Furthermore, there is evidence for cannibalism, but it is impossible to determine whether this was the result of famine, war, or whether it was something religious. So war seems logical, especially during famines, but it cannot be proven. It may well be that it was too costly in human lives at a time when Europe was not yet densely populated. Most scholars therefore assume that real war probably did not arise until 8500 B.C. with the advent of agriculture and a sedentary way of life. However, there are depictions of people with arrows from the Aurignacian-Périgordian (30,000 BC) and Magdalenian (15,000 BC). But instead of an outright war, it can also be a punishment or sacrifice, murder or a common quarrel.

Furthermore, no bones have been found with war wounds, but with the scarce finds we have, that doesn’t have to be conclusive. The oldest evidence is found around 12,000 B.C. in Sudan, where an ecological crisis is likely at the root of the violence. Furthermore, it is fairly provable by Iberian cave art for 8000 B.C. A spear with which you can kill a mammoth is certainly enough to take out a human as well. And let’s not forget that ‘war’ also occurs in chimpanzees…

Did they bury their dead?

Yes, enough evidence has been found for regular and elaborate burials, with indications of rituals or a belief in an afterlife or life after death. The most striking example is the 28,000-year-old find in Sungir (Russia), where two young people and a 60-year-old man were buried with a stunning wealth of goods. Each was dressed in clothing onto which more than 3000 ivory beads had been sewn. One experiment found that each bead took an hour to make. They wore engraved pendants, bracelets, and shell necklaces. The youngsters (around 10 and 12 years old) were buried head to head and were flanked by two mammoth tusks.

These tusks were deliberately straightened into spears, which only works if you boil them. That raises questions, because a simple fire pit does not suffice here. Furthermore, many bone tools and objects with engravings have been found, including wheel-like shapes and a small ivory, decorated horse. Ochre has also been found. The Red Lady of Paviland is a male (!) skeleton, found in Wales, that is 33,000 years old. The bones are coloured with red ochre. The discovery of a mammoth skull and decorations suggest shamanism. Furthermore, an adult femur bone was found in the grave of the two juveniles and another isolated near the graves, with indications that the body was simply left open and exposed on the earth. A skull cap with artifacts has been found just above the adult’s grave, which appears to have been left there in a funeral ritual. All in all, scientists conclude that there were three different types of burial in Sungir.

A child in Dolní Vĕstonice had a necklace with 27 fox teeth. Where the head lay, red ochre was sprinkled and the grave was covered with two shoulder blades of the mammoth. Grave goods are only useful if they are of use to the deceased afterwards, so apparently people believed in life after death. In addition, grave goods can only be given if they can be missed; In case of shortages, this is not possible. So there was overproduction. So not only did they have raw materials to spare, but they also had time. Twenty graves dating from 24,000 to 27,000 years ago have been found near Předmostí. Many of the bones are badly charred, indicating that they may have been cooked. Remains of mainly mammoths have been found, but also of fox, reindeer, horse, wolf, bear, wolverine and hare. Remains of three dogs were also found, one of whom had a mammoth bone in his mouth.

The great differences in burial methods indicate different cultures or religions. In some places the bodies were buried in a fetal position, in others in a straight position. Some graves were covered with stone slabs, others were not. Grave goods vary from place to place.

Did they have class differences?

Not all graves were equally rich; Sungir is an exception. This could indicate class differences within the population. And because two young men with rich gifts have also been found in the tomb of Sungir, who could not yet have obtained or earned them on their own, this suggests that social status was hereditary. Of course, this is just one grave, but it is telling nonetheless.

Did they have slaves and sacrificed humans?

We don’t know. Slavery in itself leaves no trace. So while it’s not really plausible, it can’t be ruled out either. In modern hunter-gatherers, it is rare. But not impossible. Many North American tribes held slaves before the arrival of Europeans. Large-scale slavery, however, requires economic surpluses and a high population density, which were not there during the Ice Age. As a result, you can only expect large-scale slavery around 11,000 years ago in the Neolithic. But it doesn’t have to have been massive. What speaks in favor of the existence of (a form of) slavery is the fact that it has been widespread all over the world since Sumerian times, from Egypt to China, from Rome to Babylon, from Arabia to the Aztec Empire, from Hawaii to Alaska. In many cases, this was a mixture of guilt-slavery, punishment for crimes, war captivity, and abandonment of children. Thus, it is not impossible, though unlikely, that a tribe knew small-scale slavery as a form of captivity for prisoners of war.

The same holds true of human sacrifice. This was also a widespread use around the world, but is only demonstrable from the Neolithic period. Probably the population density was not high enough for this either. On the other hand, living conditions were harsh and uncertain enough to force some form of influence over the supernatural. People who do believe in human sacrifice point to the fact that the richest graves from that time are usually the graves of older children or disabled people, with whom you would not expect those expensive grave goods and who were often buried in a special position (head to head, for example), which could indicate a ritual death. But traces of a violent death are not demonstrable on the remains to date. As with slavery, it is not impossible, but it is unlikely.

Were they trading?

Yes, there is plenty of evidence for that. If raw materials are found in archaeological excavations in a place where they do not occur naturally, there are only two possibilities: either they travelled far to get it themselves or they traded, possibly at large summer gatherings, but perhaps even by professional traders, although that is controversial, since a lone wolf had little chance of survival. This barter took place as early as 120,000 years ago. Trade goods included ochre, flint, chert, and quartz. The Dordogne was the commercial heart of Paleolithic Europe and there we found what appears to have been a large-scale ‘factory’ for beads, using mammoth ivory from the Czech Republic and soapstone from even further east and which can be dated to 35,000 BC. Similar beads have even been found in Russia and it is possible that they were traded. It is also not inconceivable that they traded shells, as was later the case with cowrie shells and spiny oysters.

Did women go hunting?

We’ll never know. A spear as a grave gift for a woman does not automatically mean that she was a hunter and vice versa. Of course, women are the only ones who had children, but did this mean that they cooked, took care of the children, made clothes, and picked berries, while the men hunted, defended, and made tools? Maybe, but maybe not. Possibly, they could not afford to exclude women to the hut in such small communities. If a small group depended on maybe five adult males to hunt, they would soon be doomed. So I assumed that young, childless women also hunted, that they could also become shamans, and could make tools if they were good at it. And just as well, men would cook, make clothes, work leather, and take a child on their laps.

Did they really cut off their fingers?

It looks like it, although it goes against all logic of a people who so desperately needed their hands to survive. Hand stencils or images of hands in cave art in negative (i.e. the paint around the hand) have been found in many places and often in large numbers. Why they depicted their hands is still not clear. It is clear that animals and phallic objects were depicted, but we do not know what the hands meant. But what is striking is that many of those stencils are missing one or more phalanges. In the Cave of Gargas, for example, there are 231 stencils, of which 114 are missing phalanges. In the Cosquer Cave there are 49 hands, 28 of which are mutilated. Most of the handprints were found in Spain, much less in France.

Why the phalanges are missing is a mystery. There are a few explanations to be considered: they are not missing, but the fingers are bent double; the fingers have been lost due to frostbite; It’s a kind of sign language; it is a cultural or religious expression. In the Cave of Gargas, the stencils were made by laying the hands flat on the cave wall, so the fingers were not bent. This also removes the argument in favour of sign language. And if people suffered from frostbite, why don’t we see the fingerless stencils outside of this rather limited area as well? It seems more logical to look for the explanation in culture. In the world, no fewer than 121 groups can be found to have known this practice. Some Papuan peoples, for example, are still doing it. The reasons for it were invoking divine help, an expression of great grief (over the loss of a loved one), an attempt at healing, the expression of group identity or marital status. It seems bizarre, but it happened on a relatively large scale. Sometimes women swallowed parts of their own fingers to conceive or swallowed their baby’s fingertips for good luck (for the baby). Khoikhoi women (South Africa) removed a finger when they got married. If they were widowed and wanted to remarry, they would cut another finger to release the spirit of their first husband.

Marriage as a reason doesn’t seem to be the best explanation, because the stencils are made by men, women and children. The most likely is mourning and sacrifice, also because this was also the most common reason among other cultures. Many believe that since cave paintings have to do with religious rituals, we should think of sacrifices. They argue that this finger-cutting may even have made groups more cooperative, because they feel more bonding due to a shared trauma, as opposed to a hostile attitude towards outsiders.

Could they grow old?

Yes. Average life expectancy is often translated as maximum life expectancy. But that average is depressed by high infant mortality rates. Of course, they didn’t have the same medical care as we do now, there were hunting accidents, life was a wear and tear, there was hunger, but they also didn’t suffer from modern diseases like too much salt and sugar or pesticides in food. Researchers have tried to determine the age at death from the bones, but the outcome is ‘contaminated’ because the circumstances were different. Primitive man got more vitamin D and food without chemicals. In addition, there is a shortage of bones. That is why modern hunter-gatherers are often looked at. One study indicated that 30-40% of these children die before the age of 15, most children even under the age of 5. Another study even came up with 43%. Gurven and Kaplan have arrived at a usual age of death for those who reached the age of 15 of 72.

There are two good reasons why it can’t be true that people didn’t live past the age of 35-40. First of all, the population increased. Suppose, as is customary in this type of society, that a woman breastfed a child for two years, then there would be an average of three years between each child. Studies show that women in these types of peoples don’t get their period until they are 16 (because of different food) and have their first child around 19. If they all died young, say around 25, she could only have 3-4 children. Of those, 30-40% die young. She will no longer be able to fully breastfeed her last child, which means that it has a lower chance of survival and will probably die. With only 1-2 children per woman (not counting infertile women or women having a lot of miscarriages) getting old enough to have children of their own, humanity would soon become extinct. Also, don’t forget that when hungry, a woman is temporarily infertile.

The second reason is the existence of menopause. Nothing evolves without reason. Animals do not have menopause. Humans don’t have horns. Why? In both cases: because they don’t need it. So, menopause must provide an evolutionary advantage. The ‘grandmother hypothesis’ proposes that older women, who die earlier in childbirth and are more likely to have children with abnormalities, are more useful by investing time in the children and grandchildren who are already there. Menopause protects them from pregnancy so that they can continue to support their offspring and give them a better chance of survival. Menopause would be meaningless if women didn’t make it to 40. So, yes, enough would have grown to be 60-70 years old. And even now we have people who live to be over 100, so there are always exceptions.

How tall were the people then?

Not enough complete skeletons have been found to give a conclusive answer, and there may be differences from period to period and from region to region, depending on the food supply, but in general the height of man during the Magdalenian is estimated to be between 1.66 and 1.71 (5.5′-5.6′) for men, with females probably being somewhat smaller. That’s quite tall, especially compared to Neanderthal man and the people who came after them. Possibly they could be even taller, because the people of the Gravettian, the period that preceded the Magdalenian (and Solutrinian) (and followed the Aurignacian), were even 1.77 to 1.88 (5.8′-6.2′) meters!

What do we know about their culture and religion?

Little to nothing. We have recovered tools, jewelry (mainly in the form of ivory beads) and art (cave paintings, figurines and ivory carvings). The dead were buried with reverence and sometimes with grave goods. The elderly and the disabled were helped and not left to fend for themselves. And that’s the extent of our knowledge. It is plausible that ochre played an important role in religious rituals, as we have found it in graves. Nor does it seem likely that the cave paintings were purely aesthetic. There is evidence of the worship of the bear among Neanderthals and among peoples from a more recent past in Scandinavia, Siberia, and northern Japan. Stylized figurines of women have been found with such voluptuous shapes, that they are thought to symbolize the woman, Mother Earth or something similar. We can safely assume that there were different cultures. We see it in the method of burial, but also the traditions of making stone tools vary greatly from place to place. Furthermore, several graves suggest that people with physical abnormalities held a special position and were not necessarily low-ranking people. We do not know whether the people then counted their descent through the female line, but if they kept anything like kinships, then it is very likely. After all, the mother is always known, the father is an uncertain factor. Many indigenous peoples and ancient civilizations are or were matriarchal.

The cultures (also called industries) in the (Late) Paleolithic (Old Stone Age) are divided into four periods. There are still some alternative and obsolete terms, which are often not agreed upon, but we stick to the most common terms that apply to central and southern France and northern Spain. Before these four periods, we had the Mousterian, which lasted from 300,000 to 30,000 years ago and was the culture of the Neanderthals. In the end, overlapping with it was the Aurignacian, which lasted roughly from 38,000 to 27,000 years ago. Homo sapiens sapiens, or the first modern man (formerly known as Cro-Magnon) came to Europe and lived with the Neanderthals for a ‘short’ time. This culture was characterized by the first cave painting, the making of stone tools from pre-worked core stones and the first real jewelry. Rightfully so, therefore the first modern man. It was succeeded by the Gravettian (28,000-22,000 years ago), which is characterized by different tools and sculpted figurines. Then came the Solutrean (22,000-16,500 years ago), which was characterized by wafer-thin tools and the first needle with an eye and fishhook. This culture disappeared quite suddenly without a trace, which is remarkable, since it was to some extent more advanced than the period that followed. That period is called the Magdalenian (18,000-10,000 years ago) and is the period in which the story takes place. It is characterized by the appearance of the microlith (very small stone tips), the invention of the harpoon and very rich art. Incidentally, we should not confuse these terms with the names of periods that ran simultaneously, but refer to the climate.

And finally: what about the flora and fauna?

The area that is now the Dordogne was then on the border of the permafrost and was a transition area from tundra to steppe. That last term is confusing. By steppe today we mean grasslands with a relatively dry and temperate climate, while the ice age steppe was much colder. For this reason, the name polar steppe, steppe tundra or mammoth steppe is often used for this biotope. Mainly grasses and sedges grew here. Other vegetation of this landscape include wormwood, rockrose and Jacob’s ladder. Unlike today’s treeless tundra, there were tufts of forest of pine, spruce, birch, willow and alder. That more growth was possible was because this tundra was further south than it is today, with longer days and more intense sunshine. When you think of forest, you shouldn’t imagine elongated deciduous forests, but rather more open forest. For more dense forests, you had to go to southern Spain or southeastern Europe. Yet this image, of an almost treeless landscape, is now subject to doubt. There are indications that the area may have been much more forested, but that large-scale fires, intentionally or unknowingly caused by humans, could be the culprit of deforestation around 20,000 years ago.

Many of the animals that now live in the far north also populated Central Europe at that time. But there are some animals that no longer live here or are extinct. The (larger) mammals that still occur in the colder north of Europe today include the reindeer, the wolf, the arctic fox and wolverine, stoat, marten and lynx, lemming, and snow hare. Even further north we find polar bear and musk ox. Chamois and ibex lived and still live in the mountains. The marmot has been driven back to the mountain areas after the ice disappeared and the saiga antelope and ground squirrel (called squirrel in the book) are now only found in Asia. A number of (large) mammals did not survive the end of the Ice Age (or not for long). Whether this was solely due to climate change or whether overhunting by humans (also) had something to do with it is still a matter of debate.

The most iconic animal of the Ice Age is without a doubt the woolly mammoth (Mammuthus primigenius). They went extinct 10,000 years ago, although a small population on Wrangel Island in the Arctic Ocean lasted until 1700 B.C. The woolly rhinoceros (Coelodonta antiquitatis) lasted about a thousand years longer. Most archaeologists believe that there were three types of horses in Europe in prehistoric times, such as the European donkey (Equus hydruntinus), extinct in the 15th century, and the wild horse (Equus ferus), which became extinct in 1880. So the horses survived the Ice Age well. The aurochs (Bos primigenius) survived until the 17th century, but had already disappeared in the Netherlands in the 7th century. The steppe bison (Bison priscus) also became extinct at the end of the Ice Age. In addition to these two bovines, there were also two large deer species, the giant deer or Irish elk (Megaloceros giganteus) and the giant moose (Cervalces latifrons), both with impressive antlers. The giant deer survived at least in Siberia until 7,700 years ago, while the giant moose must have become extinct 10,000 years ago.

Of the predators, we must mention the cave lion (Panthera spelaea), extinct 13,000 years ago, the cave hyena (Crocuta spelaea), extinct somewhere between 20,000 and 10,000 years ago, and the aforementioned cave bear (Ursus spelaeus), which became extinct 24,000 years ago. The wild cat then lived further south in slightly warmer, more wooded regions. The saber-toothed cat (Homotherium latidens) and the Ice Age leopard (Panthera spelaea) went extinct sometime between 32,000 and 26,000 years ago. Although it has long been assumed that the common brown bear (Ursus arctos) was driven to southern Europe by the ice, new DNA research provides support for the theory that this may not be entirely true. According to similar recent studies, the same could also be true for the red fox (Vulpes vulpes) and the red deer (Cervus elaphus).

Reacties

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer blogs en verhalen

Terug naar alle blogs
Back To Top