Skip to content

Tatoeages

Door: Links: Cabinet Card, Capt. Harry Decoursey. Rechts: carte de visite, Frank Ormond. Beide gefotografeerd door Charles Eisenmann, eind 19e eeuw

Oorlogen veroorzaken vaak grote veranderingen en dikwijls ook in sociale structuren en opvattingen. Vaak zie je na een grote, ingrijpende oorlog een al even ingrijpende omslag. Zo wordt door velen de Roaring Twenties als direct gevolg gezien van de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en waren vrouwen na de Tweede Wereldoorlog ineens veel geëmancipeerder, omdat ze bij afwezigheid van hun mannen in fabrieken hadden gewerkt, vaak in mannenberoepen.

Oorlogen brengen vernieuwingen, meestal op het gebied van (oorlogs)technologie, en dat brengt weer allerlei andere veranderingen met zich mee. En één van de oorlogen die een grote impact had op de jaren erna, was de Amerikaanse Burgeroorlog. En één van die veranderingen was hoe men over tatoeages dacht.

Er werd op getatoeëerde mensen neergekeken

Voor die oorlog werden tatoeages geassocieerd met zeelui, circusartiesten, exotische culturen en Indianen. Er werd op getatoeëerde mensen neergekeken. Het getuigde niet van beschaving je te laten tatoeëren en wie dat wel deed, moest rekening houden met een stigma en het etiket van ‘uitschot’.

Maar daar kwam na de oorlog verandering in. De oorlog heeft er sterk aan bijgedragen dat het meer geaccepteerd werd. Natuurlijk bleven de stigma’s, maar ze waren niet meer zo uitgesproken en sociaal afgebakend als tevoren. En dat kwam door de toename van mannen die zich in dienst hadden laten ‘inkten’.

Identificatie als aanleiding

De directe aanleiding schijnt identificatie geweest te zijn. Veel lichamen raakten zo ernstig verminkt op het slagveld, dat niet meer viel vast te stellen wie een lijk was geweest. En dus kon familie niet uit haar moordende onzekerheid of een geliefde nog leefde als vermist of gevangen, of daadwerkelijk was overleden, verlost worden. Een lichaam werd anoniem begraven. En daar vreesden veel soldaten voor. Een tatoeage met je naam, woonplaats en eenheid kon dan soms uitkomst bieden. Het was een eenvoudig en goedkoop middel om mogelijke identificatie te bewerkstelligen, ook al was het vanwege de gebrekkige hygiëne, de ‘inkt’ die gebruikt werd en de algeheel slechte gezondheid van de mannen niet zonder risico, omdat de tatoeages vaak vreselijk ontstaken. Maar dat terzijde.

En zo’n gek idee is dat niet. De geschiedenis verhaalt dat ook koning Harold na de Slag bij Hastings (1066) alleen door zijn geliefde aan zijn tatoeages herkend kon worden. Misschien is het een apocrief verhaal, maar het zou zo maar kunnen.

Naarmate meer mannen, en zelfs officieren, een tatoeage namen, werd het ook steeds meer geaccepteerd. Mannen begonnen ook gezamenlijke tatoeages te nemen om hun verbondenheid met hun kameraden en de eenheid te tonen, om uiting te geven aan hun patriottisme. En met die met emoties beladen tatoeages kwamen ze ook thuis.

Martin Hildebrandt was de eerst bekende professionele tatoeëerder in de Verenigde Staten. Hij diende in het noordelijke leger en heeft honderden, zo niet duizenden soldaten getatoeëerd. Dat hij ook in het zuidelijke leger zijn kunstwerken heeft gezet, is een hardnekkig gerucht dat hoogstwaarschijnlijk op onwaarheid berust.

Overigens hielp het niet alleen bij identificatie; soms kon het ook letterlijk je doodsvonnis betekenen. Een soldaat die bij Fort Pillow gevochten had (waar zwarte soldaten zonder pardon afgeslacht waren) en die naam in herdenking op zijn arm had laten zetten, werd, eveneens zonder pardon, standrechtelijk geëxecuteerd toen hij gevangengenomen was en de vijandelijke soldaten het zagen.

Patriottisme

Zichtbare tatoeages werden over het algemeen nog vermeden. Ook heden ten dage zijn de meesten daar nog terughoudend in. En dus bleven de afbeeldingen beperkt tot ledematen, borst, buik of rug.

De afbeeldingen verschilden uiteraard per volk en per periode, maar tijdens de Burgeroorlog waren het voornamelijk vlaggen en wapenschilden, musketten, kanonnen en sabels, soms in gekruiste combinaties, patriottische emblemen en spreuken of motto’s, harten en kruizen, menselijke figuurtjes en zeker tegen het einde schaars geklede godinnen of andere vrouwen. Zeelieden droegen vaak ankers en schepen, zwaluwen, dolfijnen of schildpadden, die dikwijls iets zeiden over de ervaringen van de betreffende zeeman, waar hij geweest was, of hij de evenaar overgestoken was enzovoorts. Verder zag je her en der ook sterren, bloemen en andere afbeeldingen en, zoals gezegd, ter identificatie naam met regiment en woonplaats.
Dus een tatoeage werd genomen ter identificatie, uit patriottisme, als herinnering aan of zelfs herdenking van hun oorlogservaringen, ter ere van gevallen kameraden of uit trots voor het regiment.
Uiteraard kwam het gebruik niet ineens uit de lucht vallen, oorlog of niet. Mogelijk had de trend zich in het geheim daarvoor al ingezet. Zo kregen leden van geheime genootschappen als de Vrijmetselaars of Good Fellows ook tekens getatoeëerd en er bestaan ook foto’s van gegoede dames die zich ondanks het stigma door de naalden lieten bewerken.

De eerste verandering, althans in Amerika, was al ingezet tijdens de Revolutie. Amerikaanse zeelieden, al vertrouwd met het gebruik, versierden zich met symbolen van hun nieuwe, onafhankelijke land, zoals de godin Columbia, het gelaat van generaal Washington of de Amerikaanse vlag. Voor hen was een tatoeage altijd al een symbool van groepsidentificatie en nu werd het ook een persoonlijke, patriottische uiting. Van zee sloeg het over op infanterie. Daarnaast weten we uit verslagen dat Ierse arbeiders die in de vloot terechtkwamen, al tatoeages hadden van voor die tijd, ook als ze geen enkele eerdere ervaring op zee hadden.

Waar komt het stigma vandaan?

Maar waar kwam dat stigma dan vandaan? In voorchristelijke tijden en ook nog wel in de vroege middeleeuwen was tatoeëren niet onbekend. Dus eens moet het in onbruik geraakt zijn, mogelijk onder invloed van de kerk. Werd het geassocieerd met het heidense verleden? Of ligt de oorzaak nog verder terug, omdat Romeinen gewoon waren slaven, boeven en gladiatoren te kenmerken met onuitwisbare tekens? Het woord stigma stamt niet voor niets uit het Latijn en betekent daar zowel tatoeage als brandmerk of litteken, dus feitelijk is het een parapluterm voor elk permanent teken. Hoe het ook zij, dat de Indianen die de kolonisten in Amerika tegenkwamen, ook getatoeëerd waren, zal niet meegeholpen hebben om het gebruik uit het verdomhoekje te halen.

De methode van tatoeëren was al verrassend gelijk aan wat we nu doen. Dus niet, zoals bijvoorbeeld in Polynesië gebruikelijk, een plankje met een naald en een klopper, maar een bundeltje fijne naaldjes (Hildebrandt gebruikte naalden van 0,35 mm dikte), zes tot twaalf stuks, die schuin in de huid gestoken werden, gedoopt in Oost-Indische inkt of vermiljoen. Ook nat buskruit werd wel gebruikt of toegevoegd! En wie weet gebruikten sommige artiesten ook andere verfstoffen, maar dat valt niet meer te achterhalen. Als de Romeinse huurlingen een mengsel van acaciabast, geoxideerd brons en zwavelzuur (!) gebruikten, dan zal de één of andere inventieveling bij gebrek aan inkt ook wel een eigen brouwsel hebben weten te maken. Het hele proces kon wel een uur of meer duren, daarna werd het bloed afgewassen met water, urine of alcohol, waarna de gelukkige klant één tot vijf dollar moest neertellen, wat best veel was, gezien hun magere soldij. Maar dan had je ook wat.

Tattoos

 

Wars often cause major changes and often also in social structures and attitudes. Often, after a big, drastic war, you see an equally drastic change. For example, the Roaring Twenties are seen by many as a direct result of the horrors of the First World War and women were suddenly much more emancipated after the Second World War, because they had worked in factories in the absence of their husbands, often in men’s professions.

Wars bring innovations, mostly in the field of (war) technology, and that brings all kinds of other changes. And one of the wars that had a major impact on the years that followed was the American Civil War. And one of those changes was how people thought about tattoos.

Tattooed people were looked down upon

Before that war, tattoos were associated with sailors, circus performers, exotic cultures, and Native Americans. Tattooed people were looked down upon. It was not considered civilized to get tattooed, and those who did, had to reckon with a stigma and the label of ‘scum’.

But that changed after the war. The war has greatly contributed to it becoming more accepted. Of course, the stigmas remained, but they were no longer as pronounced and socially delineated as before. And that was due to the increase in men who had been ‘inked’ in the service.

Identification as cause

The immediate cause seems to have been identification. Many bodies were so badly mutilated on the battlefield that it was no longer possible to determine who the corps had been. And so family could not be released from its murderous uncertainty as to whether a loved one was still alive as missing or imprisoned, or had actually died. A body was buried anonymously. And that’s what many soldiers feared. A tattoo with your name, place of residence and unit could sometimes offer a solution. It was a simple and inexpensive means of possible identification, even if it was not without risk because of the lack of hygiene, the ‘ink’ used and the general poor health of the men, because the tattoos often got terribly inflamed. But that’s beside the point.

And it’s not such a crazy idea at all. History tells that after the Battle of Hastings (1066), King Harold could only be recognized by his lover by his tattoos. Maybe it’s an apocryphal story, but it just might be.

As more men, and even officers, got tattooed, it also became more and more accepted. Men also began to get joint tattoos to show their connection to their comrades and unity, to express their patriotism. And they came home with those emotion-laden tattoos, too.

Martin Hildebrandt was the first known professional tattoo artist in the United States. He served in the Northern Army and has tattooed hundreds, if not thousands, of soldiers. That he also inked his works of art in the southern army is a persistent rumor that is most likely untrue.

Moreoever, it did not only help with identification; sometimes it could literally mean your death sentence. A soldier who had fought at Fort Pillow (where black soldiers had been unceremoniously slaughtered) and had that name commemorated on his arm was summarily executed when he was captured and the enemy soldiers saw it.

Patriottism

Visible tattoos were generally avoided. Even today, most people are still reluctant to do so. And so the images were limited to limbs, chest, abdomen, or back.

Of course, the images differed per nation and per period, but during the Civil War they were mainly flags and coats of arms, muskets, cannons and sabers, sometimes in crossed combinations, patriotic emblems and sayings or mottos, hearts and crosses, human figures and certainly towards the end scantily clad goddesses or other women. Sailors often carried anchors and ships, swallows, dolphins or turtles, which often said something about the experiences of the sailor in question, where he had been, whether he had crossed the equator and so on. One could also see stars, flowers and other images here and there and, as mentioned, the name of the regiment and place of residence for identification.

So a tattoo was taken for identification, out of patriotism, as a reminder or even commemoration of their war experiences, in honor of fallen comrades or out of pride for the regiment. Of course, the custom didn’t suddenly come out of the blue, war or not. It is possible that the trend had already started in secret before that. For example, members of secret societies such as the Freemasons or Good Fellows had also signs tattooed and there are also photos of well-to-do ladies who had themselves worked on by the needles despite the stigma.

The first change, at least in America, had already begun during the Revolution. American sailors, already familiar with the custom, adorned themselves with symbols of their new, independent country, such as the goddess Columbia, the face of General Washington or the American flag. For them, a tattoo had always been a symbol of group identification, and now it became a personal, patriotic expression as well. From the sea, it turned to infantry. In addition, we know from reports that Irish workers who ended up in the fleet already had tattoos from before that time, even if they had no previous experience at sea.

Where did the stigma come from?

But where did that stigma come from? In pre-Christian times and also still in the early Middle Ages, tattooing was not unknown. So at some point it must have fallen into disuse, possibly under the influence of the church. Was it associated with the pagan past? Or does the cause lie even further back, because Romans were accustomed to characterizing slaves, crooks and gladiators with indelible marks? The word stigma comes from Latin for a reason and means tattoo as well as a brand or scar, so actually it is an umbrella term for any permanent sign. Be that as it may, the fact that the Indians encountered by the colonists in America were also tattooed will not have helped to deprive the custom of the bad reputation.

The method of tattooing was already surprisingly similar to what we do now. So not, as is customary in Polynesia, for example, a board with a needle and a beater, but a bundle of fine needles (Hildebrandt used needles of 0.35 mm thickness), six to twelve of them, which were inserted diagonally into the skin, dipped in Indian ink or vermilion. Wet gunpowder was also used or added! And who knows, maybe some artists also used other dyes, but that can no longer be traced. If the Roman mercenaries used a mixture of acacia bark, oxidized bronze and sulphuric acid (!), then some inventive person must have been able to make his own concoction due to a lack of ink. The whole process could take an hour or more, then the blood was washed off with water, urine, or alcohol, after which the lucky customer had to pay one to five dollars, which was quite a lot, considering their meager pay. But then you had something to show for.

Reacties

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer blogs en verhalen

Terug naar alle blogs
Back To Top