Skip to content

Vrouwelijke soldaten en piraten

Door: Carte de visites, Frances Clayton, door Samuel Masury, Boston

Mijn fictieve hoofdpersoon in de Port Royal serie, Rochette Montfort, was een vrouwelijke piraat. Damien Kingston, in de Kingston Dansen serie, had een als man verklede vrouw in zijn legereenheid. Door de eeuwen heen zijn er verhalen van vrouwen die zich als man voordeden om te gaan vechten. Sommige van die verhalen zijn aantoonbaar echt, andere behoren tot het rijk der sterke verhalen, legenden of mythologie. Maar dat het voorkwam, is een feit. Maar hoe gebruikelijk was het?

Ik wil het hier niet hebben over de vrouwen die openlijk, als vrouw, legers aanvoerden (Aethelfled, Caterina Sforza) of meestreden (Kenaus aandeel bij het beleg van Haarlem lijkt helaas niet op waarheid te berusten, maar er waren ongetwijfeld anderen) en zelfs niet over hen die zich als man kleedden om dit te doen, maar wel openlijk voor hun vrouw-zijn uitkwamen (Jeanne d’Arc). Ik wil me hier beperken tot zij die zich uitgaven voor man, dienstnamen in leger of vloot, in een tijd dat dit voor vrouwen verboden was.

Percentages vallen onmogelijk vast te stellen

De redenen om dit te doen, de drijfveer om dit grote taboe te doorbreken en de vele risico’s te ondergaan, waren divers. Veruit de meest voorkomende reden was het niet gescheiden willen worden van de echtgenoot, wanneer die ten strijde trok. Soms was dit uit liefde, vaak ook omdat het gevaarlijker was alleen, onverzorgd en onbeschermd achter te blijven. Soms wilde de vrouw ontsnappen aan het klooster of een gedwongen huwelijk. Vaak ook waren ze avontuurlijk aangelegd of konden ze zich niet voegen naar het keurslijf dat vrouwen toen werd opgelegd. Een enkele keer was er duidelijk sprake van een vrouw die zich gewoon man voelde.

Percentages vallen onmogelijk vast te stellen. De reden is dat de vrouwen er alles aan deden om hun geslacht geheim te houden en het dus onmogelijk is te achterhalen hoeveel erin geslaagd zijn om onder de radar te blijven. We weten alleen van hen die betrapt werden, vaak nadat ze gewond geraakt waren. En dan nog alleen als ze er zelf mee naar buiten kwamen, wat vaak tot sociaal stigma leidde en velen dus vermeden zullen hebben. En het leger en de vloot probeerden het zelf ook stil te houden, legden zulke vrouwen dikwijls zwijgplicht op, vanwege de schande en uit angst een precedent te scheppen. Soms hielden directe leidinggevenden het ook stil, omdat ze de desbetreffende vrouw niet kwijt wilden.

In het leger kwam het vaker voor dan in de vloot, wat logisch is, want in de vloot is het vele malen moeilijker om geheim te houden. Er valt niet vast te stellen hoe vaak de directe kameraden er stiekem van op de hoogte waren en de vrouw in kwestie dekten, afgezien dan van hun echtgenoot, als die in het spel was. Als dit zo was, wat wel te verwachten valt, dan lijkt er zelden misbruik van gemaakt te zijn, want niet één keer ben ik een geval tegengekomen van een vrouw die gesnapt werd, omdat ze zwanger was geraakt, zelfs niet als ze samen met haar man diende (tenzij haar identiteit al bekend was). Die gevallen zullen er wel zijn, maar zijn mij niet bekend, dus was het niet iets wat vaak voorkwam.

Het was geen zeldzaam fenomeen

Hoewel percentages dus onmogelijk te geven zijn, zijn de te bewijzen gevallen niet zeldzaam. In elk land, in elke oorlog, in elke eeuw zijn er wel een paar te vinden. Ik wil er hier een aantal met name noemen, zodat we kunnen zien wat hun drijfveren waren en hoe ze ontdekt werden, te beginnen op zee.

Wie kent niet het liedje Daar Was Laatst een Meisje Loos. Zo’n liedje is fictie, maar het komt niet uit de lucht vallen. Het is ongetwijfeld gebaseerd op een bekend fenomeen. Er zijn in de geschiedenis meerdere vrouwen bekend die naar zee gingen, meestal als piraat of kaper, en zij die bekend werden, hadden zich niet verkleed en waren vaak de kapitein van het schip of zelfs de vloot.

Bekend zijn Jeanne de Clisson, een Bretonse edelvrouw uit de 14e eeuw die uit wraak voor de moord op haar man met haar Zwarte Vloot dertien jaar het Engelse Kanaal afschuimde; Grace O’Malley, een Ierse edelvrouw uit de 16e eeuw, die een hele piratenvloot leidde en als kind haar haren afschoor en als jongen verkleed aan boord van haar vaders schepen glipte; Sayyida al Hurra, een koningin uit het huidige Marokko in de 16e eeuw, die uit wraak ook een piratenvloot aanvoer, hoewel ik niet heb vast kunnen stellen of ze ook daadwerkelijk zelf aan boord was; en Ching Shih, de gevreesde Chinese leidster van een enorme piratenvloot in de 19e eeuw.

Verder kunnen we in dit lijstje nog noemen Ladies Mary en Elizabeth Killigrew (16e eeuw), Christina Anna Skytte (17e eeuw), Anne Dieu-le-Veut (17e eeuw), Ingela Gathenhielm (18e eeuw), Mary Farley (18e eeuw), Mary Crickett (18e eeuw), Flora Burn (18e eeuw), Rachel Wall (18e eeuw), Johanna Hård (19e eeuw). Vaak erfden ze het schip of de vloot met het beroep of commissie van hun overleden echtgenoot.

Anne Bonny en Mary Read

Veruit de bekendste vrouwelijke piraten zijn Anne Bonny en Mary Read, die in de 18e eeuw de Caribische Zee onveilig maakten en over wie hele boeken volgeschreven zijn. Maar zij verborgen hun vrouwelijkheid niet, hoewel ze als man gekleed gingen. Iedereen kende op een gegeven moment hun geslacht. Overigens is de biseksuele Mary Read voor haar piratenleven wel een tijdje als jongen en man door het leven gegaan. Volgens de verhalen is ze als jongen opgevoed om de erfenis te kunnen claimen en is ze daarna korte tijd in het leger gegaan. Ze trouwde, opende de herberg “De Drie Hoefijzers” nabij Breda, maar ging na de dood van haar man weer terug in militaire dienst en diende daarna op zee op een kaperschip en later dus als piraat.

Sommige verhalen over vrouwen in de Engelse vloot, die geruime tijd onontdekt wisten te blijven, zijn ongetwijfeld mythen, maar een aantal gevallen zijn aantoonbaar waar. Een beroemd voorbeeld is Hannah Snell (1723-1792). Toen haar man haar en haar kind in 1744 in de steek liet, kleedde ze zich als man, nam de naam James Grey aan, ging op zoek, ontdekte dat hij gehangen was, ging het leger in, deserteerde en nam daarop in 1745 dienst bij de mariniers. Ze vocht in meerdere slagen en raakte een twaalftal keer gewond. Desondanks wist ze haar sekse geheim te houden. Pas in 1750 kwam haar geheim uit. Ze werd uiteraard uit dienst geknikkerd, maar wist nog wel een pensioen los te peuteren. Daarop verkocht ze haar verhaal aan een uitgever en werd een ster op het toneel, waar ze zichzelf speelde. Uiteindelijk opende ze een kroeg (“The Female Warrior”).

Een ander interessant ‘geval’ is Jeanne Louise Antonini (1771-1861), die verkleed in de Franse vloot diende tijdens de Franse Revolutie en de Napoleontische Oorlogen vanaf haar tiende, nadat ze wees geworden was. Na tien jaar in de vloot gediend te hebben, raakte ze gewond en werd gevangengenomen. Na achttien maanden keerde ze terug naar Frankrijk. Daarop nam ze dienst in het Franse leger, waar ze vijftien jaar lang in bleef en het tot rang van sergeant wist te schoppen. In totaal raakte ze negen keer gewond, waarvan één keer zeer ernstig aan het hoofd. Na de oorlog werkte ze twintig jaar lang in een fabriek. Op haar 70e ontving ze de Saint Helena Medaille. Een straat in Nantes is naar haar genoemd.

Hoe speelden ze het klaar?

Ik vraag me nog altijd af hoe een vrouw erin slaagde het jarenlang geheim te houden, ook al hielpen slechte hygiëne en preutsheid hen ongetwijfeld. Staande plassen werd opgelost door gebruik te maken van iets wat we nu een plastuit zouden noemen, dus dat snap ik nog. Niet al te grote borsten kunnen afgebonden worden. Zolang je je voor een jongeling uit kunt geven, kun je verklaren waarom je je niet hoeft te scheren. En zekere gelaatstrekken en ‘zien-wat-je-verwacht-te-zien’ zullen ook wel meegeholpen hebben. Maar een vrouw wordt ongesteld, je zult je toch eens moeten wassen, soldaten gingen naakt een rivier in en sliepen dicht opeengepakt. Het blijft me een raadsel hoe ze het klaargespeeld hebben.

Zoals gezegd zal het in het leger gemakkelijker gegaan zijn. De lijst van vrouwen die als man in het leger dienden, is dan ook vele malen langer en het is onmogelijk, onnodig en onwenselijk hen hier allemaal te noemen. Maar enkelen zijn het noemen waard om een beeld te vormen van het fenomeen.

Stoere tantes

De Italiaanse Renaissance bracht niet alleen krachtige dames voor als Catarina Sforza, maar ook kleurrijke figuren als Onorata Rodiani (1403-1452). Verkleed als man en met een mannennaam diende ze als huurling in de cavalerie van condottiero Lampugnano vanaf 1423. Helaas is haar bestaan semi-legendarisch en niet helemaal te bewijzen. Hetzelfde geldt voor Aal de Dragonder, wier skelet en huid in het begin van de 18e eeuw tentoongesteld werden in een anatomisch theater. Feit is dat ze haar leven verloor in een gevecht met soldaten en dat men daarna pas achter haar identiteit kwam, maar of ze ook echt als dragonder heeft gediend, valt niet te bewijzen.

Wie wel aantoonbaar als dragonder gevochten heeft, is Christian Cavanagh (1667-1739). Ze was een Ierse, die onder andere als Christian Davies in 1693 verkleed als man in dienst ging in het Engelse leger. Ze vocht in de infanterie in de Negenjarige Oorlog tot 1697 en daarna bij de dragonders tot 1706. Ook zij liet haar kinderen achter en ging in dienst op zoek naar haar (mogelijk geronselde) echtgenoot. Ze werd gewond en gevangengenomen, maar in 1694 uitgewisseld. Blijkbaar was nog steeds niemand op de hoogte van haar ware identiteit. Na een duel met een sergeant (over een vrouw!) kreeg ze toestemming het leger te verlaten, waarna ze dus dienst nam bij de dragonders.

Om haar identiteit geheim te houden besloot ze het kind van een hoer te onderhouden, die haar ervan beschuldigd had de vader te zijn. Ze raakte weer gewond en vocht in de beruchte Slag van Blenheim. Daarna vond ze haar man, na 13 jaar zoeken, maar omdat hij inmiddels iemand anders had, besloot ze haar carrière in het leger voort te zetten. Daarna raakte ze weer gewond in de Slag van Ramillies, waardoor ze uiteindelijk ontdekt werd als een vrouw. De brigadecommandant besloot haar door te betalen, terwijl ze in de zorg van het leger bleef tot ze genezen was, waarna ze uit dienst ontslagen werd. Maar ze mocht officieel bij het leger blijven als echtgenote ‘on the strength’ en als zoetelaarster.

Na de Slag van Malplaquet zocht ze naar het lijk van haar man op het slagveld. Na de oorlog kende koningin Anne haar een premie toe van vijftig pond en een shilling per dag als pensioen. Op het eind van haar leven werd ze toegelaten in het Royal Hospital Chelsea als gepensioneerd militair en ze werd begraven met militaire eer.

Haar tijdgenoot Phoebe Smith Hessel (1713-1821) ging ook het leger in om haar geliefde te volgen. Beiden raakten gewond in de Slag van Fontenoy in 1745. Volgens een sergeant kwam haar geslacht uit, toen ze haar bovenlijf moest ontbloten voor een geseling.

Een vreemde paradox

De Amerikaanse Revolutie was geen uitzondering wat betreft vrouwen die verkleed als man dienst namen, al zijn er uit deze tijd weinig voorbeelden. Ik weet niet waar dit aan ligt. De bekendste is misschien wel Deborah Sampson (1760-1827). Ze diende zeventien maanden bij de elitetroepen van de Light Brigade als Robert Shirtliff aangezien ze langer en sterker was dan de gemiddelde man.

In 1782 raakte ze gewond toen ze twee musketkogels in haar dij kreeg en een snee over haar voorhoofd. Ze smeekte niet naar de dokter gebracht te worden, uit angst dat haar geslacht uitkwam, maar toen dat toch gebeurde, vluchtte ze voor de arts aan de verzorging van haar been toekwam. Ze verwijderde één van de kogels zelf, maar de andere droeg ze tot het einde van haar leven mee en haar been genas nooit volledig. Pas toen ze in 1783 ziek werd, werd haar geslacht ontdekt. Ze werd eervol ontslagen.

Brita Christina Hagberg (1756-1825) besloot als Petter het leger in te gaan op zoek naar haar echtgenoot, die vocht in de Russisch-Zweedse Oorlog, maar van wie ze in 1788 niets meer gehoord had. Het ofwel samen dienst nemen met een geliefde of echtgenoot, dan wel op zoek gaan naar een vermiste echtgenoot is een veel terugkomend motief. Ze diende als marinier in de Slag van Svensksund en Vyborg Baai. Ze vond haar man terug, raakte gewond en kreeg een medaille voor moed en een vol pensioen. Bij haar overlijden kreeg ze een militaire begrafenis.

Tijdens deze oorlog dienden meerdere vrouwen verkleed als man en een aantal kreeg ook een onderscheiding. Dus vreemd genoeg rustte er enerzijds een sociaal negatief stigma op zulke vrouwen, anderzijds werden ze soms ook geëerd. Een vreemde paradox, als je het mij vraagt.

Ook een Nederlandse kandidate

Uit de Franse Revolutie zijn vele gevallen bekend, van meerdere nationaliteiten: Marie Schellinkck (1757-1840) kwam uit België, Joanna Żubr (1770-1852) was Pools, Franziska Scanagatta (1776-1865) was Italiaans, Francina Broese Gunningh (1783-1824) was Nederlands, Nadezhda Durova (1783-1866) was Russisch, Friederike Krüger (1789-1848) was Duits.

Marie Schellinkck diende van 1792 tot 1796 in het Franse leger, raakte zwaargewond in de Slag van Jemappes, werd tweede luitenant en ontving later een militair pensioen. Joanna Żubr Diende, samen met haar man, van 1808 tot 1815. Ze ontving de Virtuti Militari, de hoogste Poolse militaire medaille, voor haar moed, waarmee ze één van de eerste vrouwen in de wereld werd die een medaille voor moed ontving. Ze werd sergeant en nam deel aan de invasie van Rusland.

Franziska Scanagatta ging nog een stapje verder. Zij verkleedde zich als man om naar de Oostenrijkse officiersschool te gaan in 1794. In 1797 studeerde ze af en ging als vaandrig het leger in. In 1800 werd ze luitenant en in 1801 verliet ze gedwongen het leger nadat haar vader haar had ontmaskerd. Haar commandant hield een feest ter ere van haar, waar ze als officier behandeld werd. Ze ontving een pensioen van de keizer, toen hij haar verhaal hoorde.

Het verhaal van onze Nederlandse kandidaat, Francina Broese Gunningh, wijkt af, omdat ze niet vrijwillig dienst genomen heeft. Op weg van Parijs naar Kampen ging ze gekleed als man, wat niet ongewoon was in die tijd voor vrouwen, zodat ze niet lastiggevallen zouden worden. Helaas voor haar werd ze tijdens de reis gearresteerd door Franse militaire politie, die vermoedde dat ze een deserteur was toen ze niet de juiste papieren kon laten zien. Daarop werd ze gedwongen dienst te nemen. Ze deserteerde, maar blijkbaar had ze de smaak te pakken, want daarop nam ze dienst in het Pruisische leger. Toen ze gewond raakte aan de borst, werd ze ontdekt en moest ze het leger verlaten. Terug in Nederland, nam ze dienst in het Nederlandse leger en diende tijdens de belegeringen van Kampen, Coevorden en Deventer. In 1814 was ze verloofd met een vrouw en gebruikte een valse adellijke titel, waarvoor ze gearresteerd werd. Tijdens een gedwongen medisch onderzoek werd haar sekse ontdekt.

Nadezhda Durova groeide op in het leger. In 1807 verliet ze man en kind en nam diens bij de Ulanen als Alexander Sokolov. Volgens eigen zeggen beschouwde ze het leven in het leger als vrijheid. Met grote heldenmoed redde ze het leven van twee militairen. De tsaar was zo onder de indruk van haar moed, dat hij haar het Kruis van St. George gaf en tot luitenant bij de huzaren promoveerde. Omdat er toen al geruchten gingen dat ze een vrouw was, gaf de tsaar haar het nieuwe pseudoniem Alexandrov. Omdat ze geen snor kon laten groeien en er als een tiener uit bleef zien, liep ze promoties mis. Ze vocht in de Slag van Smolensk en raakte gewond in de Slag van Borodino. Ze verliet het leger in 1816 met een rang die equivalent is aan kapitein-luitenant. Ook zij kreeg een militaire begrafenis. Het blijkt dus wederom dat het taboe niet zo groot was als vaak gedacht.

Het verhaal van Friederike Krüger is ook bijzonder, omdat zij mocht blijven, nadat haar geheim uitgekomen was. Ze diende van 1813 tot 1815 in de infanterie als August Lübeck. Haar kameraden kwamen achter haar geslacht tijdens een aanval door haar hoge stem. Maar inmiddels was ze populair en gerespecteerd en dus werd ze niet uit het leger gezet. Ze werd zelfs gepromoveerd tot sergeant en vocht in de Slag van Waterloo. Na de oorlog ontving ze van de koning het IJzeren Kruis en de herdenkingsoorlogsmedaille.

Legio voorbeelden uit de burgeroorlog

De voorbeelden uit de Amerikaanse Burgeroorlog zijn legio. Misschien dat het patriottisme samen met de moeilijke omstandigheden voor alleen achterblijvende vrouwen, meer dan gebruikelijk het leger indreven. Of wellicht kwamen er meer aan het licht.

De bekende Frances Clayton heeft waarschijnlijk nooit gediend, want afgezien van haar eigen vertelsels is er geen greintje bewijs en heeft één van de eenheden waarin ze naar eigen zeggen gediend heeft, zelfs nooit bestaan.

Wie wel echt heeft gediend, aan noordelijke zijde, is Sarah Rosetta Wakeman (1843-1864). Ze diende onder de naam Lyons Wakeman van 1862 tot haar dood. Gedreven door de armoede van haar familie en niet in staat een echtgenoot te krijgen die hen kon onderhouden, ging ze als man werken op een boot. Daarop nam ze dienst vanwege de premie. Eén van haar taken was het bewaken van gevangen in de Carroll Prison. Ironisch genoeg was één van de vrouwelijke gevangenen daar gevangen voor het zich voordoen als man om te vechten. Ze kwam slechts eenmaal in actie tijdens de Slag bij Pleasant Hill. Daarna stierf ze aan chronische diarree. Maar ook toen werd haar geheim niet ontdekt en ze kreeg een militaire begrafenis als Lyons Wakeman. Meer dan een eeuw later werden haar brieven ontdekt, die een schat aan informatie over het militaire leven geven, en kwam haar geheim alsnog uit.

Jennie Irene Hodgers, alias Albert Cashier (1843-1915) diende ook in het noordelijke leger van 1862 tot 1865. Maar zij keerde niet terug naar het (getrouwde) leven van een gewone vrouw. Na in meer dan veertig treffen gevochten te hebben, bleef ze zich uitgeven als man en stemde zelfs als zodanig. Haar geheim kwam pas uit toen ze in 1911 in een veteranenhospitaal terechtkwam.

Het zuiden kende ook zijn vrouwelijke soldaten, hoewel ook daar bij enkele verhalen vraagtekens gezet kunnen worden. Over Sarah Malinda Pritchard Blalock (c.1840-c.1902) is echter geen twijfel. Als Samuel Blalock volgde ze haar man in 1862 het zuidelijke leger in. Zij was een aanhangster van het zuiden, haar man van het noorden. Uit angst voor repercussies op zijn vrouw, nam hij toch dienst in het zuiden, met het plan later over te lopen. Maar zijn vrouw was niet van plan achter te blijven, verkleedde zich als man en nam dienst aan zijn zijde.

Omdat ze niet in Virginia gestationeerd werden, lukte het niet om over te lopen en moesten ze vooralsnog voor het zuiden vechten. Malinda raakte al snel gewond en haar geheim kwam uit. Het stel raakte in paniek, maar wist van de arts de belofte te krijgen dat hij even zou wachten met het te rapporteren. Daarop wentelde ze haar man Keith door poison ivy, waardoor hij onder de blaren kwam te zitten. Hij vertelde de artsen dat hij een ernstige, chronische en zeer besmettelijke aandoening had. Uit vrees voor een uitbraak van pokken stopten ze hem in quarantaine in zijn tent voor hij naar huis gestuurd zou worden. Daarop meldde Malinda zich als vrijwilliger om voor de zieke sergeant te zorgen. Toen dat plan niet werkte, biechtte ze haar geheim op, waarop ze ontslagen werd en haar bonus moest terugbetalen.

Bij terugkeer dreigde nieuwe dienstplicht en het stel vluchtte de bergen in en sloot zich aan bij andere deserteurs. Uiteindelijk wisten ze zich aan te sluiten bij de noordelijke cavalerie en uiteindelijk in actieve dienst bij de guerrilla als marodeur. Waarschijnlijk was tegen die tijd wel bekend dat Malinda een vrouw was. Hoe het ook zij, in 1863 moest ze de eenheid verlaten, omdat ze zwanger was. In 1864 keerde ze weer terug in actieve dienst. Hun tijd bij de plunderende en stropende marodeurs was niet zonder onverkwikkelijke gebeurtenissen, die nu als oorlogsmisdaden de boeken in zouden gaan.

Tegenwoordig hoeven vrouwen niet meer te doen alsof

Uit de Tweede Wereldoorlog heb ik geen voorbeelden kunnen vinden. Misschien was de inmiddels regulier ingevoerde medische keuring hieraan debet of het feit dat vrouwen ook op andere manieren konden dienen, bijvoorbeeld in het verzet. Maar uit de Eerste Wereldoorlog zijn wel genoeg gevallen bekend, dikwijls omdat ze de oorlog wilden verslaan als correspondent en dit de enige mogelijkheid was. Eén voorbeeld was Viktoria Savs (1899-1979). Ze diende onherkend als vrouw, maar met medeweten van haar meerderen in het Oostenrijks-Hongaarse leger aan het front van 1915 tot 1917. Ze werd ontdekt toen ze zwaargewond raakte. Ze werd meermaals gedecoreerd voor haar moed en toewijding.

Inmiddels hoeven vrouwen zich niet meer als man voor te doen om te mogen dienen, ook niet aan het front, maar in tijden dat dit niet toegestaan was, zie je dat ongeacht de periode of het land, het regelmatig voorkwam. Hoe groot het percentage van zulke vrouwen in een eenheid was, blijft gissen, maar veel zullen het er niet geweest zijn. Dan waren de lijsten wel veel langer geweest. Maar een unieke zeldzaamheid was het zeker ook niet.

Dus Rochette bevindt zich in goed gezelschap, want de meeste vrouwen die dienden en die uiteindelijk als zodanig ook bekendheid kregen, werden geroemd om hun moed en doorzettingsvermogen.

Female soldiers and pirates

 

My fictional protagonist in the Port Royal series, Rochette Montfort, was a female pirate. Damien Kingston, in the Kingston Dances series, had a woman dressed as a man in his army unit. Throughout the centuries, there are stories of women posing as men to fight. Some of those stories are demonstrably real, others belong to the realm of tall tales, legends or mythology. But that it did happen is a fact. But how common was it?

I do not want to talk here about the women who openly, as women, led armies (Aethelfled, Caterina Sforza) or fought along with the others (Kenau’s part in the siege of Haarlem unfortunately does not seem to be based on truth, but there were undoubtedly others) and not even about those who dressed as men to do so, but openly admitted to be women (Joan of Arc). I want to limit myself here to those who pretended to be men, enlisted in the army or navy, at a time when this was forbidden for women.

Percentages are impossible to determine

The reasons for doing this, the motivation to break this great taboo and to undergo the many risks, were diverse. By far the most common reason was not wanting to be separated from the husband when he went to war. Sometimes this was out of love, often because it was more dangerous to be left alone, uncared for and unprotected. Sometimes the woman wanted to escape the convent or a forced marriage. Often they were adventurous or could not conform to the straitjacket that was imposed on women at the time. Occasionally there was clearly a woman who just felt like a man.

Percentages are impossible to determine. The reason is that the women did everything they could to keep their gender a secret and it is therefore impossible to find out how many have managed to stay under the radar. We only know of those who were caught, often after they were injured. And then only if they brought the story into the world themselves, which often led to social stigma and many will therefore have avoided it. And the army and the navy themselves tried to hush it up, often imposing a code of silence on such women, for shame and for fear of setting a precedent. Sometimes direct supervisors also kept it quiet, because they did not want to lose the woman in question.

It was more common in the army than in the fleet, which makes sense, because in the fleet it is much more difficult to keep secret. It is not possible to determine how often the immediate comrades secretly knew about it and covered for the woman in question, apart from their husband, if he was involved. If this was the case, which is to be expected, then the knowledge seems to have rarely been abused, because not once have I come across a case of a woman who was caught because she had become pregnant, even if she was serving with her husband (unless her identity was already known). There will be such cases, but they are not known to me, so it was not something that happened often.

It was not a rare phenomenon

Although percentages are impossible to give, the cases that can be proven are not rare. In every country, in every war, in every century, there are a few to be found. I would like to mention some of them in particular here, so that we can see what their motives were and how they were discovered, starting at sea.

Who doesn’t know the song Daar Was Laatst een Meisje Loos. Such a song is fiction, but it doesn’t come out of the blue. It is undoubtedly based on a well-known phenomenon. There are several known women in history who went to sea, usually as pirates or privateers, and those who became famous had not dressed up and were often the captain of the ship or even the fleet.

Well-known are Jeanne de Clisson, a Breton noblewoman from the 14th century who, in revenge for the murder of her husband, roamed the English Channel with her Black Fleet for thirteen years; Grace O’Malley, an Irish noblewoman from the 16th century, who led an entire pirate fleet and as a child shaved off her hair and slipped aboard her father’s ships dressed as a boy; Sayyida al Hurra, a queen from present-day Morocco in the 16th century, who also led a pirate fleet in revenge, although I have not been able to determine whether she was actually on board herself; and Ching Shih, the feared Chinese leader of a huge pirate fleet in the 19th century.

We can also mention in this list Ladies Mary and Elizabeth Killigrew (16th century), Christina Anna Skytte (17th century), Anne Dieu-le-Veut (17th century), Ingela Gathenhielm (18th century), Mary Farley (18th century), Mary Crickett (18th century), Flora Burn (18th century), Rachel Wall (18th century), Johanna Hård (19th century). Often they inherited the ship or fleet with the profession or commission of their deceased husband.

Anne Bonny and Mary Read

By far the most famous female pirates are Anne Bonny and Mary Read, who roamed the Caribbean Sea in the 18th century and about whom entire books have been written. But they did not hide their femininity, although they were dressed as men. Everyone knew their gender at some point. Incidentally, the bisexual Mary Read did pose as a boy and man for a while before her pirate life. According to the stories, she was raised as a boy to be able to claim the inheritance and then joined the army for a short time. She married, opened the inn “De Drie Hoefijzers” near Breda, but after the death of her husband went back into military service and then served at sea on a privateer ship and later as a pirate.

Some stories about women in the English fleet, who managed to remain undiscovered for quite some time, are undoubtedly myths, but a number of cases are demonstrably true. A famous example is Hannah Snell (1723-1792). When her husband abandoned her and her child in 1744, she dressed as a man, took the name James Grey, went looking for him, found that he had been hanged, joined the army, deserted, and then enlisted in the Marines in 1745. She fought in several battles and was wounded a dozen times. Nevertheless, she managed to keep her sex a secret. It was not until 1750 that her secret came out. She was of course kicked out of service, but still managed to get a pension. She then sold her story to a publisher and became a star on stage, where she played herself. Eventually, she opened a pub (“The Female Warrior”).

Another interesting ‘case’ is Jeanne Louise Antonini (1771-1861), who served in the French fleet in disguise during the French Revolution and the Napoleonic Wars from the age of ten, after she had become an orphan. After serving in the fleet for ten years, she was wounded and taken prisoner. After eighteen months, she returned to France. She then enlisted in the French army, where she remained for fifteen years and managed to make it to the rank of sergeant. In total, she was injured nine times, one of which was very serious in the head. After the war, she worked in a factory for twenty years. At the age of 70 she received the Saint Helena Medal. A street in Nantes is named after her.

How did they manage it?

I still wonder how a woman managed to keep it a secret for years, even though poor hygiene and prudishness undoubtedly helped them. Standing peeing was solved by using something we would now call a pee spout, so I still get that. Breasts that are not too large can be tied. As long as you can pretend to be a young man, you can explain why you don’t have to shave. And certain facial features and ‘seeing-what-you-expect-to-see’ will also have helped. But a woman gets her period, you will have to wash yourself, soldiers went naked into a river and slept tightly packed. It remains a mystery to me how they managed it.

As mentioned, it will have been easier in the army. The list of women who served as men in the army is therefore many times longer and it is impossible, unnecessary and undesirable to mention them all here. But a few are worth mentioning to form a picture of the phenomenon.

Stout ladies

The Italian Renaissance not only produced powerful ladies such as Catarina Sforza, but also colourful figures such as Onorata Rodiani (1403-1452). Dressed as a man and with a man’s name, she served as a mercenary in the cavalry of condottiero Lampugnano from 1423. Unfortunately, her existence is semi-legendary and not entirely provable. The same goes for Aal de Dragonder, whose skeleton and skin were exhibited in an anatomical theatre in the early 18th century. The fact is that she lost her life in a fight with soldiers and that her identity was only discovered afterwards, but whether she really served as a dragoon cannot be proven.

Who did demonstrably fight as a dragoon is Christian Cavanagh (1667-1739). She was an Irishwoman, who in 1693 with aliases like Christian Davies enlisted as a man in the English army. She fought in the infantry in the Nine Years’ War until 1697 and then in the dragoons until 1706. She also left her children behind and went into service in search of her (possibly recruited) husband. She was wounded and taken prisoner, but exchanged in 1694. Apparently, no one was still aware of her true identity. After a duel with a sergeant (about a woman!) she was allowed to leave the army, after which she thus enlisted in the dragoons.

To keep her identity a secret, she decided to support the child of a whore, who had accused her of being the father. She was wounded again and fought in the infamous Battle of Blenheim. Then she found her husband, after 13 years of searching, but because he had another woman by now, she decided to continue her career in the army. She was then wounded again at the Battle of Ramillies, eventually being discovered as a woman. The brigade commander decided to continue paying her while she remained in the care of the army until she was cured, after which she was discharged from service. But she was officially allowed to stay in the army as a wife ‘on the strength’ and as a sutler.

After the Battle of Malplaquet, she searched for her husband’s body on the battlefield. After the war, Queen Anne granted her a premium of fifty pounds and a shilling a day as a pension. At the end of her life, she was admitted to the Royal Hospital Chelsea as a retired soldier and was buried with military honours.

Her contemporary Phoebe Smith Hessel (1713-1821) also joined the army to follow her lover. Both were wounded in the Battle of Fontenoy in 1745. According to a sergeant, her sex came out when she had to bare her upper body for a flogging.

A strange paradox

The American Revolution was no exception in terms of women who enlisted as men, although there are few examples from this era. I don’t know why this is. The best known is perhaps Deborah Sampson (1760-1827). She served seventeen months with the elite forces of the Light Brigade as Robert Shirtliff as she was taller and stronger than the average man.

In 1782, she was injured when she received two musket balls in her thigh and a cut across her forehead. She begged not to be taken to the doctor, for fear that her sex would come out, but when this did happen, she fled before the doctor got around to taking care of her leg. She removed one of the bullets herself, but she carried the other until the end of her life and her leg never healed completely. It was only when she fell ill in 1783 that her sex was discovered. She was honourably discharged.

Brita Christina Hagberg (1756-1825) decided to join the army as Petter in search of her husband, who fought in the Russo-Swedish War, but from whom she had not heard anything in 1788. Enlisting either together with a lover or spouse, or looking for a missing spouse is a common motif. She served as a Marine in the Battle of Svensksund and Vyborg Bay. She found her husband, was injured and received a medal for bravery and a full pension. Upon her death, she was given a military funeral.

During this war, several women served dressed as men and a number also received an award. So strangely enough, on the one hand there was a socially negative stigma on such women, on the other hand they were sometimes honoured. A strange paradox, if you ask me.

Also a Dutch candidate

Many cases are known from the French Revolution, of multiple nationalities: Marie Schellinkck (1757-1840) was from Belgium, Joanna Żubr (1770-1852) was Polish, Franziska Scanagatta (1776-1865) was Italian, Francina Broese Gunningh (1783-1824) was Dutch, Nadezhda Durova (1783-1866) was Russian, Friederike Krüger (1789-1848) was German.

Marie Schellinkck served in the French army from 1792 to 1796, was seriously wounded in the Battle of Jemappes, became a second lieutenant and later received a military pension. Joanna Żubr Served, together with her husband, from 1808 to 1815. She received the Virtuti Militari, the highest Polish military medal, for her bravery, becoming one of the first women in the world to receive a medal for bravery. She became a sergeant and took part in the invasion of Russia.

Franziska Scanagatta took it one step further. She dressed up as a man to go to the Austrian officers’ school in 1794. In 1797 she graduated and joined the army as an ensign. In 1800 she became a lieutenant and in 1801 she was forced to leave the army after her father had exposed her. Her commander held a party in her honour, where she was treated as an officer. She received a pension from the emperor when he heard her story.

The story of our Dutch candidate, Francina Broese Gunningh, differs because she did not enlist voluntarily. On her way from Paris to Kampen, she dressed as a man, which was not uncommon in those days for women, so that they would not be harassed. Unfortunately for her, she was arrested during the trip by French military police, who suspected she was a deserter when she could not show the proper papers. She was then forced to enlist. She deserted, but apparently she had acquired a taste for it, because she then enlisted in the Prussian army. When she was wounded in the chest, she was discovered and had to leave the army. Back in the Netherlands, she enlisted in the Dutch army and served during the sieges of Kampen, Coevorden and Deventer. In 1814 she was engaged to a woman and used a false title of nobility, for which she was arrested. During a forced medical examination, her sex was discovered.

Nadezhda Durova grew up in the army. In 1807 she left husband and child and enlisted with the Uhlans as Alexander Sokolov. According to her own words, she considered life in the army to be freedom. With great heroism, she saved the lives of two soldiers. The czar was so impressed by her courage that he awarded her the Cross of St. George and promoted her to the rank of lieutenant in the hussars. Because there were already rumours that she was a woman, the tsar gave her the new pseudonym Alexandrov. Because she couldn’t grow a moustache and continued to look like a teenager, she missed out on promotions. She fought in the Battle of Smolensk and was wounded in the Battle of Borodino. She left the army in 1816 with a rank equivalent to captain-lieutenant. She also received a military funeral. So it turns out once again that the taboo was not as big as often thought.

The story of Friederike Krüger is also special, because she was allowed to stay after her secret had come out. She served in the infantry from 1813 to 1815 as August Lübeck. Her comrades found out about her gender during an attack by her high-pitched voice. But by now she was popular and respected and so she was not expelled from the army. She was even promoted to sergeant and fought in the Battle of Waterloo. After the war, she received the Iron Cross and the commemorative war medal from the king.

Numerous examples from the Civil War

The examples from the American Civil War are numerous. Perhaps patriotism, together with the difficult conditions for single women left behind, drove more than usual into the army. Or perhaps more came to light.

The well-known Frances Clayton probably never served, because apart from her own stories, there is not a shred of evidence and one of the units in which she claims to have served never even existed.

Who did really serve, on the northern side, is Sarah Rosetta Wakeman (1843-1864). She served under the name Lyons Wakeman from 1862 until her death. Driven by her family’s poverty and unable to get a husband who could support them, she started working as a man on a boat. She then enlisted because of the premium. One of her duties was to guard prisoners in Carroll Prison. Ironically, one of the female prisoners there was imprisoned for pretending to be male to fight. She saw action only once at the Battle of Pleasant Hill. Then she died of chronic diarrhoea. But even then, her secret was not discovered and she was given a military funeral as Lyons Wakeman. More than a century later, her letters were discovered, which provide a wealth of information about military life, and her secret was finally revealed.

Jennie Irene Hodgers, alias Albert Cashier (1843-1915) also served in the Northern Army from 1862 to 1865. But she did not return to the (married) life of an ordinary woman. After having fought in more than forty engagements, she continued to pose as a man and even voted as such. Her secret only came out when she ended up in a veterans’ hospital in 1911.

The south also had its female soldiers, although some stories are questionable. However, there is no doubt about Sarah Malinda Pritchard Blalock (c.1840-c.1902). As Samuel Blalock, she followed her husband into the Confederate army in 1862. She was a supporter of the south, her husband of the north. Fearing repercussions on his wife, he nevertheless enlisted in the south, with the intention of defecting later. But his wife had no intention of being left behind, dressed up as a man and enlisted by his side.

Because they were not stationed in Virginia, they were unable to defect and had to fight for the south for the time being. Malinda was soon injured and her secret came out. The couple panicked, but managed to get a promise from the doctor that he would wait a while before reporting it. She then rolled her husband Keith through poison ivy, which left him covered in blisters. He told the doctors that he had a serious, chronic and highly contagious condition. Fearing an outbreak of smallpox, they quarantined him in his tent before he was sent home. Malinda then volunteered to take care of the sick sergeant. When that plan didn’t work, she confessed her secret, after which she was fired and had to pay back her bonus.

On their return, new conscription was imminent and the couple fled into the mountains and joined other deserters. Eventually, they managed to join the Northern cavalry and in the end join the guerrilla as marauder. It was probably known by this time that Malinda was a woman. Be that as it may, in 1863 she had to leave the unit because she was pregnant. In 1864 she returned to active service. Their time with the plundering and poaching marauders was not without unsavoury events, which would now go down in the books as war crimes.

Nowadays women no longer have to pretend

I have not been able to find any examples from the Second World War. Perhaps the now regularly introduced medical examination was to blame for this or the fact that women could also serve in other ways, for example in the resistance. But there are plenty of cases from the First World War, often because they wanted to cover the war as a correspondent and this was the only option. One example was Viktoria Savs (1899-1979). She served unrecognized as a woman, but with the knowledge of her superiors in the Austro-Hungarian army at the front from 1915 to 1917. She was discovered when she was seriously injured. She was decorated several times for her courage and dedication.

Nowadays, women no longer have to pretend to be men to be allowed to serve, not even at the front, but in times when this was not allowed, you see that regardless of the period or the country, it happened regularly. How large the percentage of such women in a unit was, remains guesswork, but there will not have been many. Then the lists would have been much longer. But it was certainly not a unique rarity either.

So Rochette is in good company, because most of the women who served and who eventually became known as such were praised for their courage and perseverance.

Reacties

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer blogs en verhalen

Terug naar alle blogs
Back To Top