Skip to content

A Damn Good Floggin’

Door: A sailor is stripped to the waist, tied to a ladder and being flogged with a cat-o’-nine-tails while four sailors are waiting for their turn to flog him. Wood engraving by W.R. - CC BY 4.0

Zo begint een shanty met een catchy melodietje. Op de één of andere manier wordt geselen – of, in zeemansjargon, laarzen – bijna synoniem geacht met zeevaart. Romans, films, wetenschappelijke artikelen – als je over de zeevaart van voor 1900 leest, ontkom je er niet aan.

Ook in mijn boeken komt het regelmatig voor. Zowel Rochette, het hoofdpersonage uit de Port Royal serie, als Damien, de hoofdpersoon uit de Kingston serie, hebben het ondergaan, Rochette zelfs meer dan eens. Ook andere figuren uit mijn romans hebben er soms mee te maken gehad. En in toekomstige boeken zal het ook nog wel terugkomen.

Gefascineerd en geobsedeerd

Iemand zei me eens dat ik in herhaling viel, dat het te vaak voorkwam, dat ik erdoor gefascineerd en geobsedeerd was. En dat heeft me niet meer losgelaten. Ik heb daar dikwijls over nagedacht.

Gefascineerd ben ik er zeker door, omdat ik het zo’n bitter fenomeen vindt dat visueel enorm krachtig is – vandaar dat het in films ook voortdurend als een geliefd thema terugkomt – en omdat ik me nauwelijks kan voorstellen hoe iemand het kan overleven. Maar gebruik ik het te vaak? Met andere woorden: is het wel historisch correct om het zo frequent te gebruiken of ben ik in de Hollywood-val getrapt?

Ik ging eens op onderzoek uit. Ik wilde wel eens weten, als je in de zeventiende tot negentiende eeuw de ploeg opvarenden van een willekeurig (oorlogs)schip op een rij zou zetten, welk percentage mannen dan ooit gegeseld was.

Cijfers fluctueren

Allereerst moet er een onderscheid gemaakt worden tussen leger, vloot en handelsvaart, tussen de verschillende perioden en tussen landen. Daarnaast was er een verschil of een schip in de kustwateren opereerde, waarbij de bemanning dus vaker aan wal kon en ook gemakkelijker van kapitein kon wisselen, of dat het een schip was dat een jaar in een oorlog in Amerika diende of anderhalf jaar naar de Stille Oceaan voer. Cijfers fluctueren dus.

Om met de periode in de geschiedenis te beginnen: zelfs in die tijd was er weerstand tegen de straf en beetje bij beetje kwamen er wetten die het steeds meer aan banden legden. Als je dus de cijfers naast elkaar legt, zie je dat het steeds meer afneemt. Een bemanning uit 1650 had dus een hoger percentage slachtoffers dan een vergelijkbare bemanning in 1850. Overigens werd er in Engeland tijdens de Napoleontische Oorlogen weer een periode veel strenger gestraft en zag je toen een korte tijd weer een toename.

Een maximum van 12 en de Wet van Mozes

Het maximum aantal slagen dat een kapitein, tot 1806, zelf kon laten geven, was twaalf. Velen hielden zich daar niet aan of ze stapelden meerdere vergrijpen op elkaar en gaven voor elk twaalf, zodat het maximum hoger uitviel. Dit was het gebruikelijke aantal voor bijvoorbeeld dronkenschap of het slaan van een officier.

Voor zwaardere vergrijpen moest de kapitein de schuldige voor een officiële krijgsraad laten komen, die hogere straffen mocht uitdelen. Voor desertie werden dikwijls tweehonderd slagen gegeven, voor muiterij driehonderd en voor diefstal kon het oplopen tot vijfhonderd. Ik had verwacht dat muiterij en desertie kwalijker ingeschat zouden worden dan diefstal, maar om de een of andere obscure reden is dat dus blijkbaar niet zo. Maar dat is iets voor een later onderzoekje. Sodomie was een nog erger vergrijp en daarop stond de doodstraf, hoewel er ook wel eens duizend slagen voor gegeven werden, wat feitelijk hetzelfde is.

Zulke hoeveelheden werden meestal niet in één keer gegeven. Het arme slachtoffer lieten ze genezen en kreeg dan de volgende lading. De straf kon op die manier maanden of zelfs jaren duren.

In 1806 werd (in Engeland) het spitsroede lopen verboden, waarbij alle opvarenden in twee rijen werden opgesteld en de ‘misdadiger’ ertussen door moest lopen en van elk een slag met een stuk touw kreeg. In 1809 werd het ‘opstarten’ verboden, waarbij de bootsman als aansporing zeelieden een klap met een eindje touw mocht geven. Maar pas in 1881 werd geselen officieel in Engeland afgeschaft.

Overigens moet je het aantal slagen met negen vermenigvuldigen, omdat ze uitgedeeld werden met een kat, een stok met negen touwkoorden (met knopen) eraan.

Verder werden er op piratenschepen meestal negenendertig slagen uitgedeeld. Dit werd de Wet van Mozes genoemd, een Bijbels-Romeins relict, omdat veertig als dodelijk werd beschouwd.

In 1881 werd het dus officieel voor de Engelse vloot verboden en dat was vrij laat. In Nederland was het al in 1795 verboden, hoewel het was vervangen door het britsen met handdaggen oftewel een klap met een eindje touw, en kielhalen tot 1854 toegestaan was, wat in Engeland dan weer in 1720 al was verboden; in 1848 stapte de Franse vloot met uitzondering van gevangenisschepen er vanaf; en in 1850 mocht het niet meer in de Verenigde Staten. Maar Engeland heeft er lang aan vastgehouden.

Twaalfhonderd zweepslagen

In het leger lag het helemaal anders. In het Engelse leger was er een verschil tussen een regiments-, districts- en algemene krijgsraad. Voor 1829 was de macht van officieren welhaast zonder beperkingen. Tijdens de Napoleontische Oorlogen mochten soldaten straffen van twaalfhonderd zweepslagen (met een kat) gegeven worden. In die zes jaar oorlog is dat tien keer gebeurd. Een straf van duizend slagen is vijftig keer gegeven. En dat kon al voor vrij kleine vergrijpen; zo kreeg een man eens zevenhonderd zweepslagen voor het stelen van een bijenkorf.

Een uitzondering was de King’s German Legion, Duitse troepen die door Engeland werden betaald en ingezet, maar niet onder Engelse tucht vielen, die dus als het ware gehuurd waren van het Hessische moederland. Hier werd niet gegeseld.

Vanaf dat jaar 1829 werden er beetje bij beetje reguleringen ingevoerd. Een regimentskrijgsraad mocht nog ‘maar’ tot maximaal driehonderd slagen veroordelen, terwijl een districts- of algemene krijgsraad tot vijfhonderd mocht gaan. In 1833 werd dit verder beperkt tot tweehonderd en driehonderd respectievelijk, nog altijd een behoorlijke hoeveelheid.

In 1836 werd het nogmaals teruggebracht tot honderd voor een regiments-, honderdvijftig voor een districts- en tweehonderd voor een algemene krijgsraad. In 1846 werd het maximum voor alle krijgsraden op vijftig gezet. In 1858 werd het aantal vergrijpen waarvoor de zweep gebruikt mocht worden beperkt en in 1867 mocht het alleen nog voor muiterij en geweld tegen meerderen. In 1868 mochten alleen troepen in actieve dienst gelaarsd worden en in 1881 werd het dus helemaal afgeschaft.

In Frankrijk werd het afgeschaft in 1789 tijdens de Franse Revolutie, daarna weer ingevoerd en uiteindelijk definitief geschrapt in 1893, hoewel het in het Vreemdelingenlegioen en in strafkolonies vrolijk doorging tot ver in de twintigste eeuw. In Amerika, waar tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog het maximum aantal slagen van negenendertig verhoogd was naar honderd, werd het voor het leger afgeschaft tijdens de Burgeroorlog, in het noorden in augustus 1861, in het zuiden in augustus 1862. In Nederland kon er tot 1870 gegeseld worden, terwijl alle andere lijfstraffen toen al lang afgeschaft waren.

Hoevelen hadden littekens op hun rug?

Dan nu de hamvraag: hoe vaak gebeurde het nu werkelijk? Hoeveel matrozen (en soldaten) liepen er rond met littekens op hun rug?

De uitkomst van mijn kleine onderzoek is ronduit schrikbarend… Ik schrok er zelfs zelf van.

Het eerste onderzoek dat ik vond, was van drie schepen uit de jaren 1776-1783, die actieve dienst hadden in de wateren rondom Engeland, met een bemanning uiteenlopend van tweeënzeventig tot zevenhonderd vijftig. Het percentage van de bemanning dat gegeseld werd, was 4,3%, 11,2% en 4,9%. Dit betrof de matrozen. Onder de mariniers aan boord lag het percentage op 16,5%, 17% en 28,5%. Het gemiddelde aantal slagen lag rond de vijftien, hoewel er een uitschieter was van een jaar met een gemiddelde van 46.

De meest voorkomende reden was dronkenschap, gevolgd door het veronachtzamen van de plicht, waarna de rest opgedeeld werd onder muitend en opruiend gedrag, geweld, desertie, aan wal gaan zonder pas, ongehoorzaamheid en brutaliteit, diefstal, ruziën en vechten, vervalsing en verduistering.

Het volgende onderzoek betrof meer schepen, maar liefst vijftien, in de periode 1767-1795. Dit betrof weliswaar ook oorlogsschepen, maar ze deden geen actieve krijgsdienst in de oorlog, maar zeilden naar de Stille Oceaan op ontdekkingsexpedities, zoals de Bounty. Op al deze schepen voeren vrijwilligers (met uitzondering van één schip), dus geen gepreste, gedwongen en ontvoerde burgers, en waren een jaar of langer onderweg. Dit zijn dus volledig andere omstandigheden.

Hier zien we percentages die uiteenlopen van 8,3% tot 45,2%, met een gemiddelde van 21,4%. Het gemiddelde aantal slagen was vijf, met een uitschieter op de Discovery, die gelijke problemen ondervond als de beruchte Bounty, van eenentwintig.

Een derde onderzoek betrof drieënzeventig schepen die gestationeerd waren op het Leeward Islands Station in de Caraïben tussen 1784 en 1812. Hier werd 9% van de bemanning gegeseld.

Het laatste voorbeeld komt van het grote oorlogsschip Trent in het jaar 1797, waar grofweg 10% van de bemanning gegeseld werd. Hier zien we dat er weinig verschil is tussen volmatrozen, gewone matrozen of ‘landrotten’.

Eén op de vier

We kunnen dus met een flinke slag om de arm aannemen dat 10% van een niet-militaire bemanning gegeseld werd, tenzij op lange reizen, waar het opliep tot 20%. Omdat matrozen meestal aan één geseling genoeg hadden om zich te gedragen, betreft de 10% van het ene jaar niet dezelfde mannen als die van het jaar erop, wat ertoe leidt dat je mag aannemen dat toch zeker één op de vier matrozen met ‘strepen’ op zijn rug liep, een aanname die overeenkomt met een onderzoek naar Amerikaanse matrozen in de eerste helft van de negentiende eeuw.

Dus het merendeel hield zich na één afstraffing koest. Maar sommigen waren hardleers en hadden twee of zelfs meer keer een laarzing nodig. George Reybold op de Discovery werd maar liefst negen keer gegeseld met in totaal tweehonderd tweeënvijftig slagen, wat neerkomt op een gemiddelde van achtentwintig slagen per keer, dus boven het maximaal toegestane aantal.

Maar zo’n zestig procent had aan één keer genoeg, veertig procent ging vaker in de fout.

Kort gezegd is het dus niet historisch incorrect dat zowel Rochette als Damien met de zweep in aanraking zijn gekomen.

En in het leger?

Hoewel mijn hoofdpersonages allemaal in de vloot gegeseld zijn, wil ik voor de volledigheid ook nog even kijken hoe dan de situatie in het leger was. Omstandigheden zijn daar anders. De mannen hebben meer vrijheid en zitten niet maanden achtereen opeen gepropt op een te klein schip zonder mogelijkheid tot even afzonderen, uit de band springen of bezoek aan een vrouw.

De straf werd in het (Engelse) leger dan ook minder vaak uitgedeeld dan in de vloot. In 1836 zien we een cijfer van 1,76% en 0,93%. Tussen 1825 en 1834 betreft het tussen de 1% en 2%. In diezelfde periode zien we dat 10-20% van de soldaten dusdanig in de fout ging dat ze voor een krijgsraad moesten verschijnen en dat van hen ‘maar’ 10-30% tot zweepslagen veroordeeld wordt. Daarbij moet aangetekend worden dat het aantal in het Engelse leger dat in India gestationeerd was, verrassend lager ligt: 1 op 2400. Misschien heeft dat ermee te maken dat een groot deel uit sepoys (inlandse soldaten) bestond en men vreesde voor muiterij.

Maar we moeten niet denken dat het in het leger dus zoveel gemakkelijker was. Boven konden we al lezen dat het aantal slagen in het leger vele malen hoger lag dan in de vloot, met veel vaker een dodelijke afloop. En de zweep (kat) was ook anders.

Wat ze gemeen hadden (althans voor volwassenen; voor jongens, tenzij die door een formele krijgsraad waren veroordeeld, was een lichtere variant), was dat ze negen ‘staarten’ hadden met één of meer (meestal drie) knopen erin. Elke slag was dus feitelijk negen slagen.

De kat met negen staarten

De vlootkat was zwaar: 370 gram. De legerkat was aanzienlijk lichter. Het handvat van de vlootkat was een dik stuk touw, 60 cm lang en 3 cm in doorsnede, omwikkeld met linnen; de legerkat had een handvat gemaakt van een trommelstok, wat minder grip en dus minder slagkracht betekent. Samen met het lagere gewicht en het feit dat de slagen in het leger niet werden uitgedeeld door een sterke bootmansmaat, maar door een jonge trommelaar, maakte dat het grotere aantal slagen wel lichter van kaliber waren.

Daarentegen waren de staarten van een legerkat venijniger. De staarten van de vlootkat waren zestig cm lang en 6 mm in doorsnede. De staarten van de legerkat waren iets korter (40 cm), maar slechts 3 mm in doorsnede en feitelijk dus dun lijn, dichter geweven en stijver door teer. Die sneden veel meer in het vlees dan de dikkere staarten aan boord, die meer schuurden.

Overigens, wie denkt dat deze straf alleen werd uitgedeeld aan militair personeel, komt bedrogen uit. Zelfs de vrouwen die in het leger meereisden, zoals de zoetelaars en echtgenotes, konden gegeseld worden…

That’s how a shanty with a catchy melody starts. Somehow, flogging is considered almost synonymous with seafaring. Novels, films, scientific articles – if you read about seafaring before 1900, you can’t escape it.

It also occurs regularly in my books. Both Rochette, the main character from the Port Royal series, and Damien, the main character from the Kingston series, have undergone it, Rochette even more than once. Other characters in my novels have also had to deal with it at times. And it will also come back in future books.

Fascinated and obsessed

Someone once told me that I was repeating myself, that it was too common, that I was fascinated and obsessed with it. And that hasn’t let go of me. I have often thought about this.

I’m certainly fascinated by it, because I think it’s such a bitter phenomenon that is visually enormously powerful – that’s why it constantly recurs as a popular theme in films – and because I can hardly imagine how anyone can survive it. But am I using it too often? In other words, is it historically correct to use it so frequently or have I fallen into the Hollywood trap?

I went to investigate. I wanted to know, if you were to line up the crew of a random (war) ship in the seventeenth to nineteenth centuries, what percentage of men had ever been flogged.

Numbers fluctuate

First of all, a distinction must be made between the army, the navy and the merchant shipping, between the different periods and between countries. In addition, there was a difference between whether a ship operated in coastal waters, where the crew could go ashore more often and also change captains more easily, or whether it was a ship that served in a war in America for a year or sailed to the Pacific for a year and a half. Numbers fluctuate.

To begin with the period in history: even at that time there was resistance to the punishment and little by little laws were passed that restricted it more and more. So if you put the numbers side by side, you can see that it is declining more and more. Thus, a crew from 1650 had a higher percentage of casualties than a comparable crew in 1850. Incidentally, during the Napoleonic Wars, England went back to punishing much more severely for a period of time and then one could see an increase again for a short time.

A maximum of 12 and the Law of Moses

Until 1806, the maximum number of strokes a captain could have himself given was twelve. Many did not comply with this or they piled several offenses on top of each other and gave twelve for each, so that the maximum was higher. This was the usual number for, for example, drunkenness or beating an officer.

For more serious offenses, the captain had to have the culprit brought before an official court-martial, which could hand out higher sentences. Two hundred strokes were often given for desertion, three hundred for mutiny, and as high as five hundred for theft. I had expected that mutiny and desertion would be judged more badly than theft, but for some obscure reason that is apparently not the case. But that’s something for a later study. Sodomy was an even worse offense and was punishable by death, although it was sometimes punished by a thousand strokes, which is basically the same thing.

Such amounts were usually not given at once. They let the poor victim heal and then he got the next load. The punishment could last for months or even years.

In 1806 (in England) the running of the gauntlet was forbidden, in which all those on board were lined up in two rows and the ‘criminal’ had to walk between them and received a blow with a piece of rope from each. In 1809 the ‘start-up’ was forbidden, whereby the boatswain was allowed to give sailors a blow with a piece of rope as an incentive. But it wasn’t until 1881 that flogging was officially abolished in England.

By the way, you have to multiply the number of strokes by nine, because they were dealt with a cat, a stick with nine rope cords (with knots) attached to it.

Furthermore, thirty-nine blows were usually dealt on pirate ships. This was called the Law of Moses, a Biblical-Roman relic, because forty was considered deadly.

In 1881 it was officially banned for the English fleet and that was quite late. In the Netherlands it was already forbidden in 1795, although it had been replaced by the beating with a short piece of thick rope, and keelhauling was allowed until 1854, which in England was already forbidden in 1720; in 1848 the French fleet, with the exception of prison ships, abandoned it; and in 1850 it was no longer allowed in the United States. But England held on to it for a long time.

Twelve hundred lashes

In the army, it was completely different. In the English army, there was a difference between a regimental, district and general court-martial. Before 1829 the power of officers was almost unlimited. During the Napoleonic Wars, soldiers were allowed punishments of twelve hundred lashes (with a cat). In those six years of war, this has happened ten times. A penalty of a thousand strokes has been given fifty times. And that was already possible for fairly minor offenses; for example, a man once received seven hundred lashes for stealing a beehive.

An exception was the King’s German Legion, German troops who were paid and deployed by England, but who were not subject to English discipline, who were thus rented from the Hessian motherland, as it were. There was no flogging here.

From that year 1829 onward, regulations were introduced little by little. A regimental court-martial was ‘only’ allowed to sentence a maximum of three hundred blows, while a district or general court-martial was allowed to go up to five hundred. In 1833 this was further reduced to two hundred and three hundred respectively, still a considerable amount.

In 1836 it was again reduced to one hundred for a regimental, one hundred and fifty for a district court-martial, and two hundred for a general court-martial. In 1846 the maximum for all courts-martial was set at fifty. In 1858 the number of offences for which the whip could be used was limited, and in 1867 it was only allowed for mutiny and violence against superiors. In 1868 only troops on active duty were allowed to be whipped, and in 1881 it was abolished altogether.

In France, it was abolished in 1789 during the French Revolution, then reintroduced and finally scrapped for good in 1893, although it continued without much further ado in the Foreign Legion and in penal colonies well into the twentieth century. In America, where during the War of Independence the maximum number of lashes had been raised from thirty-nine to one hundred, it was abolished for the army during the Civil War, in the north in August 1861, in the south in August 1862. In the Netherlands, flogging was possible until 1870, while all other corporal punishment had long since been abolished.

How many had stripes on their back?

Now for the key question: how often did it really happen? How many sailors (and soldiers) were walking around with scars on their backs?

The outcome of my little research is nothing short of shocking… I was even shocked by it myself.

The first survey I found was of three ships of the years 1776-1783, which were in active service in the waters around England, with crews ranging from seventy-two to seven hundred and fifty. The percentage of the crew that was flogged was 4.3%, 11.2% and 4.9%. This concerned the sailors. Among the Marines on board, the percentage was 16.5%, 17% and 28.5%. The average number of strokes was around fifteen, although there was an outlier of one year with an average of 46.

The most common reason was drunkenness, followed by neglect of duty, after which the rest was divided into mutinous and seditious behaviour, violence, desertion, going ashore without a pass, disobedience and insolence, theft, quarrelling and fighting, forgery and embezzlement.

The next survey concerned more ships, as many as fifteen, in the period 1767-1795. Although these included warships, they did not do active military service in the war, but sailed to the Pacific on exploration expeditions, such as the Bounty. On all these ships there were volunteers (with the exception of one ship), so no pressed, forced and kidnapped civilians, and were en route for a year or more. So these are completely different circumstances.

Here we see percentages ranging from 8.3% to 45.2%, with an average of 21.4%. The average number of strokes was five, with an outlier on the Discovery, which experienced similar problems to the infamous Bounty, of twenty-one.

A third survey involved seventy-three ships stationed at the Leeward Islands Station in the Caribbean between 1784 and 1812. Here, 9% of the crew was flogged.

The last example comes from the great warship Trent in the year 1797, where roughly 10% of the crew was flogged. Here we see that there is little difference between full sailors, ordinary sailors or ‘landlubbers’.

One out of four

We can therefore assume that 10% of a non-military crew was flogged, except on long voyages, where it rose to 20%. Because sailors usually only needed one flogging to behave, the 10% of one year does not involve the same men as those of the following year, which leads to the assumption that at least one in four sailors walked around with ‘stripes’ on his back, an assumption that corresponds to a study of American sailors in the first half of the nineteenth century.

So the majority kept quiet after one beating. But some were hard-headed and needed two or even more whippings. George Reybold on the Discovery was flogged no less than nine times with a total of two hundred and fifty-two strokes, which amounts to an average of twenty-eight strokes at a time, so above the maximum allowed number.

But about sixty percent were done after one time, forty percent made more mistakes.

In short, it is not historically incorrect that both Rochette and Damien came into contact with the whip.

And in the army?

Although my main characters have all been flogged in the fleet, for the sake of completeness I also want to take a look at what the situation in the army was like. Circumstances are different there. The men have more freedom and are not crammed together for months on end on a ship that is too small without the possibility of seclusion, letting one’s hair loose or visiting a woman.

The punishment was therefore meted out less often in the (English) army than in the fleet. In 1836 we see a figure of 1.76% and 0.93%. Between 1825 and 1834 it was between 1% and 2%. In the same period, we see that 10-20% of the soldiers disgressed so much that they had to appear before a court-martial and that ‘only’ 10-30% of those were sentenced to flogging. It should be noted that the number in the British army stationed in India is surprisingly lower: 1 in 2400. Perhaps this has to do with the fact that a large part consisted of sepoys (native soldiers) and people feared mutiny.

But we shouldn’t think that it was so much easier in the military. Above we could already read that the number of lashes in the army was many times higher than in the fleet, with many more fatal outcomes. And the whip (cat) was different too.

What they had in common (at least for adults (for boys, unless convicted by a formal court-martial, a lighter variant existed), was that they had nine ‘tails’ with one or more (usually three) knots in them. So each stroke was actually nine strokes.

The cat o’ nine tails

The fleet cat was heavy: 370 grams. The army cat was considerably lighter. The handle of the fleet cat was a thick piece of rope, 60 cm long and 3 cm in diameter, wrapped in linen; the army cat had a handle made from a drumstick, which means less grip and therefore less striking power. Together with the lower weight and the fact that the blows in the army were not dealt by a strong boatman’s mate, but by a young drummer, the larger number of blows made it lighter in calibre.

In contrast, an army cat’s tails were more vicious. The fleet’s tails were sixty cm long and 6 mm in diameter. The tails of the army cat were slightly shorter (40 cm), but only 3 mm in diameter and in fact thin line, more densely woven and stiffer due to tar. They cut into the flesh much more than the thicker tails on board, which were more abrasive.

Incidentally, anyone who thinks that this punishment was only meted out to military personnel will be disappointed. Even the women who travelled in the army, such as the sutlers and wives, could be flogged…

Reacties

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer blogs en verhalen

Terug naar alle blogs
Back To Top